Posts tonen met het label Thriller. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Thriller. Alle posts tonen

maandag 5 juni 2017

Pierre Lemaitre: Alex

Totale verbijstering



Het tweede deel van Pierre Lemaitre in zijn op dit moment vierdelige reeks over commandant Camille Verhoeven wijkt enigszins af van het eerste deel. Schreef hij Irene in verleden tijd en in vaak korte hoofdstukken, met Alex speelt alles zich af in de tegenwoordige tijd en zijn de meeste hoofdstukken aanzienlijk langer. Het is inmiddels vier jaar later en Verhoeven kampt overduidelijk met de naweeën van de gebeurtenissen die in het eerste deel plaatsvonden. Zijn inmiddels ontbonden team komt weer grotendeels bij elkaar als hij de opdracht krijgt om uit zijn zelf verkozen isolement te komen en de ontvoering van een jonge vrouw te onderzoeken. In eerste instantie wil Verhoeven weigeren. Hij doet alleen nog maar kleine zaken, waarbij de doden achter hem liggen. De doden die definitief en onweerlegbaar dood zijn. Ontvoeringen horen daar niet bij. Zijn baas en vriend Le Guen is echter onvermurwbaar en dwingt Verhoeven deze zaak op te lossen.

Alex is een geweldige thriller die in hoog tempo en met veel plotwisselingen als een film aan je voorbij trekt. Na honderd pagina’s denk je te weten wat er aan de hand is, maar halverwege het verhaal ontdek je dat een groot deel van wat je dacht niet blijkt te kloppen. Dat er heel iets anders speelt wat je niet hebt zien aankomen. Pierre Lemaitre laat je lange tijd in die waan en om vervolgens in het derde deel van het boek te laten doorschemeren dat er misschien toch nog héél iets anders aan de hand kan zijn. Om tenslotte met een daverende afsluiting te komen die volledig recht doet aan het gecompliceerde, intrigerende en onthutsende verhaal. Als lezer ben je in het begin geschokt door de wreedheid van de ontvoerder, geïmponeerd door het lef en de vastberadenheid van de ontvoerde vrouw. Daarna komen kolkende emoties als opperste verbazing, diepe afschuw en totale verbijstering om de hoek kijken, om vervolgens licht mededogen te voelen dat uiteindelijk weer overgaat in diepe haat en een groot gevoel van gerechtigheid. Razend knap dat een auteur in één boek zoveel verschillende gevoelens en reacties kan oproepen in een verhaal dat van begin tot eind ook nog eens volstrekt overtuigend en geloofwaardig is. Wie is het slachtoffer? Wie is de dader? Wie is schuldig en wie niet? Gesteund door zijn team moet Verhoeven worstelen met de gelijkenissen die er zijn tussen de ontvoerde vrouw en zijn eigen Irene. Alles loopt in elkaar over en je gaat twijfelen of Camille Verhoeven wel in staat is om deze zaak tot een goed einde te brengen. Ook binnen zijn omgeving beginnen mensen daar vraagtekens bij te zetten, maar de commandant weet als geen ander hoe hij de feiten – of het gebrek daaraan – moet interpreteren. 

Pierre Lemaitre is een auteur die bijna met niemand anders te vergelijken valt. Zijn boeken zijn uitermate spannend, bevatten gruwelijke elementen, vaak een beklemmende sfeer en zetten je doorlopend op het verkeerde been. De ontknopingen zijn stuk voor stuk kleine meesterwerkjes en hij zorgt ervoor dat de opgeroepen emoties bijna letterlijk onder je huid kruipen. Fantastisch! Net als Irene is ook Alex een boek dat je nauwelijks even kan wegleggen. Je wordt gedwongen om in hoog tempo door te lezen en te ontdekken wat er nou precies aan de hand is. Het boek is daardoor veel sneller uit dan je lief is en na het omslaan van de laatste pagina kan je niet anders dan concluderen dat je wederom een meesterlijke ervaring rijker bent. 

Wat een boek! Wat een auteur!


Alex
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs:  € 10,00






donderdag 1 juni 2017

Pierre Lemaitre: Drie dagen en levenslang


Verwoestend


‘Als voor de ogen van de twaalfjarige Antoine zijn lievelingshond wordt vermoord, reageert hij zijn woede af op zes zesjarige buurjongetje. Hij slaat en schopt en gaat net zolang door tot…’

Voor je een boek leest of koopt bekijk je in de regel altijd even de achterkant. Om te zien waar het verhaal ongeveer over gaat. Soms twijfel je dan, omdat het je niet aanspreekt en soms ben je meteen enthousiast. In beide gevallen is het geen garantie dat je een goed, matig of slecht boek in handen hebt. De achterkant is echter wel belangrijk en iedere uitgever hoort er zijn best op te doen. Toch lijkt dat niet altijd het geval te zijn. Neem de thriller Irene van Pierre Lemaitre, waar op de achterkant van de eerste druk gewoon een groot deel van de plot wordt verklapt in twee simpele regeltjes. Het ontneemt de lezer een aanzienlijk deel van het plezier bij een boek dat ondanks dat magistraal kan worden genoemd. Ook met Drie dagen en levenslang gaat het – weliswaar minder ingrijpend – fout. Je krijgt meteen een hekel aan hoofdpersoon Antoine als je op de achterflap leest dat hij een buurjongetje op brute wijze doorslaat. En schopt. En blijft doorgaan met slaan en schoppen tot de zesjarige dood is. Om het vervolgens te hebben over een ongeluk. En de angst van Antoine dat niemand het zal geloven.

Nee, natuurlijk niet. De kleine rotzak. Het kan een reden zijn het boek aan de kant te leggen. Ongeloofwaardig. Vergezocht. Tot je het boek leest en vervolgens ziet dat Antoine na de wrede dood van zijn lievelingshond in tranen naar zijn boomhut rent. Als hij merkt dat hij niet alleen is slaat hij met een stok één keer naar zijn zesjarige buurjongetje. Hij raakt hem daarbij op zijn slaap waarna het ventje naar de grond gaat. Niets slaan en schoppen en net zolang doorgaan tot hij dood is. Hoe komt de uitgever, waar ze het boek neem ik aan toch ook hebben gelezen, dan aan zo’n tekst? Onbegrijpelijk. Maar vooral totaal onverteerbaar, want Pierre Lemaitre verdiend een betere behandeling door de mensen die zijn boeken mogen uitbrengen. Want wat kan deze man schrijven! Onvoorstelbaar. Drie dagen en levenslang telt maar 206 pagina's, maar imponeert met iedere letter, ieder woord en iedere zin. Waar andere auteurs soms tientallen pagina's nodig hebben om een beeld van een stadje of het karakter van een personage te schetsen, daar gebruikt Lemaitre slechts enkele penstreken. Om daarmee vervolgens veel meer te zeggen dan duizend onnodige woorden. Je kruipt in de huid van de twaalfjarige Antoine en voelt zijn onvoorstelbare verdriet en zijn enorme schuldgevoel. Hoe gaat een jongen van twaalf hier mee om? 

Aangezien de situatie volledig anders is dan de tekst op de achterkant van het boek je wil doen geloven, voel je volop sympathie voor Antoine. Maar ook voor het zesjarige slachtoffer. Voor zijn ouders en zijn zus. Het hele leven raakt totaal ontwricht en nergens lijkt er nog enige houvast te vinden. Niet in het geloof, ondanks de inspanningen van de plaatselijke kerk. Niet in de gemeenschap, dat na een verwoestende storm al snel zo haar eigen prioriteiten heeft gekregen. Lemaitre knalt de innerlijke strijd van de hoofdrolspelers rauw op je netvlies en er valt niet of nauwelijks aan de uiteenlopende emoties van het drama te ontkomen. Op het eind van het verhaal verspringt de tijd steeds een aantal jaar vooruit. Als lezer krijg je dan een iets ander gevoel bij de nog altijd jonge Antoine. De angsten waarmee hij als 12-jarige weg kon komen, gelden minder als de jaren toenemen. Feit is dat zijn jeugdjaren hem blijven achtervolgen en Lemaitre heeft een mooie manier gevonden om de 'levenslang' in de titel op een mooie en aansprekende manier waar te maken. Vervang op pagina 206 in de bovenste zin wel even de naam van mevrouw Kowalski door die van mevrouw Courtin (weer een onbegrijpelijke fout van de uitgever) en het slotstuk is vervolgens de kers op de taart.


Drie dagen en levenslang
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs: € 19,99





dinsdag 30 mei 2017

Pierre Lemaitre: Irene

Een waar meesterwerk



Pierre Lemaitre wordt gezien, genoemd, geroemd en bejubeld als de beste Franstalige thrillerauteur van dit moment. Vooral zijn serie over commissaris Camille Verhoeven krijgt bijzonder goede kritieken en tot op dit moment heeft Lemaitre vier boeken over hem geschreven. Het eerste deel is het oorspronkelijk in 2006 verschenen Irene, welke bij uitgeverij Xander in vertaling is uitgebracht. Verhoeven is een bijzondere man. In tegenstelling tot naamgenoot Jeroen Verhoeven, die als voormalig (reserve) keeper van clubs als Volendam en Ajax als een beer van - ik schat - meer dan 100 kilo door het leven gaat, is Camille slechts 1.45 meter groot. Een dwerg, zoals hij zelf zegt, veroorzaakt door het feit dat zijn moeder tijdens haar zwangerschap gewoon flink is door blijven roken. Veel thrillerauteurs doen hun uiterste best om hun hoofdpersoon zeer bijzonder te maken. Depressief, aan de drank, helderziend, vrouwonvriendelijk en nu dus een mannetje dat rechtop onder een tafel kan lopen. Waarom auteurs hiervoor kiezen is een raadsel, want het hoort toch echt allemaal om het verhaal te gaan. Bij Lemaitre is dat overigens dik voor elkaar. Vanaf het begin is het boek spannend, intrigerend, vlot geschreven, angstaanjagend, soms ronduit luguber en vooral erg goed. Heel erg goed. 

Als je op internet informatie zoekt over “Irene” dan kom je de informatie tegen die oorspronkelijk op de achterkant van het boek heeft gestaan. Ook op bijvoorbeeld boekensite Hebban staat deze tekst gewoon te lezen. Een kapitale blunder, aangezien het een groot deel van de plot en dus de verrassing van het hele boek voor de lezer verpest. Wat je normaal gesproken pas te weten zou komen in de laatste regels van het verhaal, heeft de uitgever oorspronkelijk gewoon in grote letters op de kaft afgedrukt. Onvoorstelbaar! En zo ontzettend jammer, want samen met de titel – die afwijkt van het origineel – weet je feitelijk al meer dan je achteraf gewild zou hebben. Ondanks dat is dit eerste deel in de serie over Camille Verhoeven, welke overigens vreemd genoeg in vertaling pas na het verschijnen van de overige delen is uitgebracht, van een verbluffend niveau. Beter dan dit zal het niet snel meer worden. Irene is één van die zeldzame thrillers die je bijna letterlijk naar de keel grijpen om je vervolgens nooit meer los te laten. Een boek dat je de rest van je leven bij zal blijven en dat je gegarandeerd ooit nog eens opnieuw zal willen lezen. Ondanks zijn beperkte lengte is Camille Verhoeven een groot man, een geweldige rechercheur die als een veldmaarschalk voor zijn troepen staat. Pierre Lemaitre heeft hem helemaal tot leven gebracht en er voor gezorgd dat hij na slechts één boek al tot een van de grootste persoonlijkheden van het genre kan worden gerekend. 

Behalve een geweldige thriller is Irene ook een eerbetoon aan het spannende boek en met een prachtige opbouw binnen het verhaal is de uiteindelijke ontknoping een waar meesterwerk te noemen. Zelfs al heb je op de achterflap van het boek of op een website de essentie al gelezen voor je aan dit boek begon, dan nog zal het je op een zeer intense en verpletterende manier weten aan te grijpen en naar adem doen snakken. Er zitten weliswaar een paar bekende clichés in het verhaal, maar het gaat er om wat Lemaitre allemaal doet met tekst, emotie en inlevingsvermogen. In dat opzicht schieten woorden tekort om de kwaliteit van deze thriller te bejubelen. Oordeel zelf, koop dit boek dat voor slechts tien euro in de winkels ligt en werp je op de soms ronduit lugubere zaak welke Camille Verhoeven op zijn bordje heeft gekregen. Sluit je ergens op, vergeet even de zorgen van alledag, laat de televisie een paar dagen uit en geniet met volle teugen, want wat Pierre Lemaitre je voorschotelt is werkelijk ongekend. 

Applaus !


Irene
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs: € 10,00






donderdag 25 mei 2017

Jussi Adler-Olsen: De fazantenmoordenaars

Spanning en humor


Het tweede boek van Jussi Adler-Olsen over Carl Mørck en zijn nieuwe afdeling Q begint met een dossier dat op het oog per ongeluk op het bureau van de brigadier terecht is gekomen. Eind jaren tachtig zijn een broer en zus op afschuwelijke wijze vermoord en na een bekentenis is ene Bjarne Thøgersen hiervoor veroordeeld. De dader blijkt een oude jeugdvriend te zijn van Ditlev Pram en Torsten Florin, twee inmiddels steenrijke en zeer invloedrijke personen met connecties tot in de hoogste regionen. Als Mørck en Assad het dossier desondanks oppakken, merken ze al snel dat ze vanuit meerdere kanten worden tegengewerkt en vrijwel gedwongen worden het onderzoek te staken. Zo werkt het echter niet met de cynische Mørck en al snel ontdekt hij dat er een heleboel niet klopt aan het originele onderzoek en dat de moord op de broer en zus mogelijk slechts het topje van de ijsberg is. 

Met zijn heerlijke humor is Mørck in De fazantenmoordenaars weer in topvorm en de interactie met zijn Syrische assistent Assad is net als in het eerste deel subliem. Adler-Olsen heeft aan het tweetal inmiddels ook de dominante en eigenzinnige Rose Knudsen toegevoegd als secretaresse en met haar moeilijke karakter past ze precies binnen het team van afdeling Q. Mørck moet niets van haar weten en die gevoelens zijn overduidelijk wederzijds. Hilarisch is het hoofdstuk waarin Mørck voor zijn onderzoek naar Madrid moet vliegen en vanwege zijn vliegangst de pillen slikt die Rose hem heeft gegeven. Ondanks de vele glimlachen die Adler-Olsen op je gezicht weet te toveren, overheerst toch echt de spanning en met name de sadistische activiteiten van een aantal verdachten op het lijstje van afdeling Q worden met zeer scherpe pen beschreven. Alles lijkt samen te hangen met een groep vrienden die jaren geleden op dezelfde kostschool hebben gezeten. Langzaam maar zeker vallen een aantal puzzelstukjes in elkaar en krijgt Mørck het vermoeden dat de dakloze Kimmie een sleutelrol in het grote geheel lijkt te spelen. 

Niet alles in het verhaal is even geloofwaardig. Ondanks de zorgvuldige uitwerking van de auteur raken de verschillende verhaallijnen met name op het eind van het boek soms een beetje met elkaar in de knoop. Soms lijkt het ook alsof de serie net zoveel over Carl Mørck gaat als over de misdaden die afdeling Q moet onderzoeken. Op zich niet erg, maar de balans moet natuurlijk wel de juiste kant blijven uitslaan en de moorden die worden onderzocht horen niet ondergeschikt te zijn aan de zielenroerselen van de brigadier. Gelukkig blijft de auteur net aan de goede kant van de onzichtbare scheidingslijn en zijn met name de stukken over Kimmie zeer intrigerend en spannend. Met De fazantenmoordenaars onderstreept Jussi Adler-Olsen zijn talent en zet hij de serie over afdeling Q weer iets steviger neer. Er valt best wel het een en ander op aan te merken, maar de potentie is groot. De boeken van Adler-Olsen wijken op bepaalde punten duidelijk af van het gangbare Scandinavische thrillerstramien. Ze bevatten meer vaart en meer humor, al zijn de goed uitgewerkte personages wel weer een typisch kenmerk van de meeste topauteurs uit het hoge noorden. Al met al valt er in dit tweede deel genoeg te genieten en is het wachten op het moment dat Adler-Olsen zijn boeken naar het volgende en nog iets hogere niveau weet te tillen.


De fazantenmoordenaars
Jussi Adler-Olsen
Uitgeverij Prometheus
Prijs: € 10,00




woensdag 24 mei 2017

Christian Jacq: Het vervloekte graf

Ongeïnspireerd


Hoewel de - alweer enige jaren geleden verschenen - vijfdelige serie van Christian Jacq over Ramses II adembenemend leesvoer was, begint zijn nieuwe boek Het vervloekte graf zeer stroef en op het oog enigszins ongeïnspireerd. Het eerste deel van deze nieuwe serie is uitgebracht als een oversized pocket en bevat slechts 220 pagina's. Met een ruime regelafstand en redelijk wat half gevulde bladzijden was het in normaal formaat waarschijnlijk nog niet eens een half boek geweest. Om het nog een beetje wat te doen lijken, zijn door de uitgeverij aan het eind alvast de eerste twee hoofdstukken van het volgende deel toegevoegd. De internationaal befaamde egyptoloog Christian Jacq maakt zich er met dit nieuwe boek dus vrij makkelijk vanaf. In hoofdlijnen is ook het verhaal zelf niet echt bijster origineel te noemen. Farao Ramses II van Egypte heeft twee zonen, waarvan de oudste, Ramsesses, de generaal van zijn leger is en zeer jaloers op zijn jongere broer. Vooral als die zich op het slagveld onverwachts weet te onderscheiden en ook nog eens een oogje heeft op de vrouw die hij voor zichzelf heeft uitgekozen. Ondertussen is een zwarte magiër bezig om Ramses aan te vallen om zo het rijk van de farao te laten instorten. Als je eerdere series van Jacq hebt gelezen, dan komt dit allemaal wel héél erg bekend voor. Hoofdpersonage is de reeds genoemde jongste zoon van Ramses II: Setne. De jongeling heeft geen ambities om zijn vader op te volgen of carrière te maken in het leger. Hij wil zijn leven wijden aan het bestuderen van de geschriften van de Wijsgeren. Hij raakt verliefd op de beeldschone Sekhet, zonder te weten dat zijn broer zijn oog al op haar heeft laten vallen. Waarbij het Ramsesses weinig lijkt uit te maken dat Sekhet totaal geen interesse in hem heeft. 

Goede Tijden, Slechte Tijden. Maar dan echt hele oude afleveringen… Jacq is niet vies van een beetje romantiek, al is hij blijkbaar niet echt in staat om steeds weer nieuwe intriges te bedenken. Het zorgt ervoor dat het allemaal een beetje voortkabbelt en herinneringen oproept aan nog oudere afleveringen van dezelfde soap. Je moet je er in de eerste helft van Het vervloekte graf echt toe zetten om door te lezen en het gapen van verveling te onderdrukken. Als Ched de Redder, een vriend van Setne en door Ramses benoemd om de identiteit van de zwarte magiër te achterhalen, een grotere rol gaat spelen, begint het zowaar wat leuker en spannender te worden. Dan ben je echter al ruim op de helft van dit eerste deel en een uurtje later is het boek vervolgens uit. Tussendoor probeert Ramsesses je nog een beetje in slaap te sussen met saaie overpeinzingen en jaloerse plannetjes. Hij wil namelijk graag de leiding van het onderzoek op zich nemen, maar krijgt van zijn vader daar nog niet de kans toe.

‘Laat je meevoeren naar het Egypte van de farao’s, magiërs en graftombes’. Het is de aanmoedigende tekst op de omslag die lezers moet overhalen dit boek te kopen. Helaas is het slechts een kort ritje. Het is dat Jacq de boel in het eerste kwart van dit boek zelf aanzienlijk vertraagd, anders zou je het in twee of drie uurtjes makkelijk uitlezen. Het magische Egypte blijft ook redelijk verscholen, hoewel er wel af en toe een farao, een magiër en een graftombe om de hoek komt kijken. In dat opzicht is er dus niet gelogen, maar het is allemaal veel te weinig om dit een goed boek te noemen. Deel twee, Het verboden boek, verschijnt ook al binnenkort. Hopelijk komt Jacq dan met het vuurwerk, want anders ben ik bang dat de oude Egyptische Goden resoluut gaan ingrijpen.


Het vervloekte graf
Christian Jacq
Uitgeverij Xander
Prijs: € 15,00





zondag 14 mei 2017

Jussi Adler-Olsen: De vrouw in de kooi

Rubberen handschoenen



Het begin van De vrouw in de kooi leest uiterst stroef. De proloog is veelbelovend, maar daarna komen er, weliswaar korte, politieke verhandelingen over Het Radicale Centrum, de Partij voor Denemarken, de Conservatieve partij en de Liberale Partij. Samen met enkele lastige Deense namen, zorgt het al snel voor een schepje zand in de motor. Daarnaast blijkt hoofdpersonage Carl Mørck van de Kopenhaagse politie de zoveelste getraumatiseerde en onhebbelijke speurder te zijn, zoals we er binnen de thrillerwereld al tientallen hebben gezien. Het ontbreken van een beetje tempo en de wat onzekere schrijfstijl van de auteur doen de rest. Stoppen of doorgaan met lezen? Na een kleine vijftig pagina’s zie je het verhaal en de manier van vertellen langzaam maar zeker veranderen. Rechercheur Mørck wordt door zijn bazen op een zijspoor gezet als hij samen met twee collega’s het slachtoffer is geworden van een schutter. Eén van zijn collega’s overlijd ter plekke en de ander raakt verlamd. Na een herstelperiode krijgt Mørck de leiding over de nieuwe afdeling Q, waar de leiding niet echt heil in ziet maar onder politieke druk wordt opgericht om onopgeloste oude zaken nieuw leven in te blazen. Beneden in de kelders van het politiebureau krijgt hij de Syrische Hafez el-Assad toegewezen als zijn assistent. Om de indruk te wekken dat hij serieus van plan is om van zijn afdeling een succes te maken, begint Mørck het dossier over de verdwijning van de jonge linkse politica Merete Lynggaard te lezen. Vijf jaar eerder verdween ze tijdens een overtocht per veerboot, waarbij lange tijd werd gedacht dat ze mogelijk zelfmoord had gepleegd door overboord te springen. Tegen wil en dank ontdekt de rechercheur dat het oorspronkelijke politieonderzoek behoorlijk wat fouten bevat en opgezweept door het enthousiasme van Assad begint hij zich steeds serieuzer in de zaak te verdiepen.

Hoewel het verhaal soms wat langdradig is en op een aantal vlakken enigszins ongeloofwaardig, kan je niet anders dan een groot zwak krijgen voor Assad, de assistent van Carl Mørck. Met zijn grote, rubberen handschoenen maakt hij het ene moment de kantoren van Afdeling Q schoon terwijl hij het volgende moment druk bezig is om lekkere en zeer pittig gekruide lekkernijen te maken. Bij alle vrouwen op het politiebureau is hij dan ook al snel uiterst geliefd en krijgt hij bij de vele secretaresses werkelijk alles voor elkaar. Ondertussen verricht hij ook als assistent van Mørck uitstekend werk en vraag je jezelf regelmatig af wat nu precies zijn achtergrond is. Gelukkig groeit ook de rechercheur zelf met iedere pagina beter in zijn rol. Het trauma dat hij heeft opgelopen zorgt herhaaldelijk voor fysiek ongemak, maar ondanks dat laat hij zien een uitstekende politieman te zijn. De humor die veelvuldig in het boek zijn kop opsteekt is van een prima niveau en geeft het verhaal een extra dimensie. Al met al kan je dus spreken van een veelbelovend thrillerdebuut, waar best wel het een en ander op valt aan te merken, maar waar wel bijzonder veel potentie in zit. De knorrige en uitgebluste Mørck en de energieke en enthousiaste Assad houden elkaar prima in evenwicht en zorgen voor uiterst vermakelijke dialogen en knetterende interactie. 

Hoewel je de ontknoping van het verhaal al redelijk snel ziet aankomen, zijn de laatste hoofdstukken van De vrouw in de kooi absoluut enerverend te noemen. Assad is inmiddels meer dan slechts een schoonmaker en chauffeur en je bent benieuwd hoe zijn rol zich in de komende boeken zal gaan ontwikkelen. Jussi Adler-Olsen lijkt een aanwinst te zijn voor het genre en met de aanstekelijke humor in dit eerste deel weet hij zich ook duidelijk te onderscheiden van zijn vele Scandinavische collega’s.

Op naar deel twee.


De vrouw in de kooi
Jussi Adler-Olsen
Uitgeverij Prometheus
Prijs: € 10,00






zondag 7 mei 2017

Michael Connelly: Tweede leven

Puur vakmanschap



Soms vergeet je wel eens hoe echte kwaliteit eruit ziet. 

Je leest veel thrillers en over een aantal ben je na afloop soms behoorlijk enthousiast. Je schrijft een recensie voor websites als Hebban of voor je eigen blog en drukt je waardering uit in een aantal sterren. Je hebt het dan over de manier van schrijven, de meeslepende actie en de uitgewerkte personages. Bij sommige auteurs is dat inderdaad allemaal dik in orde. Die krijgen dan vervolgens de beste beoordelingen. Niets aan de hand, zo gaat het al jaren en zo zal het ook de komende jaren ongetwijfeld blijven gaan. Tot je plotseling weer een thriller leest die duidelijk maakt hoe je een spannend boek écht moet schrijven. Michael Connelly. De man die met zijn boeken over rechercheur Harry Bosch boven alles en iedereen verheven staat. De auteur die met ieder boek de meeste andere thrillers in de schaduw plaatst. Die met zijn verhalen zo'n onvoorstelbaar hoog niveau weet te bereiken, dat je je plotseling schaamt voor het feit dat je andere thrillers drie of vier sterren hebt durven geven. Hoeveel moet Connelly dan wel niet krijgen? Want laat daar geen misverstand over bestaan: vier of vijf sterren voor een politieroman over Harry Bosch heeft véél meer waarde dan dezelfde beoordeling voor de meeste andere thrillers. Connelly valt niet in dezelfde categorie te plaatsen en is feitelijk een eenzame ster die fel schittert vanuit een totaal ander universum. 

Connelly beschrijft elk onderzoek van Harry Bosch op uiterst minutieuze wijze. Nooit zijn er losse draadjes, alles klopt. Ieder detail. Iedere zin is belangrijk. Iedere letter. Ieder woord heeft een betekenis. Het gaat niet om bloedige scenes, niet om breed uitgemolken explosies van geweld. Er zijn geen bijzondere personages bedacht om de boeken extra speciaal - en daardoor ook vaak ongeloofwaardiger - te maken. De boeken over Harry Bosch zijn realistisch en uitmuntend geschreven. Harry Bosch lééft. Hij is echt. Michael Connelly is hooguit uitverkoren om het allemaal op te schrijven. Als lezer loopt je mee aan de hand van de rechercheur en kijk je over zijn schouder mee hoe het onderzoek verloopt. Je voelt zijn frustratie als het niet loopt zoals hij het wil en jubelt met hem mee als er resultaten worden geboekt. Het is live. Alleen niet op de televisie, maar gewoon op papier. Harry Bosch is het keurmerk voor de kwaliteit waar een spannend boek aan moet voldoen. 

Met Tweede leven bewijzen Michael Connelly en Harry Bosch al het bovenstaande weer opnieuw. Zoals ze dat al jarenlang met bijna ieder boek doen. Het verhaal is geloofwaardig en levensecht. Er is geen enorme fantasie voor nodig om je dat te realiseren. Als Bosch een onderzoek start naar de moord op een winkeleigenaar, komt hij in aanraking met de Chinese onderwereld. De triades. Al snel is hij een mogelijke verdachte op het spoor en lijkt het uiteindelijk een vrij eenvoudige klus te gaan worden. Tot het moment dat zijn dochter in Hongkong vermist raakt en werk en privé onlosmakelijk met elkaar verbonden raken. Bosch stapt op het vliegtuig om samen met zijn ex-vrouw Eleanor de dertienjarige Maddie te vinden. In een voor hem vreemde stad moet hij het zonder ondersteuning opnemen tegen de Chinese maffia. 

Wat volgt is puur vakmanschap. Connelly beschikt over de beste pen van alle misdaadauteurs. Hij sleurt je mee langs zowel spannende als emotionele gebeurtenissen en je krijgt tussendoor ook een geheel andere kant van Harry Bosch te zien. Er zijn verwijzingen naar het allereerste boek uit de reeks waarin het verleden van de rechercheur als soldaat in Vietnam aan bod zijn gekomen. De ontknoping is – zoals wel vaker – geweldig en onverwachts. Michael Connelly op de top van zijn kunnen. Ook de vertaling van Martin Jansen in de Wal is uitmuntend en de bekende kers op de taart. 


Tweede leven
Michael Connelly
Uitgeverij De Boekerij
Prijs: € 19,99






dinsdag 2 mei 2017

Sandrone Dazieri: Dood de vader

Een winnende combinatie



Voordat de in Cremona, Italië, geboren Sandrone Dazieri begon aan zijn carrière als auteur van spannende boeken, verdiende hij zijn geld tien jaar lang als kok. Eind 1999 werd één van zijn manuscripten uitgebracht als boek en bleek deze zeer succesvol in zijn thuisland. De zogenaamde Gorilla-reeks kreeg meerdere delen en werd uiteindelijk ook verfilmd. In 2014 begon Dazieri aan een nieuwe serie thrillers, over Colomba Caselli, een uitstekende maar door haar werk getraumatiseerde politieagente, en de hoogbegaafde Dante Torre. Het eerste deel, Dood de vader, werd aan veel verschillende landen verkocht en uitgeverij Xander bracht de Nederlandse editie op de markt. In de vuistdikke thriller weet Dazieri vanaf de eerste zinnen te boeien. Het is een boek met enorm veel vaart en actie en zeer goed uitgediepte en aansprekende personages. Alle gebeurtenissen volgen elkaar razendsnel op en iets over de helft van het verhaal krijg je een klein beetje zicht op wat er misschien aan de hand zou kunnen zijn. Om er vervolgens achter te komen dat je er helemaal naast zit. Dazieri stuurt de lezer alle kanten op om uiteindelijk af te ronden met een knetterend, maar in een aantal opzichten ook wel wat ongeloofwaardig, einde. Een betere editor had de auteur bij de hand genomen en er een veertigtal pagina’s uitgesneden en de plot mogelijk wat realistischer gemaakt. Wat Dazieri verzint kan absoluut in het echt gebeuren, daarvan zijn in de geschiedenis meer dan genoeg voorbeelden te noemen, maar het past niet helemaal binnen het verhaal. 

Ondanks het feit dat de ontknoping van een thriller ontzettend bepalend is voor de uiteindelijke kwaliteit van het boek, komt Dazieri er in Dood de vader mee weg. Puur vanwege de chemie tussen de twee hoofdrolspelers, die beide een aangrijpend verleden met zich meeslepen en herhaaldelijk ten onder lijken te gaan aan de geestelijke druk die het onderzoek met zich meebrengt. Op het oog is het een combinatie die niet kan slagen, maar niets is gelukkig minder waar. De zeer beeldende manier van schrijven is een belangrijke troef van Dazieri, waardoor je wat minder vraagtekens zet bij een aantal gebeurtenissen. In z’n totaliteit is het Nederlandse debuut van Sandrone Dazieri een uiterst aangename kennismaking welke binnenkort een vervolg krijgt met Dood de engel. Het boek ligt op dit moment voor slechts € 12,50 in de boekwinkel en zal zeer veel liefhebbers binnen dit genre aanspreken. 

Op de omslag wordt het boek vergeleken met het werk van Jo Nesbø en Karin Slaughter, maar het bevat toch voornamelijk een geheel eigen geluid. De filmrechten zijn reeds verkocht en mocht het verhaal daadwerkelijk zijn weg vinden naar het grote doek dan kan het bijna niet anders dan een groot succes gaan worden. De vastberaden, knappe politieagente en een briljante expert in het doorgronden van menselijk gedrag is een winnende combinatie en bevat voldoende uitdagingen voor de auteur om er een uitstekende en spetterende serie van te maken.

Ik ben er klaar voor. 


Dood de vader
Sandrone Dazieri
Uitgeverij Xander
Prijs:  € 12,50






woensdag 26 april 2017

Bernard Minier: Verduistering

Onheilspellend, zenuwslopend en onvoorstelbaar spannend



Het derde boek van voormalig douanebeambte Bernard Minier ziet er in de Nederlandse vertaling net zo mooi en afschrikwekkend uit als de vorige twee delen over politiecommandant Martin Servaz. Samen met de titels maken ze meteen duidelijk dat het om thrillers gaat. Goed werk van uitgeverij Xander om een mooie balans te vinden tussen grafische esthetiek en de gruwelijke aantrekkingskracht van een confronterende foto. ‘IJzingwekkend’ staat vetgedrukt op de omslag, een kreet uit een recensie van dagblad Trouw, die al meerdere titels mee gaat. De covers van Minier vallen op als je ze in de boekwinkel ziet liggen en wekken de indruk dat je over een sterke maag moet beschikken als je deze boeken wil gaan lezen. Dat is echter een misverstand, want hoewel de thrillers van de Franse auteur ongemeen spannend zijn, is het bijna totale gebrek aan bloedige scenes meer dan opvallend te noemen. Het is vooral de onderhuidse spanning waar Minier gebruik van maakt. Onheilspellend, zenuwslopend en onvoorstelbaar spannend.

In Verduistering is dit meer dan voorheen het geval. Het is op een aantal gebieden een harde, psychologische thriller te noemen. Het wijkt soms ook redelijk af van Een kille rilling en Huivering. In het begin is het net alsof het door iemand anders is geschreven. Of dat de auteur heeft geprobeerd het meer filmisch te schrijven, alsof er plannen zijn om het verhaal te gaan gebruiken voor een televisieserie of een bioscoopfilm. De hoofdstukken zijn langer dan in de twee voorgaande delen en lijkt het met name in het begin alsof Servaz deze keer slechts een bijrol heeft gekregen. Zoals commissaris Sejer in de boeken van Karin Fossum. Terwijl Servaz in de vorige boeken juist de dragende kracht van het verhaal is geweest. De vloeiende schrijfstijl is wel hetzelfde gebleven, al is er plotseling opvallend veel tussen haakjes gezet. Op het irritante af, moet je soms concluderen. 

- 'Van hogerhand?' (Servaz' gezicht betrok.)

- 'We maken deel uit van een grote familie, naar het schijnt.' (Hij had het woord familie op een sarcastische toon uitgesproken.)


Dit gaat het hele verhaal door en ik weet niet of het door de auteur is gedaan of dat het een initiatief van de uitgeverij of vertaler is. Het is geen goed idee geweest en hopelijk zal het een eenmalig experiment blijken te zijn. Tenslotte valt het op dat te pas en te onpas de tijd wordt aangegeven. Alsof de lezer die moet onthouden of opschrijven om later de belangrijkste conclusies te kunnen trekken. Misschien is het een beetje zoeken naar kritische noten, maar het is een opvallende stijlbreuk ten opzichte van de eerste twee delen zonder dat het een toegevoegde waarde lijkt te hebben. Het verhaal zelf daarentegen zit wederom uitstekend in elkaar. Servaz is enigszins uit de roulatie en brengt zijn tijd door in een instelling voor depressieve agenten, nadat hij door zijn meest recente aanvaring met seriemoordenaar Julian Hirtmann in een persoonlijke crisis terecht is gekomen. Hij ontvangt echter brieven en pakketjes van buitenaf die hem op het spoor zetten van de zelfmoord van een kunstenares. Het verhaal gaat echter over radiopresentatrice Christine Steinmeyer die er achter komt dat iemand het op haar leven heeft gemunt, zonder dat ze kan ontdekken waarom. Langzaam maar zeker komt ze in een regelrechte nachtmerrie terecht en raakt ze volledig afgezonderd van vrienden en familie. 

Als je ook de eerste twee boeken van Minier hebt gelezen, mis je in de eerste helft van Verduistering vooral de aanwezigheid van Servaz. Hij is er wel, maar niet zo dominant als voorheen. Gaandeweg de tweede helft komt daar gelukkig verandering in, hoewel je uiteindelijk tot de conclusie komt dat dit boek door de adembenemende ontknoping in kwaliteit niets onderdoet van Een kille rilling en Huivering. Grote klasse dus weer van Bernard Minier die hard op weg is om één van de sensaties in de thrillerwereld te worden. 

In Frankrijk is reeds een vierde deel over Martin Servaz verschenen, evenals een standalone thriller. Opschieten dus, uitgeverij Xander. Er is werk aan de winkel.


Verduistering
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs: € 19,99





maandag 24 april 2017

Bernard Minier: Huivering

Eén van de beste thrillers van 2015


Na zijn uitstekende debuut met Een kille rilling weet Bernard Minier ook met zijn tweede thriller volledig te overtuigen. Sterker nog: waar het bij een tweede boek vaak een beetje afwachten is of de auteur tegen de druk is bestand, is Huivering in veel opzichten zelfs beter dan het debuut. Zoals het ook eigenlijk hoort, maar het helaas niet altijd het geval is. Opvallend aan de boeken van Minier zijn de vele, verschillende verhaallijnen die zeker in het begin allemaal niets met elkaar van doen lijken te hebben. Gaandeweg ga je echter allerlei verbanden zien en tegen het eind van het boek komen de lijntjes vervolgens keurig bij elkaar. Het is in het begin van het verhaal vrijwel onmogelijk om te zien waar het allemaal naartoe gaat en het zet je gaandeweg vaak op het verkeerde been en het is telkens weer mooi om te zien hoe de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar passen. In dat opzicht is het vaak net alsof je letterlijk in de voetsporen van politiecommandant Martin Servaz loopt. De frustraties tijdens het onderzoek kan je bijna voelen en het zo perfect overbrengen van emoties is toch een kwaliteit waarover niet veel auteurs beschikken.

Net als in zijn eerste boek heeft Bernard Minier de hoofdrol gegeven aan Martin Servaz. Er is bijna twee jaar verstreken sinds de gebeurtenissen in Een kille rilling als een lerares van een school op gruwelijke wijze wordt vermoord in haar badkuip. Een leerling van haar zit in verdoofde toestand bij het zwembad en is meteen de belangrijkste verdachte. In de cd-speler van de lerares zit echter een cd van de componist Gustav Mahler, wat Servaz meteen doet denken aan seriemoordenaar Julian Hirtmann, die nog altijd voortvluchtig is. Huivering speelt zich af tegen de achtergrond van het WK voetbal in Zuid Afrika waar het elftal van Frankrijk zich niet van haar beste kant liet zien. Servaz geeft helemaal niets om voetbal en stoort zich doorlopend aan alle commotie die het spelletje teweeg brengt terwijl hij zijn best doet om de moordenaar van de lerares te vinden. 

Minier schrijft op een zeer vloeiende en dus makkelijk leesbare manier, waarbij hij vaak ook prachtige zinnen uit zijn digitale balpen weet te toveren. Mede door de vaak wat onderkoelde vorm van humor maakt dit het lezen van deze dikke pil tot een waar genot. Het lijkt nog het meest op de sfeer die je ook aantreft in veel Scandinavische thrillers, die ook vaak wat rustiger beginnen en het verhaal daarna pas gaan uitbouwen. Met de spanning zit het in Huivering meer dan goed. Veel scenes worden beeldend beschreven en brengen je als lezer naar het puntje van je stoel. Daarnaast is Minier heel goed in het overbrengen van een bijna fysieke vorm van spanning die je door het hele verhaal heen voelt. Opgezogen in de drukinkt van zijn boeken. Op de achtergrond, ergens in het donker, loert seriemoordenaar Hirtmann, nu al één van de meest mysterieuze en angstaanjagende moordenaars in de thrillerwereld.

De plot van het verhaal zit goed in elkaar, hoewel het soms nét een beetje te veel lijkt. Alsof Minier een of twee extra ballen in de lucht heeft proberen te houden. Het past allemaal precies, maar je krijgt het gevoel dat de auteur misschien een verhaallijntje teveel in het boek heeft willen persen. Het doet echter niets af aan de kwaliteit van Huivering, dat bij ons terecht als één van de beste thrillers van 2015 werd gezien. Deel drie van de serie is ook al vertaald en in Frankrijk is onlangs ook een thriller van Minier verschenen waarin Martin Servaz geen rol heeft gekregen. Hopelijk volgt ook hier de vertaling snel en gaat de auteur in ons land snel volledig doorbreken. 


Huivering
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs:  € 12,50


dinsdag 18 april 2017

Bernard Minier: Een kille rilling

Koude rillingen


De Franse auteur en voormalige douanebeambte Bernard Minier debuteerde in 2011 met de zeer lovend ontvangen thriller Een kille rilling, welke inmiddels over vrijwel de gehele wereld in vertaling is verschenen. Het is een kloeke pil van bijna zeshonderd pagina’s en begint meteen met een gruwelijk en moeilijk te duiden misdaad. Commissaris Martin Servaz van de recherche van Toulouse in het zuiden van Frankrijk, dicht bij de grens met Spanje, wordt met het onderzoek belast en krijgt hulp van Irène Ziegler van de gendarmerie van het nabij gelegen Pau. In een rustig en bijna Scandinavisch tempo neemt Minier de lezer bij de hand door een zeer intrigerend en makkelijk leesbaar verhaal. De schrijfstijl is opvallend soepel en de belangrijke personages worden meer dan uitstekend uitgediept. Op een kwart van het boek voert Minier het tempo langzaam maar zeker op en wordt het onderzoek steeds ingewikkelder. Heeft de moord op de plaatselijke apotheker met de dood van het paard te maken en wat is de rol van de beruchte seriemoordenaar Julian Hirtmann die zit opgesloten in een nabijgelegen zwaarbeveiligde psychiatrische inrichting? 

Martin Servaz wijkt behoorlijk af van veel andere politierechercheurs in gelijksoortige thrillers. Hij is niet aan de drank, niet overdreven zelfverzekerd en hoewel hij gescheiden is en wordt achtervolgt door demonen uit zijn verleden, staat hij stevig in de realiteit. Tijdens het onderzoek ontdekt Servaz een serie gebeurtenissen die zich lange tijd geleden in de omgeving hebben afgespeeld en vermoed dat er mogelijk een verbintenis is met de recente moorden. Op een handige manier zorgt de auteur ervoor dat er steeds weer wat flintertjes nieuwe feiten worden ontdekt maar dat een groot deel van de waarheid steeds een beetje uit het zicht blijft. De slechte weersomstandigheden spelen ook een grote rol in het boek en vooral de sneeuw is een constante factor van betekenis. 

Het is jammer dat de Nederlandse vertaling wat slordig is en het boek redelijk wat – soms storende – fouten bevat. Het valt de auteur echter niet aan te rekenen en is hooguit een verwijt naar de uitgeverij die haar werk wat beter had moeten uitvoeren. Bernard Minier had met zijn debuut beter verdiend, want het zit uitstekend in elkaar en hij presenteert zich met Een kille rilling als een auteur waar we in de toekomst behoorlijk rekening moeten houden. In Frankrijk won hij een aantal grote en aansprekende thrillerprijzen. Na het dichtslaan van het boek kan je niet anders dan concluderen dat dit meer dan terecht is. Het verhaal is spannend, meeslepend en uiterst geloofwaardig. Misdaad, menselijke gebreken, waanzin, wraak en bloeddorst zijn de belangrijke ingrediënten en het is duidelijk dat de hoofdpersonages nog genoeg te vertellen hebben. 

Deel twee en drie van de serie over Martin Servaz zijn ook al verschenen en vertaald. Het is om koude rillingen van te krijgen. 


Een kille rilling
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs: € 12,50






dinsdag 13 december 2016

Jo Nesbø: Bloed op sneeuw

Natte sneeuw


Toen ik aan Bloed op sneeuw begon had ik – met uitzondering van zijn jeugdboeken – nog niet eerder iets van Jo Nesbø gelezen. Zijn reeks over Harry Hole is nog onontgonnen terrein en dit dunne boekje leek mij wel een mooi moment om kennis te maken met zijn thrillers. Al jaren hoorde ik mensen in mijn vrienden- en kennissenkring over elkaar heen duikelen van bewondering en zag ik vrijwel uitsluitend lovende recensies voorbijkomen. Het werd dus tijd om zelf eens een oordeel te vormen. Ik was er klaar voor. Had er zin in. Een nieuwe held. Jo Nesbø. Na Bloed op sneeuw zou ik dan meteen aan zijn andere boeken kunnen beginnen.

Niet dus.

Ondanks het beperkte aantal pagina’s heb ik mij moeten dwingen om het einde te halen. Het was op sommige momenten een kwestie van wanhopig tegen de stroom in worstelen en meerdere keren heb ik overwogen om het maar gewoon op te geven. De schrijfstijl van Nesbø was prima, maar het verhaal zelf wist mij geen moment te pakken. Huurmoordenaar Olav bleek een man zonder inhoud. Hij was gespeend van iedere vorm van humor, had niets interessants te vertellen, maakte nergens ook maar een beetje indruk en kon het dunne verhaal van de auteur op geen enkele manier dragen. Een verhaal zonder ziel. Zonder inspiratie. Bloed op sneeuw bevat alleen maar woorden en zinnen maar geen samenhangend geheel. Het is natte sneeuw dat niet blijft liggen en waarmee je dus uiteindelijk weinig mee kan beginnen. Eigenlijk is het helemaal geen boek maar meer een concept voor wat misschien ooit een boek had kunnen worden. Als Nesbø zich de tijd had gegund om het op een goede manier uit te werken. 

Het einde van Bloed op sneeuw is vrij abrupt. Alsof de auteur er plotseling ook geen zin meer in had. Of is het de bedoeling dat er ooit nog eens een vervolg gaat komen? Het is alsof ik sneeuw op mijn rug voel smelten. Alleen het idee al. De plot zelf is heel doorzichtig en zie je al van verre aankomen. Ook in dat opzicht is er geen enkele verrassing. Daarnaast ontbreekt in het hele verhaal de spanning die je toch minimaal in een thriller mag verwachten. Op zich is huurmoordenaar Olav best wel een goed verzonnen personage, maar is de uitwerking uiterst bedroevend. Zeg maar gerust saai. Net zo saai als een landschap met sneeuw waar je op een afstand naar kijkt. Daar kunnen een paar bloedspetters helaas weinig aan veranderen.

Jammer genoeg moet je in de winkel voor Bloed op sneeuw de volledige hoofdprijs betalen. Mocht je nog twijfelen: trap er dan niet in. Leen het bij de bibliotheek als je het absoluut wilt lezen. Maar geloof mij nou maar dat je helemaal niets mist als je dit korte verhaal besluit over te slaan. 


Bloed op sneeuw
Joe Nesb
ø
Uitgeverij Cargo
Prijs: € 17,99