zondag 14 mei 2017

Jussi Adler-Olsen: De vrouw in de kooi

Rubberen handschoenen



Het begin van De vrouw in de kooi leest uiterst stroef. De proloog is veelbelovend, maar daarna komen er, weliswaar korte, politieke verhandelingen over Het Radicale Centrum, de Partij voor Denemarken, de Conservatieve partij en de Liberale Partij. Samen met enkele lastige Deense namen, zorgt het al snel voor een schepje zand in de motor. Daarnaast blijkt hoofdpersonage Carl Mørck van de Kopenhaagse politie de zoveelste getraumatiseerde en onhebbelijke speurder te zijn, zoals we er binnen de thrillerwereld al tientallen hebben gezien. Het ontbreken van een beetje tempo en de wat onzekere schrijfstijl van de auteur doen de rest. Stoppen of doorgaan met lezen? Na een kleine vijftig pagina’s zie je het verhaal en de manier van vertellen langzaam maar zeker veranderen. Rechercheur Mørck wordt door zijn bazen op een zijspoor gezet als hij samen met twee collega’s het slachtoffer is geworden van een schutter. Eén van zijn collega’s overlijd ter plekke en de ander raakt verlamd. Na een herstelperiode krijgt Mørck de leiding over de nieuwe afdeling Q, waar de leiding niet echt heil in ziet maar onder politieke druk wordt opgericht om onopgeloste oude zaken nieuw leven in te blazen. Beneden in de kelders van het politiebureau krijgt hij de Syrische Hafez el-Assad toegewezen als zijn assistent. Om de indruk te wekken dat hij serieus van plan is om van zijn afdeling een succes te maken, begint Mørck het dossier over de verdwijning van de jonge linkse politica Merete Lynggaard te lezen. Vijf jaar eerder verdween ze tijdens een overtocht per veerboot, waarbij lange tijd werd gedacht dat ze mogelijk zelfmoord had gepleegd door overboord te springen. Tegen wil en dank ontdekt de rechercheur dat het oorspronkelijke politieonderzoek behoorlijk wat fouten bevat en opgezweept door het enthousiasme van Assad begint hij zich steeds serieuzer in de zaak te verdiepen.

Hoewel het verhaal soms wat langdradig is en op een aantal vlakken enigszins ongeloofwaardig, kan je niet anders dan een groot zwak krijgen voor Assad, de assistent van Carl Mørck. Met zijn grote, rubberen handschoenen maakt hij het ene moment de kantoren van Afdeling Q schoon terwijl hij het volgende moment druk bezig is om lekkere en zeer pittig gekruide lekkernijen te maken. Bij alle vrouwen op het politiebureau is hij dan ook al snel uiterst geliefd en krijgt hij bij de vele secretaresses werkelijk alles voor elkaar. Ondertussen verricht hij ook als assistent van Mørck uitstekend werk en vraag je jezelf regelmatig af wat nu precies zijn achtergrond is. Gelukkig groeit ook de rechercheur zelf met iedere pagina beter in zijn rol. Het trauma dat hij heeft opgelopen zorgt herhaaldelijk voor fysiek ongemak, maar ondanks dat laat hij zien een uitstekende politieman te zijn. De humor die veelvuldig in het boek zijn kop opsteekt is van een prima niveau en geeft het verhaal een extra dimensie. Al met al kan je dus spreken van een veelbelovend thrillerdebuut, waar best wel het een en ander op valt aan te merken, maar waar wel bijzonder veel potentie in zit. De knorrige en uitgebluste Mørck en de energieke en enthousiaste Assad houden elkaar prima in evenwicht en zorgen voor uiterst vermakelijke dialogen en knetterende interactie. 

Hoewel je de ontknoping van het verhaal al redelijk snel ziet aankomen, zijn de laatste hoofdstukken van De vrouw in de kooi absoluut enerverend te noemen. Assad is inmiddels meer dan slechts een schoonmaker en chauffeur en je bent benieuwd hoe zijn rol zich in de komende boeken zal gaan ontwikkelen. Jussi Adler-Olsen lijkt een aanwinst te zijn voor het genre en met de aanstekelijke humor in dit eerste deel weet hij zich ook duidelijk te onderscheiden van zijn vele Scandinavische collega’s.

Op naar deel twee.


De vrouw in de kooi
Jussi Adler-Olsen
Uitgeverij Prometheus
Prijs: € 10,00






vrijdag 12 mei 2017

Jamie Vardy: Vanuit het niets

Neusje voor de goal


Iedereen die het internationale voetbal een beetje volgt weet sinds vorig jaar wel wie Jamie Vardy is. De broodmagere spits en doelpuntenmachine van Leicester City, de Engelse club die het afgelopen seizoen historie schreef door de titel in de Premier League te veroveren. De clubs met het grote geld kregen het nakijken en werden op het oog simpel en zonder problemen aan kant geschoven. Chelsea, Manchester City, Manchester United. Als de grote jongens landskampioen worden in Engeland, dan haalt iedereen zijn schouders op. Clubs die in handen zijn van ambitieuze miljardairs die zonder met de ogen te knipperen vele honderden miljoenen euro's in hun club pompen. Honderd miljoen voor één enkele speler? Geen probleem. Aan geld geen enkel gebrek. Leicester City bewees vorig jaar echter dat sprookjes in de sport gelukkig nog steeds bestaan en dat ook een club met - voor Engelse begrippen - bescheiden middelen de titel kan winnen. Zonder ook maar een speler te kort te doen, was Jamie Vardy met al zijn doelpunten één van de belangrijkste pijlers onder het enorme succes. Een gedoodverfde degradatiekandidaat bleek een heel seizoen ongrijpbaar en Vardy scoorde er flink op los. Om na het behalen van de titel alle aanbiedingen te weerstaan en gewoon bij zijn Leicester City te blijven.

In de biografie Jamie Vardy: Vanuit het niets vertelt de spits zijn levensverhaal. Al op jonge leeftijd was hij gek op voetbal bleek hij het bekende en niet aan te leren neusje voor de goal te hebben. Veel verder dan de amateurs van het Engelse voetbal bracht het hem echter niet, mede omdat Vardy het buiten het voetbal ook belangrijk vond om te veel feesten en flink te drinken. Het bijna klassieke levensverhaal van veel Engelse jongeren die opgroeien in grauwe buurten waar de criminaliteit welig tiert en veel kinderen overdag aan hun lot worden overgelaten. Wel naar school of niet naar school: je zoekt het maar uit. Maak je een meisje zwanger? Dan ga je maar trouwen en je dagen in een of andere troosteloze fabriek slijten om ’s avonds en in het weekend de ellende van je af te drinken in één van de honderden kroegen die iedere middelgrote stad in Engeland rijk is. Vardy voldeed in zijn jonge jaren aan vrijwel alle vooroordelen die er zijn. Voetballen, scoren en drinken. Het was zijn droom om ooit te spelen voor zijn geliefde Sheffield Wednesday, dé club in zijn geboortestreek. Toen die echter geen interesse bleken te hebben leek zijn voetbaldroom voor altijd uit elkaar te spatten. Hij bleef voor een kleine, plaatselijke club spelen en verdiende zijn geld met geestdodend werk in een fabriek. Vardy kwam in contact met justitie en speelde zijn wedstrijden noodgedwongen met een enkelband. Ondanks dat hij totaal niet leefde als een sportman, bleef hij aan de lopende band zijn doelpunten maken en was hij ook fysiek nauwelijks af te stoppen. Uiteindelijk kreeg hij een contract aangeboden bij Fleetwood Town in een van de lagere divisies van Engeland. Hij deed het daar zo goed dat Leicester City al snel interesse kreeg. 

In zijn biografie komt Vardy niet altijd even sympathiek over maar moet je wel respect hebben voor zijn doorzettingsvermogen. Het is jammer dat hij pas – voor een voetballer – op latere leeftijd wat serieuzer voor zijn sport ging leven. Met name de hoofdstukken over Leicester City zijn heerlijk leesvoer en je beleeft dat waanzinnige seizoen opnieuw aan de hand van de vaak zo ongrijpbare spits. Het is ook het bewijs dat iemand met veel talent het uiteindelijk kan redden in de sport, ook al is hij door alles en iedereen al verschillende keren afgeschreven. Zolang je maar in jezelf blijft geloven. 


Jamie Vardy: Vanuit het niets
Jamie Vardy
Voetbal Inside
Prijs: € 19,99




zondag 7 mei 2017

Michael Connelly: Tweede leven

Puur vakmanschap



Soms vergeet je wel eens hoe echte kwaliteit eruit ziet. 

Je leest veel thrillers en over een aantal ben je na afloop soms behoorlijk enthousiast. Je schrijft een recensie voor websites als Hebban of voor je eigen blog en drukt je waardering uit in een aantal sterren. Je hebt het dan over de manier van schrijven, de meeslepende actie en de uitgewerkte personages. Bij sommige auteurs is dat inderdaad allemaal dik in orde. Die krijgen dan vervolgens de beste beoordelingen. Niets aan de hand, zo gaat het al jaren en zo zal het ook de komende jaren ongetwijfeld blijven gaan. Tot je plotseling weer een thriller leest die duidelijk maakt hoe je een spannend boek écht moet schrijven. Michael Connelly. De man die met zijn boeken over rechercheur Harry Bosch boven alles en iedereen verheven staat. De auteur die met ieder boek de meeste andere thrillers in de schaduw plaatst. Die met zijn verhalen zo'n onvoorstelbaar hoog niveau weet te bereiken, dat je je plotseling schaamt voor het feit dat je andere thrillers drie of vier sterren hebt durven geven. Hoeveel moet Connelly dan wel niet krijgen? Want laat daar geen misverstand over bestaan: vier of vijf sterren voor een politieroman over Harry Bosch heeft véél meer waarde dan dezelfde beoordeling voor de meeste andere thrillers. Connelly valt niet in dezelfde categorie te plaatsen en is feitelijk een eenzame ster die fel schittert vanuit een totaal ander universum. 

Connelly beschrijft elk onderzoek van Harry Bosch op uiterst minutieuze wijze. Nooit zijn er losse draadjes, alles klopt. Ieder detail. Iedere zin is belangrijk. Iedere letter. Ieder woord heeft een betekenis. Het gaat niet om bloedige scenes, niet om breed uitgemolken explosies van geweld. Er zijn geen bijzondere personages bedacht om de boeken extra speciaal - en daardoor ook vaak ongeloofwaardiger - te maken. De boeken over Harry Bosch zijn realistisch en uitmuntend geschreven. Harry Bosch lééft. Hij is echt. Michael Connelly is hooguit uitverkoren om het allemaal op te schrijven. Als lezer loopt je mee aan de hand van de rechercheur en kijk je over zijn schouder mee hoe het onderzoek verloopt. Je voelt zijn frustratie als het niet loopt zoals hij het wil en jubelt met hem mee als er resultaten worden geboekt. Het is live. Alleen niet op de televisie, maar gewoon op papier. Harry Bosch is het keurmerk voor de kwaliteit waar een spannend boek aan moet voldoen. 

Met Tweede leven bewijzen Michael Connelly en Harry Bosch al het bovenstaande weer opnieuw. Zoals ze dat al jarenlang met bijna ieder boek doen. Het verhaal is geloofwaardig en levensecht. Er is geen enorme fantasie voor nodig om je dat te realiseren. Als Bosch een onderzoek start naar de moord op een winkeleigenaar, komt hij in aanraking met de Chinese onderwereld. De triades. Al snel is hij een mogelijke verdachte op het spoor en lijkt het uiteindelijk een vrij eenvoudige klus te gaan worden. Tot het moment dat zijn dochter in Hongkong vermist raakt en werk en privé onlosmakelijk met elkaar verbonden raken. Bosch stapt op het vliegtuig om samen met zijn ex-vrouw Eleanor de dertienjarige Maddie te vinden. In een voor hem vreemde stad moet hij het zonder ondersteuning opnemen tegen de Chinese maffia. 

Wat volgt is puur vakmanschap. Connelly beschikt over de beste pen van alle misdaadauteurs. Hij sleurt je mee langs zowel spannende als emotionele gebeurtenissen en je krijgt tussendoor ook een geheel andere kant van Harry Bosch te zien. Er zijn verwijzingen naar het allereerste boek uit de reeks waarin het verleden van de rechercheur als soldaat in Vietnam aan bod zijn gekomen. De ontknoping is – zoals wel vaker – geweldig en onverwachts. Michael Connelly op de top van zijn kunnen. Ook de vertaling van Martin Jansen in de Wal is uitmuntend en de bekende kers op de taart. 


Tweede leven
Michael Connelly
Uitgeverij De Boekerij
Prijs: € 19,99






dinsdag 2 mei 2017

Sandrone Dazieri: Dood de vader

Een winnende combinatie



Voordat de in Cremona, Italië, geboren Sandrone Dazieri begon aan zijn carrière als auteur van spannende boeken, verdiende hij zijn geld tien jaar lang als kok. Eind 1999 werd één van zijn manuscripten uitgebracht als boek en bleek deze zeer succesvol in zijn thuisland. De zogenaamde Gorilla-reeks kreeg meerdere delen en werd uiteindelijk ook verfilmd. In 2014 begon Dazieri aan een nieuwe serie thrillers, over Colomba Caselli, een uitstekende maar door haar werk getraumatiseerde politieagente, en de hoogbegaafde Dante Torre. Het eerste deel, Dood de vader, werd aan veel verschillende landen verkocht en uitgeverij Xander bracht de Nederlandse editie op de markt. In de vuistdikke thriller weet Dazieri vanaf de eerste zinnen te boeien. Het is een boek met enorm veel vaart en actie en zeer goed uitgediepte en aansprekende personages. Alle gebeurtenissen volgen elkaar razendsnel op en iets over de helft van het verhaal krijg je een klein beetje zicht op wat er misschien aan de hand zou kunnen zijn. Om er vervolgens achter te komen dat je er helemaal naast zit. Dazieri stuurt de lezer alle kanten op om uiteindelijk af te ronden met een knetterend, maar in een aantal opzichten ook wel wat ongeloofwaardig, einde. Een betere editor had de auteur bij de hand genomen en er een veertigtal pagina’s uitgesneden en de plot mogelijk wat realistischer gemaakt. Wat Dazieri verzint kan absoluut in het echt gebeuren, daarvan zijn in de geschiedenis meer dan genoeg voorbeelden te noemen, maar het past niet helemaal binnen het verhaal. 

Ondanks het feit dat de ontknoping van een thriller ontzettend bepalend is voor de uiteindelijke kwaliteit van het boek, komt Dazieri er in Dood de vader mee weg. Puur vanwege de chemie tussen de twee hoofdrolspelers, die beide een aangrijpend verleden met zich meeslepen en herhaaldelijk ten onder lijken te gaan aan de geestelijke druk die het onderzoek met zich meebrengt. Op het oog is het een combinatie die niet kan slagen, maar niets is gelukkig minder waar. De zeer beeldende manier van schrijven is een belangrijke troef van Dazieri, waardoor je wat minder vraagtekens zet bij een aantal gebeurtenissen. In z’n totaliteit is het Nederlandse debuut van Sandrone Dazieri een uiterst aangename kennismaking welke binnenkort een vervolg krijgt met Dood de engel. Het boek ligt op dit moment voor slechts € 12,50 in de boekwinkel en zal zeer veel liefhebbers binnen dit genre aanspreken. 

Op de omslag wordt het boek vergeleken met het werk van Jo Nesbø en Karin Slaughter, maar het bevat toch voornamelijk een geheel eigen geluid. De filmrechten zijn reeds verkocht en mocht het verhaal daadwerkelijk zijn weg vinden naar het grote doek dan kan het bijna niet anders dan een groot succes gaan worden. De vastberaden, knappe politieagente en een briljante expert in het doorgronden van menselijk gedrag is een winnende combinatie en bevat voldoende uitdagingen voor de auteur om er een uitstekende en spetterende serie van te maken.

Ik ben er klaar voor. 


Dood de vader
Sandrone Dazieri
Uitgeverij Xander
Prijs:  € 12,50






woensdag 26 april 2017

Bernard Minier: Verduistering

Onheilspellend, zenuwslopend en onvoorstelbaar spannend



Het derde boek van voormalig douanebeambte Bernard Minier ziet er in de Nederlandse vertaling net zo mooi en afschrikwekkend uit als de vorige twee delen over politiecommandant Martin Servaz. Samen met de titels maken ze meteen duidelijk dat het om thrillers gaat. Goed werk van uitgeverij Xander om een mooie balans te vinden tussen grafische esthetiek en de gruwelijke aantrekkingskracht van een confronterende foto. ‘IJzingwekkend’ staat vetgedrukt op de omslag, een kreet uit een recensie van dagblad Trouw, die al meerdere titels mee gaat. De covers van Minier vallen op als je ze in de boekwinkel ziet liggen en wekken de indruk dat je over een sterke maag moet beschikken als je deze boeken wil gaan lezen. Dat is echter een misverstand, want hoewel de thrillers van de Franse auteur ongemeen spannend zijn, is het bijna totale gebrek aan bloedige scenes meer dan opvallend te noemen. Het is vooral de onderhuidse spanning waar Minier gebruik van maakt. Onheilspellend, zenuwslopend en onvoorstelbaar spannend.

In Verduistering is dit meer dan voorheen het geval. Het is op een aantal gebieden een harde, psychologische thriller te noemen. Het wijkt soms ook redelijk af van Een kille rilling en Huivering. In het begin is het net alsof het door iemand anders is geschreven. Of dat de auteur heeft geprobeerd het meer filmisch te schrijven, alsof er plannen zijn om het verhaal te gaan gebruiken voor een televisieserie of een bioscoopfilm. De hoofdstukken zijn langer dan in de twee voorgaande delen en lijkt het met name in het begin alsof Servaz deze keer slechts een bijrol heeft gekregen. Zoals commissaris Sejer in de boeken van Karin Fossum. Terwijl Servaz in de vorige boeken juist de dragende kracht van het verhaal is geweest. De vloeiende schrijfstijl is wel hetzelfde gebleven, al is er plotseling opvallend veel tussen haakjes gezet. Op het irritante af, moet je soms concluderen. 

- 'Van hogerhand?' (Servaz' gezicht betrok.)

- 'We maken deel uit van een grote familie, naar het schijnt.' (Hij had het woord familie op een sarcastische toon uitgesproken.)


Dit gaat het hele verhaal door en ik weet niet of het door de auteur is gedaan of dat het een initiatief van de uitgeverij of vertaler is. Het is geen goed idee geweest en hopelijk zal het een eenmalig experiment blijken te zijn. Tenslotte valt het op dat te pas en te onpas de tijd wordt aangegeven. Alsof de lezer die moet onthouden of opschrijven om later de belangrijkste conclusies te kunnen trekken. Misschien is het een beetje zoeken naar kritische noten, maar het is een opvallende stijlbreuk ten opzichte van de eerste twee delen zonder dat het een toegevoegde waarde lijkt te hebben. Het verhaal zelf daarentegen zit wederom uitstekend in elkaar. Servaz is enigszins uit de roulatie en brengt zijn tijd door in een instelling voor depressieve agenten, nadat hij door zijn meest recente aanvaring met seriemoordenaar Julian Hirtmann in een persoonlijke crisis terecht is gekomen. Hij ontvangt echter brieven en pakketjes van buitenaf die hem op het spoor zetten van de zelfmoord van een kunstenares. Het verhaal gaat echter over radiopresentatrice Christine Steinmeyer die er achter komt dat iemand het op haar leven heeft gemunt, zonder dat ze kan ontdekken waarom. Langzaam maar zeker komt ze in een regelrechte nachtmerrie terecht en raakt ze volledig afgezonderd van vrienden en familie. 

Als je ook de eerste twee boeken van Minier hebt gelezen, mis je in de eerste helft van Verduistering vooral de aanwezigheid van Servaz. Hij is er wel, maar niet zo dominant als voorheen. Gaandeweg de tweede helft komt daar gelukkig verandering in, hoewel je uiteindelijk tot de conclusie komt dat dit boek door de adembenemende ontknoping in kwaliteit niets onderdoet van Een kille rilling en Huivering. Grote klasse dus weer van Bernard Minier die hard op weg is om één van de sensaties in de thrillerwereld te worden. 

In Frankrijk is reeds een vierde deel over Martin Servaz verschenen, evenals een standalone thriller. Opschieten dus, uitgeverij Xander. Er is werk aan de winkel.


Verduistering
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs: € 19,99