Een vliegje op de voorruit

Mart Smeets was vele jaren hét boegbeeld van de Nederlandse sportjournalistiek. Onaantastbaar op de televisie en ongenaakbaar als expert op het gebied van veel Amerikaanse sporten. Het zorgde zijn hele carrière voor bewondering, afgunst en controverse. In Amerika zou Smeets een held zijn geweest, een toonaangevende naam binnen de sportwereld. In Nederland is dat uiteraard stukken minder, hier doen we niet of nauwelijks aan heldenverering. Als je in ons kikkerlandje met je hoofd te lang boven het maaiveld uitkomt, kan je er op wachten dat je uiteindelijk aan de beurt komt. Smeets is echter onmiskenbaar een grootheid binnen zijn vakgebied. Daarnaast is hij in de loop der jaren ook uitgegroeid tot een enorme kenner en liefhebber van Amerika en dan met name van de sportieve, muzikale en historische iconen. Dat was altijd al te merken in veel van zijn documentaires, zijn boeken en zijn mediaoptredens. Zijn haat/liefde relatie met Amerika komt ijzersterk naar voren in het boek Mijn Amerika, waarin hij verteld over zijn vele reizen door het land dat op zoveel mensen een onweerstaanbare aantrekkingskracht heeft. Reizen voor Studio Sport en voor tijdschriften en dagbladen die hem op pad stuurden om ergens verslag van te doen. Maar ook reizen met zijn vrouw en/of zijn kinderen, welke hem langs ontelbare platenwinkels en boekhandels heeft gebracht. Smeets leerde Amerika kennen als een waanzinnig land met een prachtige historie, veel muzikale grootheden, onvoorstelbare sporthelden maar ook als een land met enorme tegenstrijdigheden en sociale misstanden. De verschillen tussen rijk en arm, de haat en nijd tussen blank en zwart. Het Amerika van Mart Smeets leunt nog op de grootheid en potentie uit het nabije verleden maar is inmiddels hard op weg om een derdewereldland te worden. Het mooiste van Mijn Amerika is de liefde van Mart Smeets voor boeken en muziek. Als een kind in een snoepwinkel loopt hij likkebaardend door de mooiste winkels van Amerika. Hele stapels boeken en cd’s gaan mee in de koffer en in alle hoofdstukken van dit boek doceert Smeets als een leraar de meest opzienbarende feiten die hij daarin ontdekt. Hij bezoekt vol bewondering een concert van Taj Mahal, de geweldige blueszanger uit New York en geeft geschiedenisles over de achtste president van Amerika, de oorspronkelijk uit Nederland afkomstige Martin van Buren. Hij verteld vol passie over de geschiedenis van Ben & Jerry’s en hun thuishaven Vermont en geeft les over de Amerikaanse Burgeroorlog, de Mormonen, de Kennedy familie, de I 80 van Salt Lake City naar Park City, de KKK en nog veel en veel meer. Hij bezoekt bekende en minder bekende hotels en restaurants en doet op meeslepende wijze verslag van veel van zijn ervaringen in Amerika en de vaak overweldigende schoonheid van de natuur. De passie en het enthousiasme spatten van het papier, samen met de verbijstering en soms zelfs het afschuw. Het boek is vooral eerlijk en het geeft niet alleen een beeld van het Amerika van de afgelopen veertig jaar, maar geeft tevens inzicht in de persoon van Mart Smeets. Op het scherm soms een autoritaire man die zich door niemand zichtbaar van zijn stuk laat brengen. In dit boek echter een mens van vlees en bloed die dankzij zijn enorme journalistieke kwaliteiten de kans heeft gekregen om zijn dromen te vervullen. Het sociale onrecht raakt hem zichtbaar en de kern en manier van denken van de meeste Amerikanen blijft in veel opzichten ook voor hem als Amerika kenner een compleet raadsel. Als lezer ben je een vliegje op de voorruit van de auto waarmee Smeets door Amerika reist. Je ziet alles door zijn ogen al laat hij het in de meeste gevallen aan jou over om er een eigen mening over te vormen. De geschiedenislessen zijn zeer interessant en goed geschreven en voor je het weet heb je het boek uitgelezen. Samen met Mart Smeets heb je duizenden kilometers afgelegd en ben je soms meer dan honderd jaar terug in de tijd gegaan in een poging het hedendaagse Amerika beter te begrijpen. Het land van de onbegrensde mogelijkheden, volgens ons Europeanen. Een land dat, volgens veel van de inwoners, vooral gaat om geld, ras en macht. In ieder geval een land van uitersten. Vooral dat laatste brengt Mart Smeets in het zeer aan te bevelen Mijn Amerika duidelijk voor het voetlicht.
Mijn Amerika
Mart Smeets
Uitgeverij De Kring
Prijs: € 18,50
Imponerend

Het is redelijk afgezaagd om een boek als Ik kan er nét niet bij imponerend te noemen. Een persoonlijk relaas van een vader die ontdekt dat zijn pasgeboren tweeling minder gezond in het leven is gestapt dan je als ouders maar al te vaak als vanzelfsprekend neemt. Willem werd geboren met een zware hersenbeschadiging en Maurits heeft autisme. De woorden imponerend en indrukwekkend zijn dan al snel gevonden als je het boek aan het lezen bent. Zeker als het ook nog eens goed en snel geschreven is en er een scala van emoties voorbij komen. Verdriet, uiteraard. Maar ook hoop, humor en bovenal hele scheepsladingen aan liefde. Imponerend is ook een lekker woord als je naast al het bovenstaande de auteur van het boek persoonlijk kent. Het verhaal krijgt dan nét een iets ander kleurtje, je eigen emoties liggen wat dichter aan de oppervlakte. Als vader van twee gezonde kinderen is het makkelijk om een geboorte als iets normaals te beschouwen. Natuurlijk ben je als aankomende vader ontzettend zenuwachtig en is het zeer frustrerend dat je feitelijk machteloos bent en dat het negen maanden lang totaal niet om jou draait. Maar dat ben je allemaal vergeten als je je kind dan uiteindelijk in je armen hebt liggen. Voor Sander Verheijen gold hetzelfde. Apetrots stond hij op de foto met zijn twee kinderen. Toen nog niet bewust van het drama dat zich reeds had voltrokken. Zijn vrouw Jip had tijdens de zwangerschap een alarmbel horen luiden. Ze was Willem even kwijt. Ze voelde hem niet meer. Na onderzoek in het ziekenhuis bleek er waarschijnlijk niets aan de hand. Waarschijnlijk….
Ik kan er nét niet bij is het verhaal van Jip en Sander Verheijen. Het is het verhaal van viervoeter Gant. Maar Willem en Maurits staan ontegenzeggelijk centraal. De rol van Sander is prachtig. De man die denkt dat zijn vrouw de spil van het gezin is. Die denkt dat hij soms tekort schiet. Die vaak de verkeerde opmerkingen maakt en de ogen van zijn vrouw vervolgens ziet vuurspuwen. De vader die zichzelf op de een of andere manier misschien niet echt als een geslaagde vader ziet. Feit is dat Jip als moeder fantastisch is. Zoals gelukkig vrijwel alle moeders. Vrouwen worden tijgers als ze moeder worden. Daar kan niets en niemand tegen op. Vrouwen zijn in een relatie het sterke geslacht. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar Sander doet in werkelijkheid maar weinig fout. Hij is kwetsbaar en kan daar niet altijd mee om gaan. Mannen mogen niet huilen. Vinden we zelf. Mannen kunnen vaak minder goed omgaan met hun eigen emoties en sturen op het kompas van hun partner. Dat klinkt misschien soft en onvolwassen, maar het is nu eenmaal een gegeven. Boys will be boys. De vraag is alleen of Jip het zonder Sander had gered. De kracht om alles te geven om de best mogelijke toekomst voor Willem en Maurits te realiseren is de optelsom van beide ouders. Dat maakt dit boek ondubbelzinnig duidelijk. Het is opgedragen aan Jip, de moeder van Willem en Maurits. Na het lezen kan ik heel goed begrijpen waarom Sander dat heeft gedaan. Maar hij doet zichzelf te kort door haar rol boven die van zichzelf te plaatsen. Na het lezen van dit boek zie je namelijk niet één, niet drie maar vier hele bijzondere mensen.
De familie Verheijen is een prachtig gezin. Twee ouders die zielsveel van hun kinderen houden. Dat is niet anders dan een doorsnee gezin. Doorsnee…. Ze willen het eigenlijk dolgraag zijn, maar kunnen dat etiket niet op hun eigen situatie plakken. Omdat uiteindelijk niets echt doorsnee is aan hun situatie. Met verwondering en bewondering lees je het zeer bijzondere en ontroerende verhaal van de tweeling Willem en Maurits. Hoeveel kan je als gezin overkomen? Hoeveel kan je verwerken? Heel veel. Dat is het simpele antwoord op die vragen. Heel erg veel. Sander beschrijft de meest ingrijpende jaren uit zijn leven met een heldere pen. Hij spaart zichzelf niet en toont al zijn emoties, zijn zwakheden maar ook zijn kracht. Dat laatste bezit hij in grote mate en ik bewonder hem daarin enorm. Hij vecht voor het geluk van zijn kinderen. Zijn prachtige kinderen, dat is wel duidelijk. Anders dan de meeste andere kinderen, maar prachtig zijn ze. En de moeite waard om voor te vechten. Samen met Jip.
Ik kan er nét niet bij is een imponerend boek omdat het niets mooier maakt dan het is. Het laat zien wat je als ouders kan overkomen en hoe je daar vervolgens een weg in moet vinden. Hoe er een extra sterke band kan ontstaan tussen man en vrouw en tussen ouders en kinderen. Hoe je de ene klap na de andere kan incasseren zonder tegen de grond te gaan. Rauw, eerlijk, open, intiem, emotioneel. Vol liefde voor elkaar. Dát is het imponerende deel. Nooit verzaken, ondanks twijfels en verdriet. Had ik dit boek ook gelezen als ik Sander Verheijen niet persoonlijk had gekend? Waarschijnlijk niet. Maar wat ben ik blij dat ik Sander wél ken en het wél heb gelezen. Met een brok in mijn keel . En wat zou ik graag willen dat iedereen het gaat lezen. Tranen met tuiten. Van het lachen en van het huilen. Van dit boek kan je als mens heel veel leren. Met dank aan Sander en Jip. Met dank aan Gant. Met dank aan die bijzondere tweeling.
Vijf sterren voor vijf sterren.
Ik kan er nét niet bij
Sander Verheijen
Uitgeverij HarperCollins Holland
Prijs: € 17,99
Totale verbijstering
Het tweede deel van Pierre Lemaitre in zijn op dit moment vierdelige reeks over commandant Camille Verhoeven wijkt enigszins af van het eerste deel. Schreef hij Irene in verleden tijd en in vaak korte hoofdstukken, met Alex speelt alles zich af in de tegenwoordige tijd en zijn de meeste hoofdstukken aanzienlijk langer. Het is inmiddels vier jaar later en Verhoeven kampt overduidelijk met de naweeën van de gebeurtenissen die in het eerste deel plaatsvonden. Zijn inmiddels ontbonden team komt weer grotendeels bij elkaar als hij de opdracht krijgt om uit zijn zelf verkozen isolement te komen en de ontvoering van een jonge vrouw te onderzoeken. In eerste instantie wil Verhoeven weigeren. Hij doet alleen nog maar kleine zaken, waarbij de doden achter hem liggen. De doden die definitief en onweerlegbaar dood zijn. Ontvoeringen horen daar niet bij. Zijn baas en vriend Le Guen is echter onvermurwbaar en dwingt Verhoeven deze zaak op te lossen.
Alex is een geweldige thriller die in hoog tempo en met veel plotwisselingen als een film aan je voorbij trekt. Na honderd pagina’s denk je te weten wat er aan de hand is, maar halverwege het verhaal ontdek je dat een groot deel van wat je dacht niet blijkt te kloppen. Dat er heel iets anders speelt wat je niet hebt zien aankomen. Pierre Lemaitre laat je lange tijd in die waan en om vervolgens in het derde deel van het boek te laten doorschemeren dat er misschien toch nog héél iets anders aan de hand kan zijn. Om tenslotte met een daverende afsluiting te komen die volledig recht doet aan het gecompliceerde, intrigerende en onthutsende verhaal. Als lezer ben je in het begin geschokt door de wreedheid van de ontvoerder, geïmponeerd door het lef en de vastberadenheid van de ontvoerde vrouw. Daarna komen kolkende emoties als opperste verbazing, diepe afschuw en totale verbijstering om de hoek kijken, om vervolgens licht mededogen te voelen dat uiteindelijk weer overgaat in diepe haat en een groot gevoel van gerechtigheid. Razend knap dat een auteur in één boek zoveel verschillende gevoelens en reacties kan oproepen in een verhaal dat van begin tot eind ook nog eens volstrekt overtuigend en geloofwaardig is. Wie is het slachtoffer? Wie is de dader? Wie is schuldig en wie niet? Gesteund door zijn team moet Verhoeven worstelen met de gelijkenissen die er zijn tussen de ontvoerde vrouw en zijn eigen Irene. Alles loopt in elkaar over en je gaat twijfelen of Camille Verhoeven wel in staat is om deze zaak tot een goed einde te brengen. Ook binnen zijn omgeving beginnen mensen daar vraagtekens bij te zetten, maar de commandant weet als geen ander hoe hij de feiten – of het gebrek daaraan – moet interpreteren.
Pierre Lemaitre is een auteur die bijna met niemand anders te vergelijken valt. Zijn boeken zijn uitermate spannend, bevatten gruwelijke elementen, vaak een beklemmende sfeer en zetten je doorlopend op het verkeerde been. De ontknopingen zijn stuk voor stuk kleine meesterwerkjes en hij zorgt ervoor dat de opgeroepen emoties bijna letterlijk onder je huid kruipen. Fantastisch! Net als Irene is ook Alex een boek dat je nauwelijks even kan wegleggen. Je wordt gedwongen om in hoog tempo door te lezen en te ontdekken wat er nou precies aan de hand is. Het boek is daardoor veel sneller uit dan je lief is en na het omslaan van de laatste pagina kan je niet anders dan concluderen dat je wederom een meesterlijke ervaring rijker bent.
Wat een boek! Wat een auteur!
Alex
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs: € 10,00
Verwoestend
‘Als voor
de ogen van de twaalfjarige Antoine zijn lievelingshond wordt vermoord,
reageert hij zijn woede af op zes zesjarige buurjongetje. Hij slaat en schopt
en gaat net zolang door tot…’
Voor je een boek leest of koopt bekijk je in de regel altijd even de achterkant. Om te zien waar het verhaal ongeveer over gaat. Soms twijfel je dan, omdat het je niet aanspreekt en soms ben je meteen enthousiast. In beide gevallen is het geen garantie dat je een goed, matig of slecht boek in handen hebt. De achterkant is echter wel belangrijk en iedere uitgever hoort er zijn best op te doen. Toch lijkt dat niet altijd het geval te zijn. Neem de thriller Irene van Pierre Lemaitre, waar op de achterkant van de eerste druk gewoon een groot deel van de plot wordt verklapt in twee simpele regeltjes. Het ontneemt de lezer een aanzienlijk deel van het plezier bij een boek dat ondanks dat magistraal kan worden genoemd. Ook met Drie dagen en levenslang gaat het – weliswaar minder ingrijpend – fout. Je krijgt meteen een hekel aan hoofdpersoon Antoine als je op de achterflap leest dat hij een buurjongetje op brute wijze doorslaat. En schopt. En blijft doorgaan met slaan en schoppen tot de zesjarige dood is. Om het vervolgens te hebben over een ongeluk. En de angst van Antoine dat niemand het zal geloven.
Nee, natuurlijk niet. De kleine rotzak. Het kan een reden zijn het boek aan de kant te leggen. Ongeloofwaardig. Vergezocht. Tot je het boek leest en vervolgens ziet dat Antoine na de wrede dood van zijn lievelingshond in tranen naar zijn boomhut rent. Als hij merkt dat hij niet alleen is slaat hij met een stok één keer naar zijn zesjarige buurjongetje. Hij raakt hem daarbij op zijn slaap waarna het ventje naar de grond gaat. Niets slaan en schoppen en net zolang doorgaan tot hij dood is. Hoe komt de uitgever, waar ze het boek neem ik aan toch ook hebben gelezen, dan aan zo’n tekst? Onbegrijpelijk. Maar vooral totaal onverteerbaar, want Pierre Lemaitre verdiend een betere behandeling door de mensen die zijn boeken mogen uitbrengen. Want wat kan deze man schrijven! Onvoorstelbaar. Drie dagen en levenslang telt maar 206 pagina's, maar imponeert met iedere letter, ieder woord en iedere zin. Waar andere auteurs soms tientallen pagina's nodig hebben om een beeld van een stadje of het karakter van een personage te schetsen, daar gebruikt Lemaitre slechts enkele penstreken. Om daarmee vervolgens veel meer te zeggen dan duizend onnodige woorden. Je kruipt in de huid van de twaalfjarige Antoine en voelt zijn onvoorstelbare verdriet en zijn enorme schuldgevoel. Hoe gaat een jongen van twaalf hier mee om?
Aangezien de situatie volledig anders is dan de tekst op de achterkant van het boek je wil doen geloven, voel je volop sympathie voor Antoine. Maar ook voor het zesjarige slachtoffer. Voor zijn ouders en zijn zus. Het hele leven raakt totaal ontwricht en nergens lijkt er nog enige houvast te vinden. Niet in het geloof, ondanks de inspanningen van de plaatselijke kerk. Niet in de gemeenschap, dat na een verwoestende storm al snel zo haar eigen prioriteiten heeft gekregen. Lemaitre knalt de innerlijke strijd van de hoofdrolspelers rauw op je netvlies en er valt niet of nauwelijks aan de uiteenlopende emoties van het drama te ontkomen. Op het eind van het verhaal verspringt de tijd steeds een aantal jaar vooruit. Als lezer krijg je dan een iets ander gevoel bij de nog altijd jonge Antoine. De angsten waarmee hij als 12-jarige weg kon komen, gelden minder als de jaren toenemen. Feit is dat zijn jeugdjaren hem blijven achtervolgen en Lemaitre heeft een mooie manier gevonden om de 'levenslang' in de titel op een mooie en aansprekende manier waar te maken. Vervang op pagina 206 in de bovenste zin wel even de naam van mevrouw Kowalski door die van mevrouw Courtin (weer een onbegrijpelijke fout van de uitgever) en het slotstuk is vervolgens de kers op de taart.
Drie dagen en levenslang
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs: € 19,99
Een waar meesterwerk

Pierre Lemaitre wordt gezien, genoemd, geroemd en bejubeld als de beste Franstalige thrillerauteur van dit moment. Vooral zijn serie over commissaris Camille Verhoeven krijgt bijzonder goede kritieken en tot op dit moment heeft Lemaitre vier boeken over hem geschreven. Het eerste deel is het oorspronkelijk in 2006 verschenen Irene, welke bij uitgeverij Xander in vertaling is uitgebracht. Verhoeven is een bijzondere man. In tegenstelling tot naamgenoot Jeroen Verhoeven, die als voormalig (reserve) keeper van clubs als Volendam en Ajax als een beer van - ik schat - meer dan 100 kilo door het leven gaat, is Camille slechts 1.45 meter groot. Een dwerg, zoals hij zelf zegt, veroorzaakt door het feit dat zijn moeder tijdens haar zwangerschap gewoon flink is door blijven roken. Veel thrillerauteurs doen hun uiterste best om hun hoofdpersoon zeer bijzonder te maken. Depressief, aan de drank, helderziend, vrouwonvriendelijk en nu dus een mannetje dat rechtop onder een tafel kan lopen. Waarom auteurs hiervoor kiezen is een raadsel, want het hoort toch echt allemaal om het verhaal te gaan. Bij Lemaitre is dat overigens dik voor elkaar. Vanaf het begin is het boek spannend, intrigerend, vlot geschreven, angstaanjagend, soms ronduit luguber en vooral erg goed. Heel erg goed.
Als je op internet informatie zoekt over “Irene” dan kom je de informatie tegen die oorspronkelijk op de achterkant van het boek heeft gestaan. Ook op bijvoorbeeld boekensite Hebban staat deze tekst gewoon te lezen. Een kapitale blunder, aangezien het een groot deel van de plot en dus de verrassing van het hele boek voor de lezer verpest. Wat je normaal gesproken pas te weten zou komen in de laatste regels van het verhaal, heeft de uitgever oorspronkelijk gewoon in grote letters op de kaft afgedrukt. Onvoorstelbaar! En zo ontzettend jammer, want samen met de titel – die afwijkt van het origineel – weet je feitelijk al meer dan je achteraf gewild zou hebben. Ondanks dat is dit eerste deel in de serie over Camille Verhoeven, welke overigens vreemd genoeg in vertaling pas na het verschijnen van de overige delen is uitgebracht, van een verbluffend niveau. Beter dan dit zal het niet snel meer worden. Irene is één van die zeldzame thrillers die je bijna letterlijk naar de keel grijpen om je vervolgens nooit meer los te laten. Een boek dat je de rest van je leven bij zal blijven en dat je gegarandeerd ooit nog eens opnieuw zal willen lezen. Ondanks zijn beperkte lengte is Camille Verhoeven een groot man, een geweldige rechercheur die als een veldmaarschalk voor zijn troepen staat. Pierre Lemaitre heeft hem helemaal tot leven gebracht en er voor gezorgd dat hij na slechts één boek al tot een van de grootste persoonlijkheden van het genre kan worden gerekend.
Behalve een geweldige thriller is Irene ook een eerbetoon aan het spannende boek en met een prachtige opbouw binnen het verhaal is de uiteindelijke ontknoping een waar meesterwerk te noemen. Zelfs al heb je op de achterflap van het boek of op een website de essentie al gelezen voor je aan dit boek begon, dan nog zal het je op een zeer intense en verpletterende manier weten aan te grijpen en naar adem doen snakken. Er zitten weliswaar een paar bekende clichés in het verhaal, maar het gaat er om wat Lemaitre allemaal doet met tekst, emotie en inlevingsvermogen. In dat opzicht schieten woorden tekort om de kwaliteit van deze thriller te bejubelen. Oordeel zelf, koop dit boek dat voor slechts tien euro in de winkels ligt en werp je op de soms ronduit lugubere zaak welke Camille Verhoeven op zijn bordje heeft gekregen. Sluit je ergens op, vergeet even de zorgen van alledag, laat de televisie een paar dagen uit en geniet met volle teugen, want wat Pierre Lemaitre je voorschotelt is werkelijk ongekend.
Applaus !
Irene
Pierre Lemaitre
Uitgeverij Xander
Prijs: € 10,00

Eind 2008 kwam Roger Moore naar Nederland om zijn biografie "Voor altijd James Bond" te promoten. Ik werkte toen nog op Schiphol en Moore kwam signeren in de grote winkel op Schiphol Plaza. Hij was er samen met zijn vrouw Christina Tholstrup, zijn manager en met Marc van Biezen, promotiemedewerker van uitgeverij De Boekerij. Het bezoek was minutieus voorbereid en wij hadden van de manager van Roger Moore nadrukkelijk te horen gekregen dat de beroemde acteur uitsluitend en alleen zijn biografie zou komen signeren. Dat het dus niet de bedoeling was dat er fans tijdens de signeersessie met dvd's, video's, soundtracks of andere memorabilia op de proppen zouden komen. Vanaf het moment dat Roger Moore kwam zitten aan een tafeltje bij de ingang van de winkel, was het in de aankomsthal van Schiphol één grote chaos. Er stonden al vele tientallen fans van de acteur te wachten, maar de toestroom nam daarna alleen nog maar toe. Mensen kwamen uit alle hoeken en gaten met allerlei rotzooi om door Roger Moore van een handtekening te laten voorzien. Betamax banden, elpees, oude promotiefoto's, James Bond posters, speelgoed, Ian Fleming pockets, actiefiguurtjes en nog veel meer. De manager werd helemaal gek en probeerde iedereen zonder boek weg te sturen, maar dat bleek al snel onbegonnen werk.
Roger Moore zelf gaf er echter helemaal niets om. Hij plaatste overal zijn handtekening op, ging gewillig met iedereen op de foto, gaf iedere fan een hand en luisterde geduldig naar alle verhalen. Onvermoeibaar bleef hij lachen en zijn krabbels zetten. Toen het tijd was om te vertrekken, liepen Roger Moore, Christina Tholstrup, de manager, Marc van Biezen samen met mijzelf en John Giphart (de toenmalige bedrijfsleider van de AKO winkels) richting de vertrekhal. We werden achtervolgd door een stoet van fans die Moore wilde uitzwaaien en door verzamelaars die nog op het laatste moment een handtekening wilde krijgen. De manager van Moore probeerde iedereen duidelijk te maken dat de signeersessie voorbij was, maar achter zijn rug ging Roger Moore onverstoorbaar verder met het plaatsen van handtekeningen. Op zijn boek, maar ook op de tientallen dvd's, puzzels, T-shirts en filmposters. Aangezien Moore en zijn gezelschap nog een half uur op het vliegtuig moest wachten, maakte hij kenbaar dat hij graag even wilde zitten in de VIP lounge.
Ik wist van het bestaan van deze luxe lounge op Schiphol, maar had geen idee waar die was en of wij daar zomaar naartoe konden gaan. Ik belde één van mijn contactpersonen bij de luchthaven en vertelde dat ik rondliep met James Bond en dat hij gebruik wilde maken van de VIP lounge. Binnen een paar tellen verschenen er twee medewerkers van Schiphol en werden wij naar de gewenste VIP lounge gebracht. Op de valreep doken er nog een paar hysterische fans van Roger Moore half door de schuifdeuren naar binnen en terwijl de manager bijna een hartaanval kreeg, trok Moore zijn balpen en begon weer te signeren. Toen de fans eindelijk vertrokken, sloten de deuren en kwamen John Giphart en ik - na jarenlang op Schiphol te hebben gewerkt - voor het eerst in de VIP lounge. Een prachtige, luxe ruimte, een drietal half buigende medewerkers achter de bar en een oase van rust. De manager van Roger Moore veegde het zweet van zijn voorhoofd, keek nog een keer nijdig naar mij en gaf Marc van Biezen een korte uitbrander dat niemand zich aan het juiste protocol had gehouden.
Moore gaf ons een knipoog, lachte naar de drie medewerkers achter de bar en ging op een prachtige witte bank zitten. Meteen kwam er koffie en andere drankjes en gingen Marc van Biezen, John Giphart en ikzelf ook maar zitten. Op de bank, tegenover Roger Moore, namen wij een paar slokken koffie en keken ondertussen om ons heen in de hoop dat er geen Japanse Ninja's, Russische huurmoordenaars of andere schurken tevoorschijn zouden komen om James Bond een loer te draaien. De manager van Moore gaf duidelijk te kennen dat wij het niet in ons hoofd moesten halen om rechtstreeks met Moore te praten, maar daar trok zijn vrouw zich weinig van aan. Zij stelde ons een paar beleefde vragen en toonde enige interesse. Moore zat zichtbaar na te puffen van alle commotie en keek een paar keer op zijn klokje in de hoop dat het vliegtuig naar Zwitserland snel zou vertrekken.
Toen hij op een gegeven moment door een speciale en voor ons onbekende deur werd geleid om redelijk anoniem bij het vliegtuig te komen, ging het alarm af. Blijkbaar was het niet de bedoeling dat bezoekers van de VIP lounge via die doorgang gingen. Moore bleef kalm, deed of hij niets hoorde en liep gewoon door, terwijl zijn manager de toestromende douanemedewerkers luidruchtig begon te commanderen. Moore keek niet even achterom en nam ook niet echt afscheid van ons. Het was wel mooi geweest. Ik gaf Marc van Biezen een hand en die ging weer terug naar de uitgeverij. Een geslaagde missie was achter de rug. John Giphart en ik liepen naar de bar om de mensen daar te bedanken. Een mooi meisje van net twintig was nog enigszins in verwarring en vroeg mij in het Engels of dat toevallig Roger Moore was die net was vertrokken. Ze wilde naar de toneelschool en droomde ervan om ooit nog eens actrice te kunnen worden. Misschien dat Moore nog tips voor haar had. Of wij misschien zijn e-mailadres hadden. In het Engels gaf ik antwoord dat ik Eric Moore was, de oudste zoon van Roger. Dat mijn vader graag aankomende actrices hielp en dat ik best wel bereid was om eventuele vragen van haar naar hem over te brengen.
Toen ze meteen pen en papier pakte om al haar vragen op te schrijven, schoten John Giphart en ik onbedaarlijk in de lach. Op de achtergrond ging het alarm nog steeds af. We hadden koffie gedronken met James Bond, in de VIP louche gezeten en kregen er nog voor betaald ook. Toen de aanstormende actrice plotseling doorkreeg dat wij in dat kleine half uur toch echt gewoon Nederlands met elkaar hadden gesproken, werd het tijd de VIP lounge te verlaten.
Spanning en humor
Het tweede boek van Jussi Adler-Olsen over Carl Mørck en zijn nieuwe afdeling Q begint met een dossier dat op het oog per ongeluk op het bureau van de brigadier terecht is gekomen. Eind jaren tachtig zijn een broer en zus op afschuwelijke wijze vermoord en na een bekentenis is ene Bjarne Thøgersen hiervoor veroordeeld. De dader blijkt een oude jeugdvriend te zijn van Ditlev Pram en Torsten Florin, twee inmiddels steenrijke en zeer invloedrijke personen met connecties tot in de hoogste regionen. Als Mørck en Assad het dossier desondanks oppakken, merken ze al snel dat ze vanuit meerdere kanten worden tegengewerkt en vrijwel gedwongen worden het onderzoek te staken. Zo werkt het echter niet met de cynische Mørck en al snel ontdekt hij dat er een heleboel niet klopt aan het originele onderzoek en dat de moord op de broer en zus mogelijk slechts het topje van de ijsberg is. Met zijn heerlijke humor is Mørck in De fazantenmoordenaars weer in topvorm en de interactie met zijn Syrische assistent Assad is net als in het eerste deel subliem. Adler-Olsen heeft aan het tweetal inmiddels ook de dominante en eigenzinnige Rose Knudsen toegevoegd als secretaresse en met haar moeilijke karakter past ze precies binnen het team van afdeling Q. Mørck moet niets van haar weten en die gevoelens zijn overduidelijk wederzijds. Hilarisch is het hoofdstuk waarin Mørck voor zijn onderzoek naar Madrid moet vliegen en vanwege zijn vliegangst de pillen slikt die Rose hem heeft gegeven. Ondanks de vele glimlachen die Adler-Olsen op je gezicht weet te toveren, overheerst toch echt de spanning en met name de sadistische activiteiten van een aantal verdachten op het lijstje van afdeling Q worden met zeer scherpe pen beschreven. Alles lijkt samen te hangen met een groep vrienden die jaren geleden op dezelfde kostschool hebben gezeten. Langzaam maar zeker vallen een aantal puzzelstukjes in elkaar en krijgt Mørck het vermoeden dat de dakloze Kimmie een sleutelrol in het grote geheel lijkt te spelen. Niet alles in het verhaal is even geloofwaardig. Ondanks de zorgvuldige uitwerking van de auteur raken de verschillende verhaallijnen met name op het eind van het boek soms een beetje met elkaar in de knoop. Soms lijkt het ook alsof de serie net zoveel over Carl Mørck gaat als over de misdaden die afdeling Q moet onderzoeken. Op zich niet erg, maar de balans moet natuurlijk wel de juiste kant blijven uitslaan en de moorden die worden onderzocht horen niet ondergeschikt te zijn aan de zielenroerselen van de brigadier. Gelukkig blijft de auteur net aan de goede kant van de onzichtbare scheidingslijn en zijn met name de stukken over Kimmie zeer intrigerend en spannend. Met De fazantenmoordenaars onderstreept Jussi Adler-Olsen zijn talent en zet hij de serie over afdeling Q weer iets steviger neer. Er valt best wel het een en ander op aan te merken, maar de potentie is groot. De boeken van Adler-Olsen wijken op bepaalde punten duidelijk af van het gangbare Scandinavische thrillerstramien. Ze bevatten meer vaart en meer humor, al zijn de goed uitgewerkte personages wel weer een typisch kenmerk van de meeste topauteurs uit het hoge noorden. Al met al valt er in dit tweede deel genoeg te genieten en is het wachten op het moment dat Adler-Olsen zijn boeken naar het volgende en nog iets hogere niveau weet te tillen.
De fazantenmoordenaars
Jussi Adler-Olsen
Uitgeverij Prometheus
Prijs: € 10,00