Posts tonen met het label Sport. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sport. Alle posts tonen

vrijdag 30 november 2018

Henk Spaan: Nouri

OM TE JANKEN !



Je kon er op wachten. Het eerste boek over Nouri. Henk Spaan volgde het jonge wonderkind jaren op de voet en is daarom de logische auteur. Ruim een jaar na dato is het nog altijd moeilijk om over Nouri te lezen. Als fan van Ajax, als geboren en getogen Amsterdammer met zijn roots in Geuzenveld, als ex-speler van DCG, als liefhebber van sport, als mens. Het drama rondom Nouri raakte iedereen keihard. Niet alleen vanwege de hartverscheurende beelden, maar ook en vooral door het feit dat de jonge Marokkaan een heerlijk ventje was. Wie heeft de videoblog over Nouri niet gezien? Al jaren voordat hij in het eerste van Ajax zijn debuut mocht maken, lag de naam van Nouri bij veel volgers en fans van Ajax al op de lippen. Ik schreef ooit op twitter een bericht van – toen nog – honderdveertig tekens. Een eindeloos herhalen van de hashtag #nouri. Zo euforisch was ik na het zien van een wedstrijd van jong-Ajax met Nouri in een absolute hoofdrol. De echte kenners wisten het al vele jaren eerder. Toen Nouri samen met de inmiddels naar PSV vertrokken Bergwijn de verdediging van veel clubs tot opperste wanhoop dreef. 

Spaan belicht in zijn boek het zo goed als volledige verhaal van Abdelhak Nouri. Aan de hand van de getuigenissen van vrienden van de voetballer, alsmede klasgenoten, leraren, begeleiders, trainers en allerlei andere mensen die dicht of wat verder bij hem stonden. Het is geen boek geworden om in één keer uit te lezen. Als dat je lukt dan ben je op onvoorstelbare wijze in staat je emoties in bedwang te houden, of je begrijpt helemaal niets van het drama dat zich heeft afgespeeld. Dat tot op de dag van vandaag nog steeds gaande is. Terwijl Frenkie de Jong en Donny van de Beek de sterren van de hemel spelen, ligt Nouri doodstil op bed. De jongen die nu samen met zijn twee vrienden op het middenveld van Ajax en het Nederlands Elftal zou moeten spelen, die jaren en jaren het gezicht van een generatie was geworden en voetballiefhebbers in de gehele wereld in vervoering zou hebben gebracht.

Het is om te janken. Zoveel onrecht. Die kleine Nouri. Voetbal is plotseling onbelangrijk. Stond hij nou maar weer op. Kon hij maar weer lopen en praten. Het feit dat hij zo onvoorstelbaar goed kon voetballen maakt het natuurlijk niet erger. Als het iemand anders was overkomen, was het net zo erg. Maar Nouri…. Wie had er in hemelsnaam een hekel aan hem? Ik zie op dat plein in Geuzenveld nog altijd die jongens in een Feyenoordshirt met het rugnummer 34. Nouri kon als jongen van net 21 al meer bereiken dan al die praatgroepen, politici en burgemeesters bij elkaar. In het boek van Henk Spaan zie je de contouren van wat de toekomst had kunnen brengen. Van de schoonheid, kracht en menslievendheid die Nouri in zich had. 

Het boek van Spaan is de eerste aanzet tot meer. Meer boeken, meer verhalen, meer tranen, meer heimwee. Het is alleen allemaal niet genoeg. De leegte is te groot. Een blijvend verdriet. De voetballer Nouri is niet meer. 

Het hart van iedere liefhebber huilt.




Nouri
Henk Spaan
Uitgeverij Ambo|Anthos

Prijs: € 20,00

zondag 10 juni 2018

Michel van Egmond & Jan Hillenius: Inside

OVERDOSIS HUMOR



Na Topshow uit 2014 is Inside het tweede boek van het duo Michel van Egmond en Jan Hillenius over het satirische voetbalprogramma Voetbal Inside. Een verplichte aanschaf voor alle liefhebbers van het programma, aangezien in dit boek duidelijk wordt gemaakt waarom de heren de stap hebben gezet om RTL in te ruilen voor het Veronica van John de Mol. Veel werd al duidelijk tijdens de reguliere uitzendingen, maar uiteraard kwam niet alles naar buiten. De befaamde mailtjes van directeurtje bijvoorbeeld, maar ook de vele discussies buiten de schermen over de inhoud van Voetbal Inside, de kritiek, de druk van sponsoren en al het gekonkel rondom de contractbesprekingen. Los van het inzicht in alle problematiek bevat het boek ook een overdosis aan humor. Het is haast onmogelijk om Inside te lezen zonder herhaaldelijk in de lach te schieten. Natuurlijk scheelt het als je de heren twee keer per week op de televisie ziet en je daarmee keer op keer kostelijk weet te amuseren. Tegenstanders van het programma kunnen het boek daarom beter maar niet lezen. Die zijn er in behoorlijke aantallen, maar meestal met meningen die gebaseerd zijn op korte stukjes uit de show die op internet staan. Tegenstanders noemen het programma homo fobisch, seksistisch, racistisch, vrouwonvriendelijk en soms ronduit grof. Dat laatste wil inderdaad wel eens het geval zijn, als je wekelijks kijkt weet je dat er van die eerste vier kwalificaties weinig tot niets klopt. 

Ik begrijp sowieso niet wat sommige mensen tegen Johan Derksen hebben. Hij is grappig, ad rem, weet veel over voetbal te vertellen en heeft een duidelijke eigen mening. Ik geef toe, hij gaat soms over het randje, maar dat is nu eenmaal een beetje het format van het programma. Hij wil wel eens hard - maar ook inhoudelijk - uithalen, maar maakt er ook geen punt van als de bal weer wordt teruggekaatst. Dat hij stelling neemt tegen een (piep)kleine minderheid van de Nederlandse bevolking die het spelen van cowboy en Indiaantje door kinderen wil verbieden is mijns inziens helemaal niet zo gek. Straks moeten ouders ook kinderen tot orde roepen die vader en moedertje spelen omdat het niet gender neutraal genoeg zou zijn. 

Gijp zou zeggen: zolang ze nog maar doktertje mogen spelen…

Het boek Inside is een sportboek dat niet zoveel over sport gaat maar meer over het maken van het voetbalprogramma en het roeien tegen de stroom in. Het maakt eens te meer duidelijk dat Gijp, Derksen en Genee maling hebben aan de wereld en het programma alleen maar maken omdat ze er plezier in hebben. En om het geld, zoals ze zelf als eerste zouden roepen. Terwijl ze donders goed beseffen dat ze telkens weer onder het vergrootglas liggen van mensen die wél een mening hebben over het programma maar er iedere week weer weigeren naar te kijken. 

Van Egmond en Hillenius hebben het perfect op papier gezet.


Inside
Michel van Egmond & Jan Hillenius
Voetbal Inside
Prijs: € 17,50




vrijdag 12 mei 2017

Jamie Vardy: Vanuit het niets

Neusje voor de goal


Iedereen die het internationale voetbal een beetje volgt weet sinds vorig jaar wel wie Jamie Vardy is. De broodmagere spits en doelpuntenmachine van Leicester City, de Engelse club die het afgelopen seizoen historie schreef door de titel in de Premier League te veroveren. De clubs met het grote geld kregen het nakijken en werden op het oog simpel en zonder problemen aan kant geschoven. Chelsea, Manchester City, Manchester United. Als de grote jongens landskampioen worden in Engeland, dan haalt iedereen zijn schouders op. Clubs die in handen zijn van ambitieuze miljardairs die zonder met de ogen te knipperen vele honderden miljoenen euro's in hun club pompen. Honderd miljoen voor één enkele speler? Geen probleem. Aan geld geen enkel gebrek. Leicester City bewees vorig jaar echter dat sprookjes in de sport gelukkig nog steeds bestaan en dat ook een club met - voor Engelse begrippen - bescheiden middelen de titel kan winnen. Zonder ook maar een speler te kort te doen, was Jamie Vardy met al zijn doelpunten één van de belangrijkste pijlers onder het enorme succes. Een gedoodverfde degradatiekandidaat bleek een heel seizoen ongrijpbaar en Vardy scoorde er flink op los. Om na het behalen van de titel alle aanbiedingen te weerstaan en gewoon bij zijn Leicester City te blijven.

In de biografie Jamie Vardy: Vanuit het niets vertelt de spits zijn levensverhaal. Al op jonge leeftijd was hij gek op voetbal bleek hij het bekende en niet aan te leren neusje voor de goal te hebben. Veel verder dan de amateurs van het Engelse voetbal bracht het hem echter niet, mede omdat Vardy het buiten het voetbal ook belangrijk vond om te veel feesten en flink te drinken. Het bijna klassieke levensverhaal van veel Engelse jongeren die opgroeien in grauwe buurten waar de criminaliteit welig tiert en veel kinderen overdag aan hun lot worden overgelaten. Wel naar school of niet naar school: je zoekt het maar uit. Maak je een meisje zwanger? Dan ga je maar trouwen en je dagen in een of andere troosteloze fabriek slijten om ’s avonds en in het weekend de ellende van je af te drinken in één van de honderden kroegen die iedere middelgrote stad in Engeland rijk is. Vardy voldeed in zijn jonge jaren aan vrijwel alle vooroordelen die er zijn. Voetballen, scoren en drinken. Het was zijn droom om ooit te spelen voor zijn geliefde Sheffield Wednesday, dé club in zijn geboortestreek. Toen die echter geen interesse bleken te hebben leek zijn voetbaldroom voor altijd uit elkaar te spatten. Hij bleef voor een kleine, plaatselijke club spelen en verdiende zijn geld met geestdodend werk in een fabriek. Vardy kwam in contact met justitie en speelde zijn wedstrijden noodgedwongen met een enkelband. Ondanks dat hij totaal niet leefde als een sportman, bleef hij aan de lopende band zijn doelpunten maken en was hij ook fysiek nauwelijks af te stoppen. Uiteindelijk kreeg hij een contract aangeboden bij Fleetwood Town in een van de lagere divisies van Engeland. Hij deed het daar zo goed dat Leicester City al snel interesse kreeg. 

In zijn biografie komt Vardy niet altijd even sympathiek over maar moet je wel respect hebben voor zijn doorzettingsvermogen. Het is jammer dat hij pas – voor een voetballer – op latere leeftijd wat serieuzer voor zijn sport ging leven. Met name de hoofdstukken over Leicester City zijn heerlijk leesvoer en je beleeft dat waanzinnige seizoen opnieuw aan de hand van de vaak zo ongrijpbare spits. Het is ook het bewijs dat iemand met veel talent het uiteindelijk kan redden in de sport, ook al is hij door alles en iedereen al verschillende keren afgeschreven. Zolang je maar in jezelf blijft geloven. 


Jamie Vardy: Vanuit het niets
Jamie Vardy
Voetbal Inside
Prijs: € 19,99




woensdag 7 december 2016

Mike van Damme: 1995

Een sprookje uit de vorige eeuw


De fans van Ajax hadden in 1995 de tijd van hun leven. Het Ajax van Louis van Gaal was dat jaar onoverwinnelijk en won zo’n beetje alles wat er maar te winnen viel. Met als hoogtepunten de Champions League en de Wereldbeker. Het talent won het dat jaar van het grote geld. Een pure overwinning voor het voetbal. Voor het opleiden van spelers. Voor het aanvallende voetbal. Voor de toen nog volledig operationele Hollandse School. Amsterdamse bluf tegenover het Duitse, Spaanse en Italiaanse geld. Amsterdamse bluf, verstevigd met Finse genialiteit, Nigeriaans vernuft en Surinaamse trots. Een onvoorstelbaar elftal waarin doelman Edwin van der Sar de enige was die nog geen enkele interland had gespeeld. 

“BAYERN! BAYERN! WHO THE F*CK IS BAYERN?”

Je kan het je vandaag de dag gewoon niet meer voorstellen. Ajax speelde in 1995 (en een deel van 1996) iedere tegenstander moeiteloos en bijna achteloos van de mat. Real Madrid werd in hun eigen stadion vernederd en had het voornamelijk aan een hele slechte en bijziende grensrechter te danken dat het niet met nog grotere cijfers werd afgedroogd. Bayern München kreeg in Amsterdam maar liefst vijf treffers om de oren. Het grote AC Milan werd als Champions League winnaar van 1994 twee keer kansloos naar huis gestuurd en verloor vervolgens ook nog eens de finale. Drie keer op rij. In één seizoen. Fantastisch! Het Ajax van 1995 was een machine, een levend mechanisme, een verzameling van unieke talenten die allemaal op exact hetzelfde moment tot grote hoogte wisten te stijgen. Onder leiding van Louis van Gaal. Met een zeer belangrijke bijrol voor Gerard van der Lem en – uiteraard – de onvergetelijke Bobby Haarms. Werkelijk alles klopte. De snelheid op de flanken met Overmars en Finidi George. De doelgerichtheid van spitsen als Kluivert, Kanu en Ronald de Boer. Het ijzersterke en onverzettelijke middenveld met Davids, Seedorf en Jari Litmanen. De Fin die uitgroeide tot publiekslieveling nummer 1. Een levende legende, een held. De man die symbool stond voor alles wat Ajax in 1995 was. Ongrijpbaar, doelgericht, technisch begaafd en vooral een speler voor het team. Hij speelde centraal op het middenveld, voor een verdediging die hem daartoe ook in staat stelde. Michael Reiziger en Frank de Boer als zeer betrouwbare backs. Danny Blind en Frank Rijkaard in het centrum. Onaantastbaar. Frank Rijkaard. De verloren zoon. De man die afscheid wilde nemen bij Ajax, het elftal bij zijn hand nam en in de rust van de finale tegen Milan zijn medespelers toesprak. Van Gaal deed een stapje naar achteren. Rijkaard nam het woord. De rest is geschiedenis.

“MILAN! MILAN! WHO THE F*CK IS MILAN?”

Het publiek op de tribunes leefde zich anderhalf jaar lang uit. Amsterdamse bluf. Ook daar. Amsterdamse overmoed. Want iedereen wist dat het niet lang kon voortduren. Het grote geld zou toeslaan en Ajax zou als een kale kip achterblijven. Zolang het kon besloot het publiek er echter alles uit te halen wat er uit te halen viel. Tegenstanders werden niet alleen op het veld verslagen. De Ajax fans lieten zich ook verbaal volledig gaan. Het publiek van de tegenstander werd volledig weggeblazen en soms zelfs vernederd. Niet altijd even fraai, maar te begrijpen viel het wel. De euforie kende tenslotte geen grenzen. 

1995. Het is alweer zo lang geleden. Een sprookje uit de vorige eeuw. Journalist Mike van Damme brengt het echter allemaal weer terug in zijn boek 1995. Alle achtergronden, alle feiten, alle doelpunten, de mooie en minder mooie momenten. Ze komen allemaal voorbij. Voor de fans van Ajax en voor de neutrale voetballiefhebber is dit een onmisbaar boek. De grootsheid van het Nederlandse voetbal, waar we anno 2016 allemaal weer zo naar verlangen, druipt er vanaf. Van Damme laat zien hoe het succes is ontstaan, wat spelers en coaches er allemaal voor hebben moeten doen en laten. Hij maakt zichtbaar dat het soms gewoon om puur geluk gaat. Niet alles laat zich namelijk regisseren. Het is echter vooral een portret van een unieke generatie voetballers die gezamenlijk de kracht hadden om alles voor elkaar over te hebben. Zelfs reservespelers als Winston Bogarde, Peter van Vossen en John van de Brom waren van groot belang. Gouden Tijden. Ruim twintig jaar geleden. Het voelt na het lezen van dit boek nog altijd een beetje als gisteren.

Geweldig!


1995
Mike van Damme
Uitgeverij Carrera

Prijs: € 19,95




dinsdag 6 december 2016

Mark van den Heuvel: Johnny Rep, Buitenbeentje

Kroegentocht


Johnny Rep. Een geweldige rechtsbuiten in het gouden elftal van Ajax. Ik heb hem zien voetballen. In De Meer, in het Olympisch Stadion en natuurlijk op de televisie. De befaamde 3-0 overwinning van Ajax in de wereldbekerwedstrijd tegen Independiente, met twee doelpunten van Rep. De eerste wedstrijd van Oranje op het WK van 1974 in Duitsland. Het meest op mijn netvlies heb ik echter die avond in Belgrado, op woensdag 30 mei 1973, de finale van de Europa Cup 1 tegen Juventus. Ik zat thuis voor de televisie, dertien jaar oud. Op de grond. Mijn oom Ennio Seriani zat in de stoel van mijn vader. Als volbloed Italiaan was hij hartstochtelijk voor Juventus, maar in de vierde minuut van de wedstrijd zorgde Johnny Rep ervoor dat Ajax voor de derde keer op rij de Europa Cup 1 mee naar huis mocht nemen. Johnny Rep. Met lange, wapperende haren en een neusje voor de goal. Hij had Sjaak Swart eindelijk – en terecht – uit het elftal gespeeld en was samen met Johan Cruijff dé blikvanger van het elftal. Snel, flamboyant, doelgericht. 

Is dit de ultieme biografie van Johnny Rep? Ik weet het niet. Het gaat eigenlijk meer over de Johnny Rep van nu en een stuk minder over zijn voetballende jaren. Natuurlijk zijn er veel anekdotes, maar veel minder dat je zou willen. Na het lezen van dit boek weet je dat Rep een grote liefhebber is van fietsen, dat hij graag plantjes in de grond stopt en het geen enkel probleem vind om te poepen met de deur open. Feitelijk is het een soort van kroegentocht. Rep neemt zijn biograaf mee langs tal van restaurants, zowel in Spanje als in Nederland. Het hart van de ex-voetballer ligt duidelijk in Spanje, waar het leven zich in een veel ander tempo afspeelt dan in – pakweg – Alkmaar, Zwolle of Amsterdam. Het boek begint met een hondsberoerde en veel te hoogdravende introductie van Matthijs van Nieuwkerk, een ex-collega van Mark van den Heuvel uit zijn tijd bij het dagblad Het Parool. Het zorgt ervoor dat je deze biografie na twee pagina’s al bij het oud papier wil gooien. Gelukkig wordt het al snel wat beter, maar toch lijkt het allemaal niet echt van de grond te willen komen. 

Rep roept door het hele boek heen dat de titel eigenlijk Hoeren en Snoeren moet gaat worden. De eerste keer is dat wel grappig, bij de tweede keer kan je er nog licht om grinniken, maar bij de achtste keer weet je het inmiddels wel. Scheten latend baant Johnny Rep zich een weg door zijn biografie en hoewel je best wel een redelijk beeld van hem krijgt, stelt het jammer genoeg ook weer niet zo heel veel voor. De oud-Ajacied wil graag iets vertellen over het beroemde zwembandincident tijdens het WK in Duitsland. Als lezer ga je er even goed voor zitten. Krijgen we dan eindelijk te horen wat zich toen heeft afgespeeld? Waarom Johan Cruijff vier jaar later niet meeging naar Argentinië? Wat kan Rep ons vertellen? Nou… helemaal niets. Hij was al weg uit het hotel toen het wel of niet plaatsvond. Het is een beetje symptomatisch voor het hele boek. Het is het allemaal nét niet. Tegen het eind vraag je jezelf af waarom deze biografie over Johnny Rep eigenlijk is geschreven. Het idee was natuurlijk wel goed. Johnny Rep was een geweldige voetballer die toch ook een beetje aan lager wal is geraakt. Nooit helemaal serieus is genomen na afloop van zijn carrière. Daar zit ergens een goed verhaal in verstopt. Zou je denken.

Het leuke van “Johnny Rep: Buitenbeentje” is vooral Johnny Rep zelf. Al komt hij een beetje over als een persiflage op zichzelf. Hij loopt met blikjes mosselen onder zijn arm door Spanje, helpt zijn vriendin in haar restaurant en zegt doorlopend dat hij geen trauma’s heeft overgehouden aan zijn voetballeven en latere gebrek aan erkenning. Zo vaak, dat hij het inmiddels zelf is gaan geloven. Als je, zoals ik, altijd een zwak hebt gehad voor deze rebel, dan lees je het met een glimlach. Dan prik je er echter ook vrij makkelijk doorheen. Hij wil het overduidelijk zo weinig mogelijk hebben over zijn jaren bij Ajax en vooral niet over Sjaak Swart. Om het vervolgens pagina’s lang over Sjakie te hebben. Het boek heb je in een paar uurtjes uit, mede door de opvallende hoeveelheid lege pagina’s. Witte vlekken. Misschien wel kenmerkend voor het leven van Johnny Rep. Hij kan zich lang niet alles meer herinneren. Wat de opdracht van de auteur alleen maar moeilijker heeft gemaakt. 

Op de achterkant staat nog een mooie foto van Rep, jonglerend met een bal. Bovenaan wordt om onbegrijpelijke redenen extra aandacht gevraagd voor het voorwoord van Matthijs van Nieuwkerk. Alsof ze bij de uitgever bang waren dat het verhaal van Johnny Rep eigenlijk niet voldoende zou zijn voor de aanschaf van deze biografie. Dat is ook eigenlijk wel zo. Het verhaal is leuk om te lezen, maar niet meer dan dat. Daarvoor staat er te weinig in over zijn voetballende jaren. Met name over zijn avonturen in het buitenland weten we niet zo heel erg veel. Dat zou een veel beter boek hebben opgeleverd. Jammer dat Rep het zich blijkbaar niet meer zo goed voor de geest kan halen. Toch kan je je aan dit boek niet echt een buil vallen. Johnny Rep is tenslotte Johnny Rep. 


Johnny Rep: Buitenbeentje
Mark van den Heuvel
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99





zondag 27 november 2016

Thijs Zonneveld: Thomas Dekker, Mijn gevecht

Een vervelende en narcistische man




Ik heb helemaal niets met wielrennen. Ik geef er werkelijk niets om. De Tour de France is in mijn ogen één van de meest saaie en overbodige sportevenementen van het jaar. Dat werd niet beter toen er de afgelopen jaren steeds meer werd gezegd en geschreven over het dopinggebruik van veel wielrenners. Het creëerde bij mij het beeld dat niet de beste wielrenners de belangrijke wedstrijden winnen, maar de renners met de beste of meeste doping. Het staat daarmee haaks op alles wat ik juist zie als de schoonheid van alle vormen van sport. Lance Armstrong werd aan de hoogste boom opgeknoopt, maar ik had al snel het idee dat hij tevens als afleidingsmiddel werd gebruikt. Alle aandacht ging naar de man die lange tijd als de beste wielrenner ooit werd gezien, zodat de rest van de wielersport een beetje in de schimmige luwte kon blijven. Inmiddels weten we beter en lijkt het er bijna op dat er geen enkele wielrenner is die nog nooit doping heeft gebruikt. 

Van Thomas Dekker had ik nog nooit gehoord. De foto op de omslag van het boek van Thijs Zonneveld deed bij mij geen enkel lampje branden. Ik zag hem op televisie bij DWDD en had eerlijk gezegd meteen een hekel aan hem. Toegeven dat je doping hebt gebruikt. Lekker makkelijk, zoveel jaar na je zogenaamde carrière, nadat je bent betrapt en je geen enkele kant meer op kan. In de tijd dat hij met doping in z'n lichaam al zijn wedstrijden reed deed hij zijn best om alles voor iedereen te verbergen, maar dan nu een boek laten schrijven en daarin alle collega’s, vrienden en begeleiders aan de schandpaal nagelen. Natuurlijk is het goed dat we weten hoe onvoorstelbaar verrot de wielerwereld is, maar wie ben jij dan om als dader meteen iedereen erbij te lappen? Aan de andere kant: als niemand iets durft te zeggen dan blijft de sport zo verziekt als maar kan en zal er dus ook weinig of niets veranderen.

Met Thomas Dekker: Mijn gevecht doet Thijs Zonneveld uit naam van Thomas Dekker in 220 pagina’s een poging om uit te leggen waarom hij uit de school klapt. Het verhaal lijkt op zich wel eerlijk en Dekker is hard over zijn eigen rol in het geheel. Hij heeft het tenslotte allemaal zelf opgezocht en niemand heeft hem ooit gedwongen om te doen wat hij allemaal heeft gedaan. Dekker was de gouden jongen met een grote toekomst, die echter op alle belangrijke momenten de verkeerde beslissingen nam. Nu zijn geweten begint op te spelen besluit hij schoon schip te maken en iedereen erbij te lappen. Op het eind van het boek doet hij een poging om net te doen alsof hij nog wat eer en geweten heeft, door een andere wielrenner geen schorsing van acht jaar te bezorgen. De meeste namen die hij in het boek noemt zijn voor mij onbekende personages. Slechts een enkele naam klinkt enigszins bekend, maar ik kan er geen gezichten bij plaatsen. Ik krijg als absolute buitenstaander echter wel de indruk dat de wielrennerij jarenlang een oplichtersbende is geweest. Wilde je een koers winnen, dan moest je stijf staan van de verboden middelen. Inmiddels schijnt dat allemaal anders te zijn, mede door de introductie van het bloedpaspoort. Of dat ook zo is? Ik heb geen idee. Misschien worden er nu middelen gebruikt die op dit moment nog niet traceerbaar zijn. Onderschat nooit de vindingrijkheid van de menselijke geest. 

Voor veel mensen zal er altijd een verdacht geurtje blijven hangen boven de wielersport. Vooral als mensen als Thomas Dekker de deur op een kiertje zetten. Ik heb het boek gelezen uit pure interesse. In sport in het algemeen. Maar uiteraard ook omdat ik benieuwd was naar de vuile was. Om te zien of mijn vooroordelen zouden worden bevestigd. Dat laatste is zeker het geval. Het boek is minder smeuïg als optredens van auteur en wielrenner bij DWDD deden vermoeden. Het is buiten de inmiddels welbekende schimmigheid vooral het verhaal van een wielertalent die heel hard kon fietsen en in alles de beste wilde zijn. Die te jong teveel geld kreeg en geen weerstand kon bieden aan alle verleidingen. Een kleine jongen in een snoepwinkel. Thijs Zonneveld heeft het allemaal met veel vaart en souplesse opgeschreven en je schiet daarom in de hoogste versnelling van start naar finish. Dekker lucht zijn hart, zegt dat hij hoopt dat jonge wielrenners van zijn verkeerde keuzes zullen leren. Maar toch ontkom je niet aan het idee dat als hij morgen weer op de fiets zou kunnen klimmen, hij waarschijnlijk weer dezelfde fouten zal gaan maken. De wens om te winnen, de honger naar succes en macht. Ik heb niet echt kunnen ontdekken waarom hij nu zijn verhaal heeft willen doen. Misschien wel omdat hij dacht dat het een bestseller kon worden. Dat blijkt inderdaad het geval. 

Het boek van Thijs Zonneveld geeft mij in ieder geval een dubbel gevoel. Dekker is er niet sympathieker op geworden en lijkt te bevestigen dat het eigenlijk maar een vervelende en narcistische man is. Het lijkt soms ook een wraakactie om ervoor te zorgen dat niet alleen hij maar ook andere daders ter val worden gebracht. Ik heb absoluut geen medelijden met die mensen, maar toch lijkt het door het hele boek heen wel te wringen. Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik ervan moet denken, maar de kans dat ik ooit nog eens een liefhebber van wielrennen zal worden is inmiddels kleiner dan ooit tevoren.


Thomas Dekker: Mijn gevecht
Thijs Zonneveld
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99






dinsdag 1 november 2016

Michel van Egmond: De wereld volgens Gijp

Een rouwrandje



Natuurlijk is René van der Gijp een fenomeen. Dankzij het altijd spraakmakende televisieprogramma Voetbal Inside krijgt hij twee keer per week een platform om zijn voetbalkennis en zijn voor veel mensen onweerstaanbare humor te tonen. Het is over het algemeen moeilijk om een hekel aan hem te krijgen, met zijn – al dan niet gekunstelde – schaterlach, zijn duidelijke mening over het hedendaagse voetbal, zijn sterk relativerende verhalen over zijn eigen voetbalcarrière en over de vele randzaken binnen en buiten het voetbal. René van der Gijp is feitelijk een nationaal bezit geworden en dus weten wij ook bijna alles over hem. Veel verteld hij zelf op televisie en een deel komt tot ons via onder andere Johan Derksen, Jan Boskamp en/of Hans Kraaij jr. Het door Michel van Egmond geschreven boek GIJP deed vervolgens de rest. 

Hoewel Van der Gijp zijn privéleven wel enigszins probeert af te schermen, haalt hij natuurlijk wel de krant als er binnen zijn persoonlijke omgeving wat heeft plaatsgevonden. Dat is enerzijds de keerzijde van het succes en aan de andere kant een al dan niet logisch vervolg van zijn rol als bekende Nederlander. Na het enorme succes van GIJP besloten Michel van Egmond en René van der Gijp aan een vervolg te werken. Hoewel de ex-voetballer lange tijd een tweede boek had uitgesloten, hadden er in zijn privéleven dusdanig veel dingen plaatsgevonden dat hij mogelijk dacht dat dit de beste manier was om alle vragen te beantwoorden en de draad van zijn leven weer op te pakken. 

Het begin van De wereld volgens Gijp is als vanouds. Lachen, gieren, brullen. Precies zoals het grootste deel van het zeer succesvolle eerste boek. Langzaam maar zeker wordt de toon echter serieuzer, met name als het plotselinge overlijden van zijn vriendin aan bod komt. Was voetbal voorheen voor Van der Gijp vooral een vorm van groot vermaak, plotseling is het een manier om de dag door te komen. Een bron van troost en een manier om dichter bij zijn zoon te komen, voor wie hij plotseling alle verantwoordelijkheid heeft. 

Buiten de ex-voetballer komen ook veel van zijn vrienden aan het woord. Het levert een mooi portret op van René van der Gijp, welke een kant van hem belicht die hij nog nooit eerder aan de wereld heeft getoond. De man achter de schaterlach, het mens achter de humor. Een vader die de wereld niet meer begrijpt, die vol schuldgevoel zit en die weet dat zijn leven enorm gaat veranderen. Die daar echter ook totaal niet voor wegloopt en volledig zijn verantwoordelijkheid neemt. Een man die instinctief weet wat hij moet en wil doen. Die geen seconde twijfelt bij het nemen van de juiste beslissingen, zoals hij ook als voetballer een speler was die intuïtief wist wat hij wel en niet moest doen. 

Opvallend is ook dat Van der Gijp helder en duidelijk praat over zijn op het oog vrij zonderlinge – of misschien wel excentrieke – eigenschappen. Hij schaamt zich nergens voor, leefde zijn leven op zijn eigen manier en had maling aan wat andere daar van vonden. Waarom ook niet? Het is zijn leven, hij doet niemand kwaad en valt niemand lastig. En mocht je hem op de televisie vervelend of onbeschoft vinden: dan zap je maar naar een ander net of zet je hem uit. Het kan Gijp allemaal niets schelen. Tijdens het lezen vergeet je soms dat het boek over Gijp gaat, maar niet zelf door hem is geschreven. Die taak heeft Michel van Egmond op zich genomen. Het verhaal is echter zeer persoonlijk en soms intiem. Als ook de moeder van de ex-voetballer komt te overlijden, brengt Van Egmond dat ook weer op een zeer integere manier in beeld. Voor Van der Gijp is het duidelijk een ander soort verdriet. Intens, maar wel iets wat hij veel beter en sneller kan accepteren. 

Net als het eerste deel is ook De wereld volgens Gijp een meeslepend en humoristisch boek. Deze keer echter met een rouwrandje, wat niet verwonderlijk is. Het maakt het verhaal van Michel van Egmond daardoor menselijker dan ooit en kom je dichter bij Gijp dan ooit tevoren.


De wereld volgens Gijp
Michel van Egmond

Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99






zondag 30 oktober 2016

Vincent de Vries: Kraay

Het beste sportboek van dit jaar?



Wie is Hans Kraay jr.? Deze vraag staat op de achterkant van dit boek van Vincent de Vries, de sportjournalist die onder andere verantwoordelijk was voor de bestseller Vechtlust over het leven van oud-international Fernando Ricksen. Kraay moet antwoord geven op die vraag. Wie hebben Hans Kraay jr. gemaakt tot de man die hij nu al jaren is? De Vries doet dat door middel van tien gesprekken met belangrijke personen in het leven van de ex-voetballer, trainer en journalist, die de laatste jaren vooral bekend is geworden als één van de vaste gezichten van het immens populaire televisie programma Voetbal Inside. Gesprekken met onder andere Hans Kraay sr. – zijn vader – René van der Gijp, Guus Hiddink, Bert van Marwijk, Kees Jansma, Johan Derksen en Simon Kistenmaker. De rode draad in veel van de gesprekken is de vriendschap tussen Kraay en de mensen met wie Vincent de Vries en Hans Kraay jr. aan tafel zitten. De meeste delen een roemrijk verleden met hem. Van der Gijp en Kraay speelden beide in de jeugd van Feyenoord en maakten na de trainingen en wedstrijden het nachtleven onveilig. Hiddink en Kraay speelden samen in Amerika, in een elftal met niemand minder dan de fameuze George Best. Met Bert van Marwijk speelde een jonge Kraay bij het toen roemruchte AZ’67, waar ook Willem van Hanegem op het veld stond. Hun mening over Hans Kraay is redelijk unaniem: een voetballer met een enorme inzet maar wat magertjes op het gebied van talent. Maar inmiddels wel een man met veel tactische bagage en als journalist behept met enorm veel voetbalkennis. Iemand die niet alleen veel van het spelletje weet maar er ook inhoudelijk met zeer veel verstand over kan praten. Dat laatste wordt onder meer bevestigd door Johan Derksen, de man die hem op televisie er vaak ongenadig van langs kan geven, maar ook een enorme zwak voor hem heeft. 

In alle gesprekken leer je Hans Kraay jr. steeds beter kennen en ontdek je dat hij in veel opzichten een andere man is dan je misschien op basis van zijn televisiewerk zou denken. Ronduit ontroerend is het hoofdstuk met zijn vriendin, de vrouw die centraal staat in de inmiddels beroemde dolle duikavond. Een vrouw over wie je als buitenstaander nauwelijks iets weet, behalve wat je zo af en toe hoort in Voetbal Inside. Dat ze mooi is, veel jonger dan Kraay zelf en dat ze hem onvoorwaardelijk steunt. Sofie is echter meer dan dat. Ze is de motor achter de man die lange tijd dacht dat het ware geluk voor hem niet was weggelegd. De vrouw die tegenwoordig al zijn zaken regelt maar die voor hetzelfde geld de rest van haar leven in een rolstoel had moeten doorbrengen. Het hoofdstuk laat zich ademloos lezen en met iedere zin groeit je respect voor de twee zielsverwanten en moet je van goede huizen komen wil hun intense verhaal je niet raken met de kracht van een moker. 

Kraay is een bijzonder en zeer interessant boek, een kijkje in het leven en denken van een grote persoonlijkheid die bekendstaat als iemand die beschikt over een enorme hoeveelheid humor. Dat laatste wordt bevestigd in dit boek, maar vooral zijn leven als voetballer en coach worden sterk benadrukt. Het meest imponerende beeld dat wordt geschetst is echter de gevoelsmens die Hans Kraay jr. overduidelijk is. Zijn verdriet over zijn dementerende moeder, zijn waanzinnige bewondering voor zijn vader en zijn liefde voor zijn vrouw Sofie. Het maakt van Kraay een mooi, interessant, grappig maar vooral een zeer ontroerend boek. Misschien zelfs wel het beste sportboek van dit jaar. En wie had dat gedacht na het verschijnen van het tweede boek van René van der Gijp en de biografie van Johan Cruijff. 

Die Kraay flikt het toch maar even….


Kraay
Vincent de Vries
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99 






woensdag 14 september 2016

Hajo de Boer: Mijn zoon, Ajacied

Humor en zelfspot


Eigenlijk dacht ik dat Mijn zoon, Ajacied weer zo’n afzeikboek ging worden. Over hoe bikkelhard de jeugdopleiding van Ajax wel niet is en hoe tere kinderzieltjes worden vertrapt in de blinde ambitie van een beroemde voetbalclub om weer een nieuwe Marco van Basten of Dennis Bergkamp uit de grond te stampen. Niets is echter minder waar. Het boek van Hajo de Boer is een zeer komisch en vooral zeer herkenbaar verhaal van en over een vader die helemaal in de war raakt als zijn zoon voor Ajax mag gaan spelen. Een vader van een jonge keeper die eigenlijk helemaal niet zo geïnteresseerd is in een carrière als voetbalicoon en liever thuis op de iPad of de Playstation zijn spelletjes speelt. De vader is echter enorm trots, verliest af en toe de realiteit een beetje uit het oog en ziet zijn zoon al een Champions League finale keepen en vlak voor tijd de winnende strafschop uit de bovenhoek tikken. 

De praktijk is echter wat minder fraai dan de droom. Bij Hajo de Boer regeert echter voornamelijk de droom en hij doet bijna alles om zijn zoon Felix net zo fanatiek te krijgen als hij zelf is als liefhebber en voetbalvader. Keepers moeten tweebenig zijn en dus koopt hij een dure Derbystar bal nummertje vier. Identiek aan wat ze bij Ajax gebruiken. Felix moet thuis zijn slechte been oefenen tegen een met zorg geselecteerd muurtje, zodat ze bij Ajax zien dat hij vooruit gaat. Dat hij steeds beter wordt. Dat hij thuis ook traint en er werkelijk alles aan doet. Helaas voor Hajo is zijn zoon met z’n mindere been nog niet goed genoeg en met het eerste schot verdwijnt de bal over de muur in de Kostverlorenkade. Weg dure bal. Voorbij is de extra training. De moeder van Felix kan er hartelijk om lachen, maar voor de voetbalvader is het alsof zijn nieuwe, denkbeeldige wereld even instort.

Mijn zoon, Ajacied is een explosie van de lachspieren. De auteur kan zijn belevenissen als vader van een zoon in de meest beroemde jeugdopleiding achteraf heerlijk relativeren. Zonder zijn eigen rol mooier te maken dan die is vertelt hij in het boek werkelijk alles wat er op ouders afkomt als hun zoon naar Ajax mag. De al genoemde trots, maar ook alle onzekerheid (is hij wel goed genoeg?), de omgang met andere voetbalouders, het moeten accepteren van alle regels van Ajax en het probleem om je zoon los te laten als je beseft dat hij het uiteindelijk zelf moet gaan doen. De Boer brengt haarscherp in beeld dat de jeugdopleiding sinds de zogenaamde fluwelen revolutie van Cruijff blijkbaar niet duidelijker is geworden. Veel trainers zijn zelf nog zoekende. Winnen is niet meer belangrijk. Het gaat om de ontwikkeling van de individuele kwaliteiten van de spelers. Ze moeten alles kunnen, alles leren, multifunctioneel zijn en – indien mogelijk – ook nog een beetje plezier hebben. 

Ondanks de humor en de met veel zelfspot beschreven situaties is het tussen de regels door ook een beetje een klacht tegen die jeugdopleiding. Want feitelijk doen die trainers maar wat. Ze weten dat ze een grote naam hebben en wereldberoemde spelers hebben afgeleverd, maar niemand weet eigenlijk precies hoe ze dat hebben gedaan. Als ze bij Ajax ontdekken dat muzikanten feitelijk zeer creatieve mensen zijn, dan krijgen twee elftallen plotseling een of twee keer per week muziekles in plaats van een normale voetbaltraining. Om te ontdekken of ze door het bespelen van een triangel of een basgitaar misschien tijdens de wedstrijd wél die Messiaanse steekpass kunnen geven. Alsof bassisten wereldwijd allemaal geweldig kunnen voetballen. Maar ja, je probeert eens wat. Als je Hajo de Boer mag geloven – en als iemand zich zo kwetsbaar opstelt in zijn boek, dan denk ik dat wel te mogen doen – is het bij Ajax één groot experiment en hopen ze nog altijd de juiste ingrediënten te vinden die er voor moeten zorgen dat ze inderdaad invloed hebben op de vorming van jeugdige talentjes tot toekomstige topvoetballers. In de praktijk kan het echter best wel eens zo zijn dat jongens met enorm veel talent uiteindelijk goede voetballers kunnen worden, maar alleen als ze dat zelf ook daadwerkelijk willen. En dat matige voetballers altijd matige voetballers zullen blijven. Hoeveel individuele trainingen je ze ook geeft. Goed wordt gedeeltelijk beter, maar slecht en matig blijven altijd middelmatig.

Mijn zoon, Ajacied is een geweldig boek. Komisch. Eerlijk. Interessant. Het geeft een kijkje in het leven van een talentvolle keeper en wat de magische naam van Ajax met een gezin kan doen. De laatste tien pagina’s van het boek zijn leeg. Jammer. Van mij had Hajo de Boer ze nog wel even mogen vullen. Zijn verhaal smaakt namelijk in alles naar meer.


Mijn zoon, Ajacied
Hajo de Boer
Voetbal Inside

Prijs: € 19,99



dinsdag 31 mei 2016

Nico Dijkshoorn: Klein geluk

Geluk zit in een klein hoedje



Vlak voor het verschijnen van Aftrappen, de nieuwe bundel met columns die Nico Dijkshoorn de afgelopen maanden schreef voor het weekblad Voetbal International, besloten ze bij de uitgeverij het roer volledig om te gooien. Een hoge piet van de afdeling marketing had met een PowerPoint presentatie aan de directie duidelijk gemaakt dat Nico anders in de markt moest worden gezet. Met wat meer de nadruk op zijn zachte en aaibare kant. Als een mens met gevoelens en diepere emoties dan je op het eerste gezicht misschien zou denken. Zowel de titel als de omslag moesten op het allerlaatste moment veranderen, ook al zou dat tot verwarring in de boekwinkel en bij de fans van Nico Dijkshoorn zorgen. 

- “Heeft u Aftrappen van Nico Dijkshoorn?”. 

De verkoper achter de toonbank schudt voorzichtig zijn hoofd. Die ziet de bui al hangen. 

- “Nee, die heb ik niet. Maar wel zijn nieuwe boek: Klein Geluk.”
- "Huh? Klein Geluk? Klein Geluk? Ik zoek geen roman van Connie Palmen! Al helemaal geen dichtbundel van Arie Boomsma! Ik wil het nieuwe boek van Nico Dijkshoorn: Aftrappen.”
- “Sorry. Het spijt mij echt, maar die titel hebben ze aangepast. Het heet nu Klein geluk”
- “Wat nou Klein geluk? Wat is dat nou weer voor een domme titel. Boeken van Nico hebben andere titels. Natrappen, Affluiten, van mijn part Matennaaien. Maar geen Klein geluk. Stomme eikel! Met je lullig boekwinkeltje.” 
- “Sorry. Ik zei toch sorry.”

Op de PowerPoint presentatie zag het er geweldig uit. Ook de foto moest anders. Geen Nico Dijkshoorn die met een wat filosofische blik in zijn ogen naar iets in de verte kijkt. Waarschijnlijk naar de klok om te zien hoelang hij zijn lach al had ingehouden. Met zijn hoedje. Op de nieuwe foto moest hij net als Pipo de Clown zijn hoofddeksel een beetje afnemen als een soort saluut aan de lezer. Dat was pas een staaltje marketing. Iets waar de echte uitgeverijen een puntje aan konden zuigen. Het hoofd van de afdeling marketing kreeg een staande ovatie van de directieleden. 

Het nieuwe boek van Nico Dijkshoorn heet dus op het laatste moment geen Aftrappen maar Klein geluk. Daar is niets meer aan te doen en moeten we dus maar mee zien te leven. Het leest in het begin natuurlijk wel even anders. Wat onwennig. Intiemer misschien. Je durft niet meteen hard te lachen, want dan passen die titel en nieuwe foto niet meer zo goed bij het boek. Nico schrok zich ook een hoedje toen hij het tijdens de aanvullende fotoshoot van zijn uitgeverij te horen kreeg. Dat is duidelijk aan die nieuwe omslag te zien. Gelukkig maken de columns alles goed en na een paar bladzijden ben je al die slimmigheden van de uitgever alweer vergeten en kan je ouderwets en ongenadig in de lach schieten. Met een zeer aparte bril bekijkt Dijkshoorn de voetballerij en weet ze telkens weer een behoorlijke spiegel voor te houden. Niemand ontkomt eraan. Neem je jezelf te serieus, dan ben je aan de beurt. Zoals het ook hoort. In totaal bevat Klein geluk zevenenveertig columns waarin Dijkshoorn de voetballerij weer in het juiste perspectief plaatst. Over Jasper Cillessen, Dirk Kuijt, Michiel Kramer, Louis van Gaal, Foppe de Haan, ADO Den Haag, Johan Cruijff, Co Adriaanse en – natuurlijk – Buik Reffels. Als toegift staat er nog een mooi verslag in van de eerste ontmoeting van Dijkshoorn met Wim van Hanegem. Een waardige afsluiting van een prachtig voetbalboek waar je ouderwets om kan janken van plezier.

Dat hoedje op de voorkant staat Nico overigens geweldig. Hij heeft echt een hoedjeshoofd. Als je vroeger wel eens dacht dat je iets vreemds zag in zijn gezicht, iets wat je niet helemaal kon plaatsen, dan weet je nu wat het is. Het hoedje ontbrak. Niemand kan een hoedje zo overtuigend dragen als Nico Dijkshoorn. Met klasse en stijl. Plotseling begrijp ik waarom ze bij de uitgeverij gekozen hebben voor die titel: Klein geluk. Dat zit namelijk – zoals wel vaker – in een klein hoedje.


Klein geluk
Nico Dijkshoorn
Uitgeverij Voetbal International
Prijs: € 14,95





woensdag 11 mei 2016

Nico Dijkshoorn: De vrije man

Dijkshoorn rules!



Net als veel andere liefhebbers van voetbal en humor vind ik het erg jammer dat Nico Dijkshoorn niet meer aanschuift aan de tafel van Voetbal International. Of beter: Voetbal Inside, zoals het programma tegenwoordig heet. Het zal wel met het tijdschrift VI te maken hebben en de breuk met hun voormalige hoofdredacteur. Mijns inziens was Dijkshoorn echter de beste gast aan tafel, naast Wim Kieft natuurlijk. Gijp is normaal gesproken het – vaak – vermoeiende middelpunt van het programma, die het doorgaans alleen maar heeft over Barcelona, Bayern München en de slechte balbehandeling van middelmatige spelers. Waar we er op de Nederlandse velden al jarenlang meer dan genoeg van hebben rondlopen. Daarnaast is Gijp een waar orakel over de verschillende technieken binnen het internationale paaldansen. Bij alles roept hij dat het waanzinnig is en vervolgens slaat hij nog eens de gast naast hem hard op de rug. 

Ouwe pik. 

Nico Dijkshoorn was het perfecte tegengewicht, met humor en een duidelijk gebrek aan kennis van zaken. Nooit een woord over de tactiek van Ajax of PSV, niets over de veldbezetting van Feyenoord en al helemaal niets over een ruit op het middenveld of de overduidelijke voor- of nadelen van een omschakeling tussen 1-4-3-3 en 1-3-4-2-1. Johan Derksen noemt het programma altijd een afspiegeling van de gemiddelde voetbalkantine en spreekt tegen dat ze aan tafel onnodig kwetsend of negatief zijn. Het is satire! Vaak ben ik het daar overigens wel mee eens en ben ik van mening dat voetballend Nederland zich wat minder serieus moet nemen. Nico Dijkshoorn was als gast uitstekend in de rol van de man die zich na iedere wedstrijd ook even liet zien in de kantine. “Doe mij maar een bal gehakt en een frikandel speciaal met extra saus. En doe dan gelijk ook maar een biertje, wat kan mij het schelen.”

Nu Dijkshoorn niet meer in het programma komt is het mijns inziens allemaal wel een stukje minder geworden. Maar gelukkig hebben we de boeken nog. De Vrije Man voldoet aan alles wat je verwacht van een verzameling columns van Nico Dijkshoorn. Het normale wordt lekker absurd gemaakt en het absurde krijgt – net als die frikandel speciaal – een extra sausje. De columns zijn het ultieme voorbeeld van tijdloze voetbalhumor, de literaire vorm van twee liter urine in het flesje shampoo van de keeper, de drol in de linkerschoen van de rechtsbenige verdediger en de slagroom in het busje scheerschuim van de niet scorende spits. Opgeschreven op een manier zoals slechts weinige dat kunnen. 

De boeken met voetbalcolumns van Nico Dijkshoorn zijn een noodzakelijke aanschaf voor alle liefhebbers van voetbal en voor alle voetballers die beseffen dat er meer in het leven is dan hun eigen ego.

Nico Dijkshoorn rules!

Met die oogjes van hem.


De vrije man
Nico Dijkshoorn

Uitgeverij VI
Prijs: € 14,95