Seks, drugs en rock 'n roll

Rich Cohen is journalist voor onder andere het befaamde muziektijdschrift Rolling Stone en zijn leven lang gefascineerd door de Rolling Stones. Door de jaren heen kon hij de groep een aantal keer van zeer dichtbij volgen en reisde hij met de band door Amerika. Zijn biografie De zon en de maan en de Rolling Stones ruikt dan ook volledig naar rockmuziek en blues. Fan en journalist. Het lijkt op een combinatie die bij het schrijven van een boek over de Rolling Stones voortdurend gaat botsen, maar het tegendeel is waar. Cohen schreef misschien wel het ultieme boek over de legendarische groep en neemt de lezer mee op een adembenemende reis door de geschiedenis van de muziek. Het is voortdurend alsof je in het vliegtuig naast Mick Jagger of Keith Richards zit en zowel de mooie als de minder mooie dingen ziet. Het leven in de Rolling Stones is namelijk niet altijd rozengeur en maneschijn. De beginjaren van de band waren hard en verwarrend. Keith Richards en Brian Jones gingen er vol voor, maar met name Mick Jagger behield lange tijd zijn twijfels. In verschillende samenstellingen en met steeds andere namen probeerde de groep naam te maken in de rockscene van Engeland. Bij toeval wordt de naam Rolling Stones gekozen en in het kielzog van de Beatles vertrekt de groep naar Amerika. Het land van de blues, de muziekstroming die Jagger en Richards na aan het hart ligt. Als ze hun eerste stappen zetten op het gebied van het schrijven van eigen nummers, raken ze medeoprichter en zelfbenoemde leider Brian Jones langzaam maar zeker kwijt. Gelijktijdig neemt het succes toe en worden ze gezien als de agressieve tegenhangers van de toch wat brave Beatles. De Stones zijn seks, drugs en rock ’n roll.
Rich Cohen bouwt een goede band op met Keith Richards, die – zo blijkt uit het boek – het anker is van de Rolling Stones. Jagger is groter dan groots, onaantastbaar en in het bezit van het grootste ego. Richards is het muzikale brein en Jagger de man die de ruwe ideeën van de gitarist weet om te zetten in pakkende teksten. Samen zijn ze geniaal en de Rolling Stones maken eind jaren zestig, begin jaren zeventig een aantal onovertroffen elpees. In De zon en de maan en de Rolling Stones lees je hoe het er aan toe ging rondom de Rolling Stones. Geweldig zijn vooral alle pagina’s waarin Cohen vol passie schrijft over de vele zwarte artiesten die als inspiratie gelden voor artiesten als de Rolling Stones, Eric Clapton en Bob Dylan, maar ook voor bijvoorbeeld de Beatles. Inmiddels iconische blues muzikanten als Elmore James, Son House, Howlin’ Wolf, Jimmy Reed, Muddy Waters en vooral de legendarische Robert Johnson. Namen die veel liefhebbers van muziek mogelijk weinig zeggen maar die feitelijk – samen met onder andere Chuck Berry - aan de bakermat hebben gestaan van veel van wat wij vandaag de dag nog steeds beluisteren. Hun invloed op Mick Jagger en Keith Richards was ongekend groot en het waren elpees van Muddy Waters en Chuck Berry onder de arm van Jagger waardoor de twee frontmannen van de Rolling Stones in 1961 op het Dartford Train Station met elkaar in gesprek kwamen. Twee albums die in Chicago waren uitgebracht door het befaamde Chess Records van de jonge Poolse immigranten Phil en Leonard Chess.
Ook de stukken over Gram Parsons, de geestelijke vader van de countryrockmuziek zoals die jarenlang werd gemaakt door groepen en artiesten als – onder andere – The Eagles, Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Jackson Browne, zijn zeer interessant. Parsons raakte bijzonder goed bevriend met Keith Richards en het tweetal trok veel met elkaar op. Een op het oog wat vreemde combinatie, welke vaak de ergernis van Mick Jagger bleek op te roepen. De vriendschap resulteerde onder andere in het prachtige nummer “Wild Horses” dat in 1971 op het album “Sticky Fingers” verscheen.
Uiteindelijk bleek Parsons niet bestand tegen alle verleidingen die het automatische vervolg leken op het leven in het bijzijn van de Rolling Stones.
Deze biografie is goed van begin tot eind. Het leest in een enorm tempo en je leert de band en haar leden beter kennen. Goed en kwaad. Haat en nijd. Vreugde en verdriet. Hoop en wanhoop. Leven en dood. Verplicht leesvoer voor alle fans en een mooi begin voor iedereen die de Stones nog moeten ontdekken of nu pas de magie van de band hebben ontdekt.
De zon en de maan en de Rolling Stones
Rich Cohen
Uitgeverij Spectrum
Prijs: € 25,00
Hartverscheurend mooi
Er bestaan boeken die je je hele leven kunnen bijblijven. Boeken die een enorme impact hebben en die uitblinken in pure schoonheid. Mijn dinsdagen met Morrie van Mitch Albom is zo’n voorbeeld. Zijde van Alessandro Baricco moet ook worden genoemd. Net als Angoli Mala van J.M.G. Le Clézio, Als de walvissen zingen van Juri Rytchëu en Blauwrug van Tim Winton. Het is natuurlijk persoonlijk en iedereen zal zo zijn of haar lijstje kunnen maken met de meest onvergetelijke boeken. Schoonheid zit niet voor niets in het oog van de toeschouwer.
Zeven minuten na middernacht is echter ook een titel die in veel lijstjes zal worden opgenomen. Het prachtige verhaal van Patrick Ness, dat oorspronkelijk geschreven had moeten worden door de helaas reeds overleden Siobhan Dowd. Uitgeverij De Geus heeft het in een prachtige goedkope editie uitgebracht vanwege de recente verfilming. Goedkoop in prijs, maar zeker niet in uitvoering, want die is prachtig. Gebonden en met mooie illustraties van Jim Kay. Het is het onvergetelijke verhaal van de dertienjarige Conor die alleen met zijn moeder woont en wordt geplaagd door een afschuwelijke nachtmerrie. Los hiervan verschijnt er bijna iedere avond, om zeven minuten na middernacht, een monster dat Conor een aantal verhalen verteld en één verhaal terug verlangt. De nachtmerrie heeft Conor sinds zijn moeder ziek werd. Het monster weet hier vanaf en eist dat Conor hem – en zichzelf – de waarheid vertelt.
Op de achterkant van het boek staan prachtige aanbevelingen: ‘een bijzonder meesterwerk’, ‘authentiek en ontroerend’, ‘indrukwekkend’. Het is allemaal waar en toch doet het dit boek nog tekort. De schoonheid van het verhaal is namelijk onbeschrijflijk. Ieder woord is raak, iedere emotie is oprecht en het boek doet je hart smelten. Het is een verhaal voor jong en oud, iedereen zal geraakt woorden door de jonge Conor en het enorme monster. Het zal voor de filmmakers een enorme klus zijn geweest om met “A Monster Calls” recht te doen aan het boek. Het is hartverscheurend mooi, beter kan het misschien niet omschreven worden. Als lezer leef je vanaf de eerste pagina mee met Conor, begrijp je zijn verdriet en voel je zijn wanhoop.
Patrick Ness heeft een meesterwerk gecreëerd, geïnspireerd door de visie van Siobhan Dowd. Zeven minuten na middernacht is een boek dat gelezen moet worden. En een ereplaats in iedere boekenkast hoort te krijgen.
Zeven minuten na middernacht
Patrick Ness
Uitgeverij De Geus
Prijs: € 12,50
Wat een kutboek!
Over het debuut van Bart Chabot kan ik vrij kort zijn: wat een onvoorstelbaar kutboek! Zonde van je tijd, van je energie en van het papier waarop het is gedrukt. Dit is een voorbeeld van een boek dat puur en alleen is uitgebracht op basis van de naam en faam van de auteur. Pagina na pagina moet je als lezer zwaar en eenzaam ploeteren in de hoop ergens toch nog iets van enig vermaak te vinden. Het verhaal is warrig, langdradig en bovenal ontzettend saai. Niet zomaar saai, maar werkelijk in de meest overtreffende trap. In Triggerhappy staat de chirurg Frank Versteeghe centraal, getrouwd met zijn tweede vrouw Nicole en vader van twee kinderen. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Frankrijk, waar Frank en Nicole – in de buurt van de Pyreneeën – op vakantie zijn. Meer hoef je over het boek niet te weten. De rest is namelijk pure onzin en een mislukte poging om een verhaal te vertellen.
Ja, Frank Versteeghe spoort niet. Hij snijdt als tiener de poppen van zijn zusje in stukken en verzamelt skeletten van dode dieren. Als volwassen man is hij niet anders. Hoewel het nergens in het verhaal expliciet wordt genoemd, is Frank een seriemoordenaar. In Frankrijk laat hij een spoor van vuilniszakken achter waarin hij zijn slachtoffers heeft gedumpt. Je hoopt tijdens het lezen dat het verhaal ergens een apotheose heeft, maar niets is minder waar. Het gaat uit als de voor boeken zo gevreesde nachtkaars. Al staat het vlammetje vanaf het begin al niet zo hoog. Het vreemde is echter dat het boek in de eerste paar pagina’s nog wel enigszins te pruimen valt. Vooral de lekkere en vrij soepele schrijfstijl van Chabot valt op. Goed kunnen schrijven en goed kunnen vertellen zijn echter twee verschillende disciplines. Chabot schrijft makkelijk maar zijn verhaal raakt kant noch wal. Het is een wat zielige poging om een intrigerende roman te schrijven, maar het komt totaal niet van de grond. Het is fantasieloos en op het oog zonder enige passie op papier gezet. Blijkbaar was er bij de uitgeverij niemand echt bezig om de auteur te helpen of te corrigeren. Om hem de juiste weg te wijzen en allerlei valkuilen aan te wijzen. Chabot maakt er mede daardoor een potje van en zorgt ervoor dat Triggerhappy voor de argeloze lezer een enorme tijdsverspilling is. Hoewel Chabot tussen de regels door van alles insinueert, gebeurt er 255 pagina’s lang werkelijk helemaal niets waardoor je denkt dat het misschien toch nog allemaal enigszins de moeite waard kan worden. Woord na woord, regel na regel, pagina na pagina is het een brij van vaak totaal onsamenhangende gebeurtenissen. Het is bijna lachwekkend slecht. Nergens is enige structuur te ontdekken. Het boek is een liedje met twee refreinen en een couplet, dat de band vervolgens eindeloos blijft herhalen. Na veertig pagina’s weet je het allemaal wel. De rest is totaal onnodige bladvulling.
Het is om treurig van te worden.
Triggerhappy
Bart Chabot
Uitgeverij De Bezige Bij
Prijs: € 19,90
Schoonheidsfoutjes

De Gouden belofte is het eerste deel van de Koperen Kat Trilogie van de Engelse auteur Jennifer Williams. Oorspronkelijk verscheen het in het vier delen als e-book, maar het succes begon pas goed toen het als papieren versie in de boekwinkels was te verkrijgen. Williams is één van de vele jonge, vrouwelijke auteurs die na het wereldwijde succes van de Harry Potter reeks luidruchtig aan de deur van de grotendeels nog altijd door mannen gedomineerde fantasywereld klopt. Haar boek is toegankelijk voor zowel het Young Adult publiek als voor de volwassen liefhebbers van fantasy. Het is zonder enige twijfel een veelbelovend debuut, al is het niet altijd even origineel. Hoofdpersoon in de serie is Wydrin van Kruishaven, ook wel bekend als de Koperen Kat, een jonge vrouwelijke huurling die samen met Sir Sebastiaan Steenhouder haar mes en zwaard in dienst stelt aan de hoogste bieder. Ze worden ingehuurd door de mysterieuze Heer Frith om samen met hem de catacomben van een eeuwenoude Citadel te verkennen, waar magiërs lang geleden hun gevaarlijkste geheimen verborgen hielden. Maar tevens de plek die ze – volgens de geruchten – gebruikt hebben om de oude goden in op te sluiten.
De gouden belofte is een zeer indrukwekkend en beeldend geschreven debuut. Het verhaal heeft veel vaart en bevat helden met karakter, humor en menselijke gebreken. Vooral Wydrin van Kruishaven aka de Koperen Kat is een aansprekende heldin. Gedurfd en knap is ook de seksuele geaardheid van de stoere ridder Sebastiaan Steenhouwer. Het valt in het begin nauwelijks op, maar als Wydrin tussen neus en lippen een opmerking maakt krijg je langzaam maar zeker het juiste beeld. Het zorgt voor een andere kameraadschap tussen de twee huurlingen dan je normaal gesproken binnen dit genre verwacht. Goed gedaan dus. Wel valt het op dat Jen Williams in haar eerste boek veel heeft geleend van andere fantasyauteurs en series. Nou is het binnen de fantasy erg moeilijk om origineel te zijn, aangezien Tolkien jaren geleden alles al zo’n beetje heeft bedacht wat er maar te bedenken viel. Maar soms bewandeld Williams een wel heel dun lijntje. Gelukkig maakt ze het goed door er ook doorlopend een eigen draai aan te geven. In tegenstelling tot de hoofdpersonages zijn de schurken in het boek wel een beetje zwart/wit. Puur kwaad, zonder al te veel grijstinten.
Jammer is dat de uiteindelijke apotheose eigenlijk veel te snel gaat en daardoor enigszins afbreuk doet aan het verhaal. Wydrin en Frith moeten hun wereld redden en daarvoor het hele land doorkruisen, maar Williams knalt het de lezers in een aantal pagina’s razendsnel door de strot. Het maakt het klapstuk uiterst onbevredigend en zelfs voor het fantasygenre zeer ongeloofwaardig. Zo zijn er echter nog wel wat meer onvolkomenheden te vinden binnen het boek. De manier waarop Heer Frith zijn magie weer terugkrijgt bijvoorbeeld. Ik wil niets van het verhaal verklappen, maar ‘het grote vogelhoofd’ had de uiteindelijke missie van Wydrin en Frith zelf ook – en misschien wel beter – kunnen ondernemen. In plaats daarvan zwicht hij voor feitelijk totaal onzinnige argumenten. Om dat vervolgens weer bijna te niet te doen in een volgend stuk van het boek door belangrijke informatie achter te houden.
Maar goed. Schoonheidsfoutjes die misschien wel gewoon horen bij een debuut. Gelukkig staat er een hoop tegenover. Want laat daar geen misverstand over bestaan: De gouden belofte is een uitstekend boek en een prima begin van een trilogie. Hopelijk blijft de onbevangen manier van schrijven in deel twee behouden en gaat Williams zich niet verliezen in teveel verhaallijnen. Iets waar veel fantasyauteurs zich bij het schrijven van trilogieën soms schuldig aan maken. Laatste puntje van kritiek is de titel van het boek. De gouden belofte. Ik begrijp wat ze ermee bedoeld. Het is echter een nietszeggende uitspraak in het boek. De vergoeding die huurlingen krijgen als ze hun diensten aanbieden. Het is wel heel magertjes om dat dan uiteindelijk als titel te kiezen. De Koperen Kat was waarschijnlijk logischer geweest. Al was het maar als extra eerbetoon aan de zeer charismatische heldin van de trilogie.
De gouden belofte
Jen Williams
Uitgeverij Luitingh
Prijs: € 19,95
Ondertiteling
Het wonderkabinet van Brian Selznick is een dikke pil van bijna zevenhonderd pagina's. Feitelijk is het een combinatie van een jeugdboek en een graphic novel, aangezien een deel van het verhaal in de vorm van tekeningen wordt verteld. Het boek kreeg wereldwijd voornamelijk lovende kritieken en na het uitlezen kan je je afvragen waarom dat in hemelsnaam zo is. Het feitelijke verhaal is namelijk vrij magertjes en de tekeningen zijn gedetailleerd, soms mooi maar vaak ook zeer middelmatig, waarbij in een aantal gevallen het gevoel voor de juiste verhoudingen totaal ontbreekt. Eigenlijk is het totale pakket daardoor een fikse tegenvaller. Je denkt een lekker dik boek te hebben waar je uren in kan verdwalen, maar als je er in bent begonnen blijkt dat je het in nog geen twee uur kan uitlezen.
Het verhaal van Selznick is te lezen als een film. Althans, dat las ik in meerdere recensies. Dat effect hebben tekeningen echter al snel, vooral als ze zoals in dit geval meer dan de helft van het verhaal moeten vertellen. Mocht Het wonderkabinet echter een film zijn, dan zou ik na een half uur de bioscoop weer verlaten. Als boek heeft het teveel onnodige plaatjes en als film veel te veel ondertiteling. Vlees noch vis, zou je kunnen zeggen. Maar vooral eindeloos saai en - gaap - slaapverwekkend. Het mist diepgang en gevoel, ontstijgt nauwelijks de middelmaat en laat nergens een grote indruk achter. Zo verpletterend mooi zijn die tekeningen nou ook weer niet. In veel gevallen komen ze over als grauwe bladvulling. Het zou een ode aan de cinema moeten zijn, vertelde Selznick zelf.Als hij het een parodie had genoemd, had ik het ook geloofd.
Het wonderkabinet
Brian Selznick
Uitgeverij Unieboek
Prijs: € 19,99
Natte sneeuw
Toen ik aan Bloed op sneeuw begon had ik – met uitzondering van zijn jeugdboeken – nog niet eerder iets van Jo Nesbø gelezen. Zijn reeks over Harry Hole is nog onontgonnen terrein en dit dunne boekje leek mij wel een mooi moment om kennis te maken met zijn thrillers. Al jaren hoorde ik mensen in mijn vrienden- en kennissenkring over elkaar heen duikelen van bewondering en zag ik vrijwel uitsluitend lovende recensies voorbijkomen. Het werd dus tijd om zelf eens een oordeel te vormen. Ik was er klaar voor. Had er zin in. Een nieuwe held. Jo Nesbø. Na Bloed op sneeuw zou ik dan meteen aan zijn andere boeken kunnen beginnen.Niet dus.Ondanks het beperkte aantal pagina’s heb ik mij moeten dwingen om het einde te halen. Het was op sommige momenten een kwestie van wanhopig tegen de stroom in worstelen en meerdere keren heb ik overwogen om het maar gewoon op te geven. De schrijfstijl van Nesbø was prima, maar het verhaal zelf wist mij geen moment te pakken. Huurmoordenaar Olav bleek een man zonder inhoud. Hij was gespeend van iedere vorm van humor, had niets interessants te vertellen, maakte nergens ook maar een beetje indruk en kon het dunne verhaal van de auteur op geen enkele manier dragen. Een verhaal zonder ziel. Zonder inspiratie. Bloed op sneeuw bevat alleen maar woorden en zinnen maar geen samenhangend geheel. Het is natte sneeuw dat niet blijft liggen en waarmee je dus uiteindelijk weinig mee kan beginnen. Eigenlijk is het helemaal geen boek maar meer een concept voor wat misschien ooit een boek had kunnen worden. Als Nesbø zich de tijd had gegund om het op een goede manier uit te werken. Het einde van Bloed op sneeuw is vrij abrupt. Alsof de auteur er plotseling ook geen zin meer in had. Of is het de bedoeling dat er ooit nog eens een vervolg gaat komen? Het is alsof ik sneeuw op mijn rug voel smelten. Alleen het idee al. De plot zelf is heel doorzichtig en zie je al van verre aankomen. Ook in dat opzicht is er geen enkele verrassing. Daarnaast ontbreekt in het hele verhaal de spanning die je toch minimaal in een thriller mag verwachten. Op zich is huurmoordenaar Olav best wel een goed verzonnen personage, maar is de uitwerking uiterst bedroevend. Zeg maar gerust saai. Net zo saai als een landschap met sneeuw waar je op een afstand naar kijkt. Daar kunnen een paar bloedspetters helaas weinig aan veranderen.Jammer genoeg moet je in de winkel voor Bloed op sneeuw de volledige hoofdprijs betalen. Mocht je nog twijfelen: trap er dan niet in. Leen het bij de bibliotheek als je het absoluut wilt lezen. Maar geloof mij nou maar dat je helemaal niets mist als je dit korte verhaal besluit over te slaan.
Bloed op sneeuw
Joe Nesbø
Uitgeverij Cargo
Prijs: € 17,99
Een sprookje uit de vorige eeuw
De fans van Ajax hadden in 1995 de tijd van hun leven. Het Ajax van Louis van Gaal was dat jaar onoverwinnelijk en won zo’n beetje alles wat er maar te winnen viel. Met als hoogtepunten de Champions League en de Wereldbeker. Het talent won het dat jaar van het grote geld. Een pure overwinning voor het voetbal. Voor het opleiden van spelers. Voor het aanvallende voetbal. Voor de toen nog volledig operationele Hollandse School. Amsterdamse bluf tegenover het Duitse, Spaanse en Italiaanse geld. Amsterdamse bluf, verstevigd met Finse genialiteit, Nigeriaans vernuft en Surinaamse trots. Een onvoorstelbaar elftal waarin doelman Edwin van der Sar de enige was die nog geen enkele interland had gespeeld. “BAYERN! BAYERN! WHO THE F*CK IS BAYERN?”Je kan het je vandaag de dag gewoon niet meer voorstellen. Ajax speelde in 1995 (en een deel van 1996) iedere tegenstander moeiteloos en bijna achteloos van de mat. Real Madrid werd in hun eigen stadion vernederd en had het voornamelijk aan een hele slechte en bijziende grensrechter te danken dat het niet met nog grotere cijfers werd afgedroogd. Bayern München kreeg in Amsterdam maar liefst vijf treffers om de oren. Het grote AC Milan werd als Champions League winnaar van 1994 twee keer kansloos naar huis gestuurd en verloor vervolgens ook nog eens de finale. Drie keer op rij. In één seizoen. Fantastisch! Het Ajax van 1995 was een machine, een levend mechanisme, een verzameling van unieke talenten die allemaal op exact hetzelfde moment tot grote hoogte wisten te stijgen. Onder leiding van Louis van Gaal. Met een zeer belangrijke bijrol voor Gerard van der Lem en – uiteraard – de onvergetelijke Bobby Haarms. Werkelijk alles klopte. De snelheid op de flanken met Overmars en Finidi George. De doelgerichtheid van spitsen als Kluivert, Kanu en Ronald de Boer. Het ijzersterke en onverzettelijke middenveld met Davids, Seedorf en Jari Litmanen. De Fin die uitgroeide tot publiekslieveling nummer 1. Een levende legende, een held. De man die symbool stond voor alles wat Ajax in 1995 was. Ongrijpbaar, doelgericht, technisch begaafd en vooral een speler voor het team. Hij speelde centraal op het middenveld, voor een verdediging die hem daartoe ook in staat stelde. Michael Reiziger en Frank de Boer als zeer betrouwbare backs. Danny Blind en Frank Rijkaard in het centrum. Onaantastbaar. Frank Rijkaard. De verloren zoon. De man die afscheid wilde nemen bij Ajax, het elftal bij zijn hand nam en in de rust van de finale tegen Milan zijn medespelers toesprak. Van Gaal deed een stapje naar achteren. Rijkaard nam het woord. De rest is geschiedenis.“MILAN! MILAN! WHO THE F*CK IS MILAN?”Het publiek op de tribunes leefde zich anderhalf jaar lang uit. Amsterdamse bluf. Ook daar. Amsterdamse overmoed. Want iedereen wist dat het niet lang kon voortduren. Het grote geld zou toeslaan en Ajax zou als een kale kip achterblijven. Zolang het kon besloot het publiek er echter alles uit te halen wat er uit te halen viel. Tegenstanders werden niet alleen op het veld verslagen. De Ajax fans lieten zich ook verbaal volledig gaan. Het publiek van de tegenstander werd volledig weggeblazen en soms zelfs vernederd. Niet altijd even fraai, maar te begrijpen viel het wel. De euforie kende tenslotte geen grenzen. 1995. Het is alweer zo lang geleden. Een sprookje uit de vorige eeuw. Journalist Mike van Damme brengt het echter allemaal weer terug in zijn boek 1995. Alle achtergronden, alle feiten, alle doelpunten, de mooie en minder mooie momenten. Ze komen allemaal voorbij. Voor de fans van Ajax en voor de neutrale voetballiefhebber is dit een onmisbaar boek. De grootsheid van het Nederlandse voetbal, waar we anno 2016 allemaal weer zo naar verlangen, druipt er vanaf. Van Damme laat zien hoe het succes is ontstaan, wat spelers en coaches er allemaal voor hebben moeten doen en laten. Hij maakt zichtbaar dat het soms gewoon om puur geluk gaat. Niet alles laat zich namelijk regisseren. Het is echter vooral een portret van een unieke generatie voetballers die gezamenlijk de kracht hadden om alles voor elkaar over te hebben. Zelfs reservespelers als Winston Bogarde, Peter van Vossen en John van de Brom waren van groot belang. Gouden Tijden. Ruim twintig jaar geleden. Het voelt na het lezen van dit boek nog altijd een beetje als gisteren.Geweldig!
1995
Mike van Damme
Uitgeverij Carrera
Prijs: € 19,95