zondag 27 november 2016

Thijs Zonneveld: Thomas Dekker, Mijn gevecht

Een vervelende en narcistische man




Ik heb helemaal niets met wielrennen. Ik geef er werkelijk niets om. De Tour de France is in mijn ogen één van de meest saaie en overbodige sportevenementen van het jaar. Dat werd niet beter toen er de afgelopen jaren steeds meer werd gezegd en geschreven over het dopinggebruik van veel wielrenners. Het creëerde bij mij het beeld dat niet de beste wielrenners de belangrijke wedstrijden winnen, maar de renners met de beste of meeste doping. Het staat daarmee haaks op alles wat ik juist zie als de schoonheid van alle vormen van sport. Lance Armstrong werd aan de hoogste boom opgeknoopt, maar ik had al snel het idee dat hij tevens als afleidingsmiddel werd gebruikt. Alle aandacht ging naar de man die lange tijd als de beste wielrenner ooit werd gezien, zodat de rest van de wielersport een beetje in de schimmige luwte kon blijven. Inmiddels weten we beter en lijkt het er bijna op dat er geen enkele wielrenner is die nog nooit doping heeft gebruikt. 

Van Thomas Dekker had ik nog nooit gehoord. De foto op de omslag van het boek van Thijs Zonneveld deed bij mij geen enkel lampje branden. Ik zag hem op televisie bij DWDD en had eerlijk gezegd meteen een hekel aan hem. Toegeven dat je doping hebt gebruikt. Lekker makkelijk, zoveel jaar na je zogenaamde carrière, nadat je bent betrapt en je geen enkele kant meer op kan. In de tijd dat hij met doping in z'n lichaam al zijn wedstrijden reed deed hij zijn best om alles voor iedereen te verbergen, maar dan nu een boek laten schrijven en daarin alle collega’s, vrienden en begeleiders aan de schandpaal nagelen. Natuurlijk is het goed dat we weten hoe onvoorstelbaar verrot de wielerwereld is, maar wie ben jij dan om als dader meteen iedereen erbij te lappen? Aan de andere kant: als niemand iets durft te zeggen dan blijft de sport zo verziekt als maar kan en zal er dus ook weinig of niets veranderen.

Met Thomas Dekker: Mijn gevecht doet Thijs Zonneveld uit naam van Thomas Dekker in 220 pagina’s een poging om uit te leggen waarom hij uit de school klapt. Het verhaal lijkt op zich wel eerlijk en Dekker is hard over zijn eigen rol in het geheel. Hij heeft het tenslotte allemaal zelf opgezocht en niemand heeft hem ooit gedwongen om te doen wat hij allemaal heeft gedaan. Dekker was de gouden jongen met een grote toekomst, die echter op alle belangrijke momenten de verkeerde beslissingen nam. Nu zijn geweten begint op te spelen besluit hij schoon schip te maken en iedereen erbij te lappen. Op het eind van het boek doet hij een poging om net te doen alsof hij nog wat eer en geweten heeft, door een andere wielrenner geen schorsing van acht jaar te bezorgen. De meeste namen die hij in het boek noemt zijn voor mij onbekende personages. Slechts een enkele naam klinkt enigszins bekend, maar ik kan er geen gezichten bij plaatsen. Ik krijg als absolute buitenstaander echter wel de indruk dat de wielrennerij jarenlang een oplichtersbende is geweest. Wilde je een koers winnen, dan moest je stijf staan van de verboden middelen. Inmiddels schijnt dat allemaal anders te zijn, mede door de introductie van het bloedpaspoort. Of dat ook zo is? Ik heb geen idee. Misschien worden er nu middelen gebruikt die op dit moment nog niet traceerbaar zijn. Onderschat nooit de vindingrijkheid van de menselijke geest. 

Voor veel mensen zal er altijd een verdacht geurtje blijven hangen boven de wielersport. Vooral als mensen als Thomas Dekker de deur op een kiertje zetten. Ik heb het boek gelezen uit pure interesse. In sport in het algemeen. Maar uiteraard ook omdat ik benieuwd was naar de vuile was. Om te zien of mijn vooroordelen zouden worden bevestigd. Dat laatste is zeker het geval. Het boek is minder smeuïg als optredens van auteur en wielrenner bij DWDD deden vermoeden. Het is buiten de inmiddels welbekende schimmigheid vooral het verhaal van een wielertalent die heel hard kon fietsen en in alles de beste wilde zijn. Die te jong teveel geld kreeg en geen weerstand kon bieden aan alle verleidingen. Een kleine jongen in een snoepwinkel. Thijs Zonneveld heeft het allemaal met veel vaart en souplesse opgeschreven en je schiet daarom in de hoogste versnelling van start naar finish. Dekker lucht zijn hart, zegt dat hij hoopt dat jonge wielrenners van zijn verkeerde keuzes zullen leren. Maar toch ontkom je niet aan het idee dat als hij morgen weer op de fiets zou kunnen klimmen, hij waarschijnlijk weer dezelfde fouten zal gaan maken. De wens om te winnen, de honger naar succes en macht. Ik heb niet echt kunnen ontdekken waarom hij nu zijn verhaal heeft willen doen. Misschien wel omdat hij dacht dat het een bestseller kon worden. Dat blijkt inderdaad het geval. 

Het boek van Thijs Zonneveld geeft mij in ieder geval een dubbel gevoel. Dekker is er niet sympathieker op geworden en lijkt te bevestigen dat het eigenlijk maar een vervelende en narcistische man is. Het lijkt soms ook een wraakactie om ervoor te zorgen dat niet alleen hij maar ook andere daders ter val worden gebracht. Ik heb absoluut geen medelijden met die mensen, maar toch lijkt het door het hele boek heen wel te wringen. Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik ervan moet denken, maar de kans dat ik ooit nog eens een liefhebber van wielrennen zal worden is inmiddels kleiner dan ooit tevoren.


Thomas Dekker: Mijn gevecht
Thijs Zonneveld
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99






zondag 13 november 2016

M.J. Arlidge: Klikspaan

Herhaling van zetten


De Boekerij heeft er overduidelijk veel zin in. Met Klikspaan brengen ze in recordtijd het vierde boek uit van de tweeënveertigjarige Engelse auteur M.J. Arlidge. Eerder dit jaar verschenen al Piep zei de muis en Pluk een roos, respectievelijk het tweede en derde boek in de reeks over de afdeling Zware Misdrijven van de politie in het Engelse Southampton, terwijl vorig jaar met Iene Miene Mutte de aftrap werd gedaan. Het gaat zo snel bij de uitgeverij dat ze blijkbaar nauwelijks de tijd hebben om normale titels te bedenken. Bij het debuut van Arlidge twijfelde ze misschien nog even tussen “Tien pond kaas” en “Is de baas”, terwijl het zojuist verschenen nieuwe deel over inspecteur Helen Grace voor hetzelfde geld “Boterspaan” had geheten. Ik denk graag dat de directeur van De Boekerij op het laatste moment zijn veto heeft uitgesproken. Je bent de baas of je bent niet de baas en een titel als “Boterspaan” liet hij natuurlijk niet zomaar door zijn straatje gaan.

Genoeg over de vreemde titels. Het gaat – van je ras, ras, ras – uiteindelijk vooral om de inhoud van het boek. Jammer genoeg ben ik daar ook niet al te positief over. Net als zijn vorige boeken leest Klikspaan heel erg vlot en in korte hoofdstukken zit de vaart er vooral in de eerste helft van het verhaal weer goed in. Het verrassende niveau van zijn eerste boek weet Arlidge echter bij lange na niet te halen. Het lukt hem ook nog steeds niet om zijn personages beter uit te diepen. Over Helen Grace weten we inmiddels wel het een en ander, maar haar collega’s blijven iedere keer weer in het donker staan. In sommige gevallen overleven ze het boek niet eens en het zorgt ervoor dat het erg moeilijk is om een band te krijgen met het team van Grace. Bij het eerste deel in de serie was dat nog niet zo heel erg en maakte de spanning veel goed, maar bij ieder nieuw deel begint het meer en meer te knagen. Na het lezen van Klikspaan neemt de ergernis toe en lijkt het verhaal in combinatie met de hoofdpersoon als los zand aan elkaar te hangen. Dat is jammer, want Arlidge bezit absoluut de kwaliteiten om beter te presteren. Misschien dat hij zijn boeken nog teveel blijft benaderen als een script voor een televisieserie, waar het visuele aspect een belangrijke rol heeft in het leggen van onderlinge verbanden. In een boek zal je dat veel meer moeten uitwerken. Daarnaast haalt de auteur ook steeds weer hetzelfde trucje uit. In de eerste delen had Helen Grace steeds een leidinggevende waarmee ze op voet van oorlog leefde. Na drie boeken was dat wel een uitgekauwd gegeven geworden. Deze keer heeft ze op het oog een betere baas, maar heeft ze de rol van kwade genius gewoon in de schoenen van een ander persoon geschoven. Een ander jasje, maar wel weer hetzelfde gegeven. Zoals je ook de rol van journaliste Emilia Garanita inmiddels blindelings kan invullen, al is het opvallend dat de door haar geschreven stukken in de krant deze keer nauwelijks meer aandacht krijgen dan een of twee regeltjes binnen het verhaal. 

Er zitten deze keer ook vrij veel ongeloofwaardige stukken in het boek. Een rechercheur zit twee uur zo anoniem mogelijk in de stamkroeg van een verdachte te wachten in de hoop hem daar te kunnen arresteren. Als de man dan eindelijk binnenkomt doet ze haar best om niet op te vallen en op assistentie te wachten. En dus snauwt ze de barkeeper in de volle kroeg af dat zijn bier naar pis smaakt en vraagt ze of hij voortaan niet meer in haar bier wil spugen…. Lekker onopvallend dus. Zo zijn er echter wel meer voorbeelden te noemen. Grace moet zich met geweld ontdoen van een doorgeslagen SM-meester, laat hem bewusteloos achter en is blij dat hij niet weet dat ze bij de politie werkt. Vervolgens is ze iedere dag in het journaal te zien als de rechercheur die de jacht op de brandstichter heeft geopend. Het zorgt tijdens het lezen voor flink wat irritatie, terwijl het verhaal zelf zich tegen het eind zonder enige inspiratie voortsleept . Alles bij elkaar opgeteld maakt het van Klikspaan een tegenvallend boek en je kan je afvragen of Arlidge het tij nog wel kan keren. Feitelijk zie je ieder boek fors minder en voorspelbaarder worden, terwijl de ingrediënten wel degelijk aanwezig zijn om een kwalitatief zeer goede serie te maken. 

Goed kunnen schrijven is gewoon niet genoeg. Het moet een samenhangend en origineel verhaal zijn en bij een serie moeten de personages zich vooral blijven ontwikkelen. Met beide kernvoorwaarden heeft de auteur blijkbaar moeite. Waaruit blijkt dat het bedenken van scenario’s voor televisieseries en het schrijven van thrillers toch echt twee totaal verschillende disciplines zijn.


Klikspaan
M.J. Arlidge
Uitgeverij De Boekerij

Prijs: € 19,99




dinsdag 1 november 2016

Michel van Egmond: De wereld volgens Gijp

Een rouwrandje



Natuurlijk is René van der Gijp een fenomeen. Dankzij het altijd spraakmakende televisieprogramma Voetbal Inside krijgt hij twee keer per week een platform om zijn voetbalkennis en zijn voor veel mensen onweerstaanbare humor te tonen. Het is over het algemeen moeilijk om een hekel aan hem te krijgen, met zijn – al dan niet gekunstelde – schaterlach, zijn duidelijke mening over het hedendaagse voetbal, zijn sterk relativerende verhalen over zijn eigen voetbalcarrière en over de vele randzaken binnen en buiten het voetbal. René van der Gijp is feitelijk een nationaal bezit geworden en dus weten wij ook bijna alles over hem. Veel verteld hij zelf op televisie en een deel komt tot ons via onder andere Johan Derksen, Jan Boskamp en/of Hans Kraaij jr. Het door Michel van Egmond geschreven boek GIJP deed vervolgens de rest. 

Hoewel Van der Gijp zijn privéleven wel enigszins probeert af te schermen, haalt hij natuurlijk wel de krant als er binnen zijn persoonlijke omgeving wat heeft plaatsgevonden. Dat is enerzijds de keerzijde van het succes en aan de andere kant een al dan niet logisch vervolg van zijn rol als bekende Nederlander. Na het enorme succes van GIJP besloten Michel van Egmond en René van der Gijp aan een vervolg te werken. Hoewel de ex-voetballer lange tijd een tweede boek had uitgesloten, hadden er in zijn privéleven dusdanig veel dingen plaatsgevonden dat hij mogelijk dacht dat dit de beste manier was om alle vragen te beantwoorden en de draad van zijn leven weer op te pakken. 

Het begin van De wereld volgens Gijp is als vanouds. Lachen, gieren, brullen. Precies zoals het grootste deel van het zeer succesvolle eerste boek. Langzaam maar zeker wordt de toon echter serieuzer, met name als het plotselinge overlijden van zijn vriendin aan bod komt. Was voetbal voorheen voor Van der Gijp vooral een vorm van groot vermaak, plotseling is het een manier om de dag door te komen. Een bron van troost en een manier om dichter bij zijn zoon te komen, voor wie hij plotseling alle verantwoordelijkheid heeft. 

Buiten de ex-voetballer komen ook veel van zijn vrienden aan het woord. Het levert een mooi portret op van René van der Gijp, welke een kant van hem belicht die hij nog nooit eerder aan de wereld heeft getoond. De man achter de schaterlach, het mens achter de humor. Een vader die de wereld niet meer begrijpt, die vol schuldgevoel zit en die weet dat zijn leven enorm gaat veranderen. Die daar echter ook totaal niet voor wegloopt en volledig zijn verantwoordelijkheid neemt. Een man die instinctief weet wat hij moet en wil doen. Die geen seconde twijfelt bij het nemen van de juiste beslissingen, zoals hij ook als voetballer een speler was die intuïtief wist wat hij wel en niet moest doen. 

Opvallend is ook dat Van der Gijp helder en duidelijk praat over zijn op het oog vrij zonderlinge – of misschien wel excentrieke – eigenschappen. Hij schaamt zich nergens voor, leefde zijn leven op zijn eigen manier en had maling aan wat andere daar van vonden. Waarom ook niet? Het is zijn leven, hij doet niemand kwaad en valt niemand lastig. En mocht je hem op de televisie vervelend of onbeschoft vinden: dan zap je maar naar een ander net of zet je hem uit. Het kan Gijp allemaal niets schelen. Tijdens het lezen vergeet je soms dat het boek over Gijp gaat, maar niet zelf door hem is geschreven. Die taak heeft Michel van Egmond op zich genomen. Het verhaal is echter zeer persoonlijk en soms intiem. Als ook de moeder van de ex-voetballer komt te overlijden, brengt Van Egmond dat ook weer op een zeer integere manier in beeld. Voor Van der Gijp is het duidelijk een ander soort verdriet. Intens, maar wel iets wat hij veel beter en sneller kan accepteren. 

Net als het eerste deel is ook De wereld volgens Gijp een meeslepend en humoristisch boek. Deze keer echter met een rouwrandje, wat niet verwonderlijk is. Het maakt het verhaal van Michel van Egmond daardoor menselijker dan ooit en kom je dichter bij Gijp dan ooit tevoren.


De wereld volgens Gijp
Michel van Egmond

Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99






zondag 30 oktober 2016

Vincent de Vries: Kraay

Het beste sportboek van dit jaar?



Wie is Hans Kraay jr.? Deze vraag staat op de achterkant van dit boek van Vincent de Vries, de sportjournalist die onder andere verantwoordelijk was voor de bestseller Vechtlust over het leven van oud-international Fernando Ricksen. Kraay moet antwoord geven op die vraag. Wie hebben Hans Kraay jr. gemaakt tot de man die hij nu al jaren is? De Vries doet dat door middel van tien gesprekken met belangrijke personen in het leven van de ex-voetballer, trainer en journalist, die de laatste jaren vooral bekend is geworden als één van de vaste gezichten van het immens populaire televisie programma Voetbal Inside. Gesprekken met onder andere Hans Kraay sr. – zijn vader – René van der Gijp, Guus Hiddink, Bert van Marwijk, Kees Jansma, Johan Derksen en Simon Kistenmaker. De rode draad in veel van de gesprekken is de vriendschap tussen Kraay en de mensen met wie Vincent de Vries en Hans Kraay jr. aan tafel zitten. De meeste delen een roemrijk verleden met hem. Van der Gijp en Kraay speelden beide in de jeugd van Feyenoord en maakten na de trainingen en wedstrijden het nachtleven onveilig. Hiddink en Kraay speelden samen in Amerika, in een elftal met niemand minder dan de fameuze George Best. Met Bert van Marwijk speelde een jonge Kraay bij het toen roemruchte AZ’67, waar ook Willem van Hanegem op het veld stond. Hun mening over Hans Kraay is redelijk unaniem: een voetballer met een enorme inzet maar wat magertjes op het gebied van talent. Maar inmiddels wel een man met veel tactische bagage en als journalist behept met enorm veel voetbalkennis. Iemand die niet alleen veel van het spelletje weet maar er ook inhoudelijk met zeer veel verstand over kan praten. Dat laatste wordt onder meer bevestigd door Johan Derksen, de man die hem op televisie er vaak ongenadig van langs kan geven, maar ook een enorme zwak voor hem heeft. 

In alle gesprekken leer je Hans Kraay jr. steeds beter kennen en ontdek je dat hij in veel opzichten een andere man is dan je misschien op basis van zijn televisiewerk zou denken. Ronduit ontroerend is het hoofdstuk met zijn vriendin, de vrouw die centraal staat in de inmiddels beroemde dolle duikavond. Een vrouw over wie je als buitenstaander nauwelijks iets weet, behalve wat je zo af en toe hoort in Voetbal Inside. Dat ze mooi is, veel jonger dan Kraay zelf en dat ze hem onvoorwaardelijk steunt. Sofie is echter meer dan dat. Ze is de motor achter de man die lange tijd dacht dat het ware geluk voor hem niet was weggelegd. De vrouw die tegenwoordig al zijn zaken regelt maar die voor hetzelfde geld de rest van haar leven in een rolstoel had moeten doorbrengen. Het hoofdstuk laat zich ademloos lezen en met iedere zin groeit je respect voor de twee zielsverwanten en moet je van goede huizen komen wil hun intense verhaal je niet raken met de kracht van een moker. 

Kraay is een bijzonder en zeer interessant boek, een kijkje in het leven en denken van een grote persoonlijkheid die bekendstaat als iemand die beschikt over een enorme hoeveelheid humor. Dat laatste wordt bevestigd in dit boek, maar vooral zijn leven als voetballer en coach worden sterk benadrukt. Het meest imponerende beeld dat wordt geschetst is echter de gevoelsmens die Hans Kraay jr. overduidelijk is. Zijn verdriet over zijn dementerende moeder, zijn waanzinnige bewondering voor zijn vader en zijn liefde voor zijn vrouw Sofie. Het maakt van Kraay een mooi, interessant, grappig maar vooral een zeer ontroerend boek. Misschien zelfs wel het beste sportboek van dit jaar. En wie had dat gedacht na het verschijnen van het tweede boek van René van der Gijp en de biografie van Johan Cruijff. 

Die Kraay flikt het toch maar even….


Kraay
Vincent de Vries
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99 






dinsdag 25 oktober 2016

Yvonne Kroonenberg: God in Amerika

Terug naar de Biblebelt


Hoewel ik nog nooit eerder een boek van Yvonne Kroonenberg had gelezen, sprak deze nieuwe roman van haar mij meteen aan. Al sinds jaar en dag verbaas ik mij er over hoe de meeste Amerikanen God lijken te hebben geclaimd als hun persoonlijke bezit. Gods own country. Zelf heb ik niets met het geloof, maar toch kan het onderwerp mij enorm boeien. Hoe mensen de grootste ellende over zich heen krijgen in hun leven en dan toch optimistisch kunnen blijven door te roepen dat God daar een reden voor heeft. 

Nou…. Lekker dan! 

In het boek van Kroonenberg hoor je het een aantal Amerikanen zeggen: je krijgt niet meer op je bordje dan dat God weet dat je kan dragen. Eén van je kinderen is overleden aan de drugs, je man gestorven aan een afschuwelijke ziekte, je tweede echtgenoot sloeg het snot uit je ogen, met je andere kinderen heb je al in geen eeuwigheid contact, je hebt je kleinkinderen nog nooit gezien, zelf kan je amper nog lopen. Kan het nog erger in je leven? Jawel, maar God weet dat je dit aan kan en weet ook precies tot hoever hij kan gaan. Waarom hij dat nou precies doet? Dat weet je niet, want zijn wegen zijn als altijd weer ondoorgrondelijk.

Kroonenberg bracht in 1968 een jaar door in het zuiden van Amerika. Om te studeren in Shreveport, een middelgrote stad in het noordwesten van de staat Louisiana, midden in de beroemde Biblebelt. Ze kwam er volop in aanraking met de manier waarop ze daar tegen het geloof aankeken. Maar ontdekte ook hoe opvallend veel jongeren juist totaal niets met het geloof hadden. Vorig jaar ging ze na ruim vijfenveertig jaar, samen met haar man Joep, weer terug en op zoek naar de mensen die ze toen had ontmoet. Op zoek ook naar de manier waarop God een plaats in hun leven heeft. Meest opvallend was dat alle jongeren van toen nu alsnog allemaal het geloof hebben gevonden. De hippies van 1968 zijn nu allemaal actief in hun kerk, waar je in Amerika een enorme hoeveelheid stromingen hebt. Er zijn baptisten, methodisten, lutheranen, presbyterianen, mormonen, mennonieten, quakers, episcopalisten en nog veel en veel meer. Kroonenberg valt naar eigen zeggen zelf in de categorie Niks. Vandaar dat ze met hernieuwde verbazing de Amerikanen in het zuiden van Amerika observeert. Niet alleen over het geloof trouwens. Het beeld dat Kroonenberg schetst is redelijk bekend. Heel veel Amerikanen zijn veel te dik, eten enorme hoeveelheden voedsel dat druipt van het vet, kunnen mede daardoor alleen nog maar waggelend lopen en nemen het liefst de auto, zelfs als ze om wat voor reden dan ook slechts een straat verderop moeten zijn. De meeste Amerikanen die je in het zuiden tegenkomt lopen in een korte broek, dragen gympies of sandalen en slurpen door een rietje uit een flesje limonade dat ze angstvallig in hun hand houden. Ze eten als kinderen, ze praten als kinderen en bedenken voor alles en nog wat zo kinderlijk mogelijke namen. Het limonade heet een slushpuppie, ze kopen hun vlees bij de Piggly-Wiggly, brengen hun auto naar The Helpful Place en eten voornamelijk hamburgers, knakworstjes, donuts, kipnuggets, patat en grote bekers popcorn. En alles uiteraard onder de troostende deken van het geloof. 

God in Amerika is een mooi overzicht van de manier van leven in de zuidelijke staten van Amerika. Als je Kroonenberg mag geloven is er in de afgelopen vijfenveertig jaar eigenlijk maar weinig veranderd. Alleen de armoede en werkloosheid zijn toegenomen, wat er mede voor zorgt dat nóg meer mensen hun antwoorden zoeken in het geloof. Hoe slechter het met je gaat, des te meer ben je op zoek naar een reden om het allemaal aan op te hangen. De zin van het leven te ontdekken. Een plek te veroveren in het paradijs, aan de rechterhand van God. Het maakt van deze roman een mooi document en een zeer interessant tijdsbeeld. Echte antwoorden weet Kroonenberg niet te vinden. De meeste Amerikanen die ze spreekt hebben geen verklaring voor hun manier van geloven en kunnen ook niet helder onder woorden brengen waarom God en hun geloof nou zo belangrijk zijn. Ze draaien rond in cirkels en verliezen zich voornamelijk in voorspelbare algemeenheden. Het geeft een beeld van een leeg en eenzaam bestaan waarin veel Amerikanen uiteindelijk toeleven naar hun dood, zodat hun echte leven dan eindelijk kan gaan beginnen.


God in Amerika
Yvonne Kroonenberg
Uitgeverij Atlas Contact
Prijs: € 14,99




zondag 23 oktober 2016

J.D. Rinehart: Het verloren rijk

Ploegje hier, ploegje daar



Slechts een paar maanden na het verschijnen van het eerste deel ligt nu ook Het verloren rijk al in de boekwinkel. Het tweede deel van Driesterrenkroon, over de drieling Elodie, Tarlan en Agulfus die volgens een oude profetie vrede en voorspoed moeten brengen in het koninkrijk Toronië. Al jarenlang wordt het rijk met ijzeren vuist geregeerd door hun wrede vader. In mijn recensie van het eerste deel schreef ik al dat het er – voor een jeugdboek – soms opvallend heftig aan toe gaat in het verhaal van J.D. Rinehart. In Het verloren rijk is dat wederom het geval. De schurken hakken er behoorlijk op los en ook de helden van het verhaal staan in dat opzicht hun mannetje. En vrouwtje. Het bloed vloeit rijkelijk, ledematen vliegen veelvuldig in het rond en ook de guillotine doet zijn gruwelijke werk. Belangrijke personages uit het eerste boek worden daarbij soms niet gespaard. Grote verschil met het vorige boek is echter wel dat de vaart er nu veel meer inzit en er nog nauwelijks momenten zijn waarbij je met je gedachten makkelijk even kan wegdromen. Het verhaal is in alle opzichten beter in evenwicht en de drie koningskinderen uit de profetie maken duidelijk een ontwikkeling door. Ze gaan ook steeds beter om met hun speciale gaven, die ze blijkbaar van hun moeder hebben geërfd. De strijd in Toronië tegen het zombie leger van de gewelddadige koning Brutan gaat nog steeds in alle hevigheid verder en met name Gulf heeft daar zijn handen vol aan. Elodie en Tarlan hebben ondertussen andere problemen die ze het hoofd moeten bieden en langzaam maar zeker lijkt de voorspelde gouden toekomst van het koninkrijk verder weg dan ooit. Vooral als andere op macht beluste personen hun kans proberen te grijpen om de troon te veroveren. Vooral Elodie staat er op het oog alleen voor en moet machteloos toezien hoe haar voormalige beschermheer alles in het werk stelt om haar volledig buitenspel te plaatsen. 

De beroemde tovenaar Melchior is ondertussen aan een moeizame tocht begonnen om zijn verloren toverkracht terug te krijgen. Alleen dan zal hij in staat zijn om de drieling ook daadwerkelijk te helpen. Tarlan en zijn dieren helpen hem daarbij maar ontdekken vervolgens ook dat er nog meer bedreigingen onderweg zijn om het koninkrijk omver te werpen. Lichte irritatie tijdens het lezen van de hoofdstukken waarin Tarlan centraal staat is het veelvuldig gebruik van het woord ‘ploegje’. Het ploegje van Tarlan. Ploegje hier, ploegje daar. Overal ligt dierenhaar. Het is bijna alsof je in een liedje van de illustere Drs. P gevangen zit. Natuurlijk…. Het is een jeugdboek. Als je het gaat turven dan kom je echter tot een belachelijk hoog aantal en het haalde bij mij af en toe het bloed onder de nagels. 

De schrijfstijl van J.D. Rinehart zorgt ervoor dat Het verloren rijk heel makkelijk leest, daarbij mede geholpen door de gebruikte regelafstand. Het verhaal zit uitstekend in elkaar en is zonder meer aantrekkelijk en uitdagend voor de jeugd en bevat voldoende elementen die het ook voor de oudere lezers interessant houden. Het is vrij klassieke fantasy, maar de vele vondsten van de auteur zijn allemaal goed bedacht en soms ook wel origineel. Aan het eind van dit tweede deel is nog veel onduidelijk over het lot van de drie koningskinderen. Hoewel je natuurlijk weet dat uiteindelijk alles goed gaat komen, ben je toch wel nieuwsgierig hoe Rinehart straks alle draadjes precies aan elkaar gaat knopen. 

Hopelijk lukt het de uitgever om ook het derde deel snel te vertalen en kan het afsluitende deel over een paar maanden al worden uitgebracht. Ik heb er nu al zin in !


Het verloren rijk
J.D. Rinehart
Uitgeverij Manteau
Prijs: € 15,99






zondag 16 oktober 2016

Paulo Coelho: De spion

Volgelopen lieslaarzen



Aangezien het soms fijn is om tussendoor een dun boekje te lezen, besloot ik enige tijd geleden om te beginnen in De Spion van Paulo Coelho. Ik had net een aantal dikke pillen gelezen en had geen zin om mij meteen weer te binden aan een boek van drie- of vierhonderd pagina’s. Het bescheiden formaat, het onderwerp en het redelijke aantal van 175 pagina’s spraken mij wel aan. In het verleden heb ik wel vaker iets gelezen van Coelho, van wie over de hele wereld al meer dan 200 miljoen boeken zijn verkocht. De uitgever noemt hem graag de meest gelezen auteur ter wereld en de magische fabel De Alchemist heeft de Braziliaan wereldberoemd gemaakt. Op zich hebben zijn boeken nooit een blijvende indruk op mij gemaakt. Elf minuten en De duivel en het meisje konden mij wel licht bekoren, maar van De vijfde berg en Veronika besluit te sterven heb ik de charme nooit kunnen ontdekken. Ook van De Alchemist kan ik niet zeggen dat het nou een hoogtepunt in mijn leven als boekenverslinder is geweest. Hoewel ik de aantrekkingskracht van het verhaal op heel veel mensen wel degelijk kan begrijpen.

Het gegeven van De spion sprak mij echter wel aan. Het verhaal van de Nederlandse Mata Hari, vermeend dubbelspion, exotische danseres en al met al een zeer mysterieuze vrouw. Geboren in Leeuwarden en uiteindelijk bijna honderd jaar geleden vanwege vermeend hoogverraad geëxecuteerd in Frankrijk. Veel meer wist ik eigenlijk niet. Coelho doet een poging om het leven van Margaretha Zelle, zoals haar echte naam was, volledig in beeld te brengen en gebruikte daarvoor ware feiten en eigen interpretaties. Hoewel het nog altijd onduidelijk is of Mata Hari inderdaad een spion was of slechts het slachtoffer van een ingewikkeld complot, is het verhaal op zich natuurlijk goed genoeg voor tientallen romans en documentaires. Het is echter de vraag of dit boek van Coelho iets weet toe te voegen aan alles wat er al bekend was over haar. Zijn poging daartoe wist mij in ieder geval slechts moeizaam te bekoren.

Uiteindelijk heb ik langer over deze dunne roman gedaan dan ik doorgaans nodig heb voor een boek van twee of drie keer zoveel pagina’s. Ik kwam er maar nauwelijks doorheen, maar vond het onaanvaardbaar om er halverwege mee te stoppen. “Altijd je bord leegeten”, zei mijn moeder vroeger altijd. Voor boeken geldt dat principe mijns inziens ook. Als je er aan begint moet je het ook uitlezen, ongeacht de kwaliteit. Nou mag je van Coelho natuurlijk niet zeggen dat hij slecht kan schrijven, maar het boek wist bij mij nergens ook maar een vonkje van enthousiasme op te wekken. Het was alsof ik met volgelopen lieslaarzen door een modderig riviertje aan het worstelen was met de elementen. Ik kwam nauwelijks vooruit, zag nergens een lichtpuntje en had op een gegeven moment geen enkel idee meer hoe ik ooit nog aan de overkant moest komen. Het ging, als het ware, allemaal zo traag als dikke stront. Het werd op een gegeven moment zo erg dat ik overwoog om de wijze woorden van mijn moeder in de wind te slaan en het boek gewoon maar aan de kant te leggen. Op zijn eigen manier probeerde Coelho allerlei verborgen wijsheden in de tekst te verstoppen en ontbraken ook de religieuze voetnoten niet. Het stoorde mij bij het lezen enorm en soms had ik het idee dat hij niet alleen het verhaal van Mata Hari aan het vertellen was maar ook zijn eigen boodschap wilde uitdragen. 

Al met al was De spion voor mij geen succes. De liefhebbers van Coelho zullen het mij niet in dank afnemen. Ik kan er echter niets aan doen. Mijn interesse voor Mata Hari blijft bestaan en volgend jaar gaan er ongetwijfeld nog meer boeken over haar verschijnen. Hopelijk betere dan deze mijns inziens mislukte poging van Paulo Coelho.


De spion
Paulo Coelho
Uitgeverij De Arbeiderspers
Prijs: € 18,99