maandag 24 april 2017

Bernard Minier: Huivering

Eén van de beste thrillers van 2015


Na zijn uitstekende debuut met Een kille rilling weet Bernard Minier ook met zijn tweede thriller volledig te overtuigen. Sterker nog: waar het bij een tweede boek vaak een beetje afwachten is of de auteur tegen de druk is bestand, is Huivering in veel opzichten zelfs beter dan het debuut. Zoals het ook eigenlijk hoort, maar het helaas niet altijd het geval is. Opvallend aan de boeken van Minier zijn de vele, verschillende verhaallijnen die zeker in het begin allemaal niets met elkaar van doen lijken te hebben. Gaandeweg ga je echter allerlei verbanden zien en tegen het eind van het boek komen de lijntjes vervolgens keurig bij elkaar. Het is in het begin van het verhaal vrijwel onmogelijk om te zien waar het allemaal naartoe gaat en het zet je gaandeweg vaak op het verkeerde been en het is telkens weer mooi om te zien hoe de puzzelstukjes uiteindelijk in elkaar passen. In dat opzicht is het vaak net alsof je letterlijk in de voetsporen van politiecommandant Martin Servaz loopt. De frustraties tijdens het onderzoek kan je bijna voelen en het zo perfect overbrengen van emoties is toch een kwaliteit waarover niet veel auteurs beschikken.

Net als in zijn eerste boek heeft Bernard Minier de hoofdrol gegeven aan Martin Servaz. Er is bijna twee jaar verstreken sinds de gebeurtenissen in Een kille rilling als een lerares van een school op gruwelijke wijze wordt vermoord in haar badkuip. Een leerling van haar zit in verdoofde toestand bij het zwembad en is meteen de belangrijkste verdachte. In de cd-speler van de lerares zit echter een cd van de componist Gustav Mahler, wat Servaz meteen doet denken aan seriemoordenaar Julian Hirtmann, die nog altijd voortvluchtig is. Huivering speelt zich af tegen de achtergrond van het WK voetbal in Zuid Afrika waar het elftal van Frankrijk zich niet van haar beste kant liet zien. Servaz geeft helemaal niets om voetbal en stoort zich doorlopend aan alle commotie die het spelletje teweeg brengt terwijl hij zijn best doet om de moordenaar van de lerares te vinden. 

Minier schrijft op een zeer vloeiende en dus makkelijk leesbare manier, waarbij hij vaak ook prachtige zinnen uit zijn digitale balpen weet te toveren. Mede door de vaak wat onderkoelde vorm van humor maakt dit het lezen van deze dikke pil tot een waar genot. Het lijkt nog het meest op de sfeer die je ook aantreft in veel Scandinavische thrillers, die ook vaak wat rustiger beginnen en het verhaal daarna pas gaan uitbouwen. Met de spanning zit het in Huivering meer dan goed. Veel scenes worden beeldend beschreven en brengen je als lezer naar het puntje van je stoel. Daarnaast is Minier heel goed in het overbrengen van een bijna fysieke vorm van spanning die je door het hele verhaal heen voelt. Opgezogen in de drukinkt van zijn boeken. Op de achtergrond, ergens in het donker, loert seriemoordenaar Hirtmann, nu al één van de meest mysterieuze en angstaanjagende moordenaars in de thrillerwereld.

De plot van het verhaal zit goed in elkaar, hoewel het soms nét een beetje te veel lijkt. Alsof Minier een of twee extra ballen in de lucht heeft proberen te houden. Het past allemaal precies, maar je krijgt het gevoel dat de auteur misschien een verhaallijntje teveel in het boek heeft willen persen. Het doet echter niets af aan de kwaliteit van Huivering, dat bij ons terecht als één van de beste thrillers van 2015 werd gezien. Deel drie van de serie is ook al vertaald en in Frankrijk is onlangs ook een thriller van Minier verschenen waarin Martin Servaz geen rol heeft gekregen. Hopelijk volgt ook hier de vertaling snel en gaat de auteur in ons land snel volledig doorbreken. 


Huivering
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs:  € 12,50


dinsdag 18 april 2017

Bernard Minier: Een kille rilling

Koude rillingen


De Franse auteur en voormalige douanebeambte Bernard Minier debuteerde in 2011 met de zeer lovend ontvangen thriller Een kille rilling, welke inmiddels over vrijwel de gehele wereld in vertaling is verschenen. Het is een kloeke pil van bijna zeshonderd pagina’s en begint meteen met een gruwelijk en moeilijk te duiden misdaad. Commissaris Martin Servaz van de recherche van Toulouse in het zuiden van Frankrijk, dicht bij de grens met Spanje, wordt met het onderzoek belast en krijgt hulp van Irène Ziegler van de gendarmerie van het nabij gelegen Pau. In een rustig en bijna Scandinavisch tempo neemt Minier de lezer bij de hand door een zeer intrigerend en makkelijk leesbaar verhaal. De schrijfstijl is opvallend soepel en de belangrijke personages worden meer dan uitstekend uitgediept. Op een kwart van het boek voert Minier het tempo langzaam maar zeker op en wordt het onderzoek steeds ingewikkelder. Heeft de moord op de plaatselijke apotheker met de dood van het paard te maken en wat is de rol van de beruchte seriemoordenaar Julian Hirtmann die zit opgesloten in een nabijgelegen zwaarbeveiligde psychiatrische inrichting? 

Martin Servaz wijkt behoorlijk af van veel andere politierechercheurs in gelijksoortige thrillers. Hij is niet aan de drank, niet overdreven zelfverzekerd en hoewel hij gescheiden is en wordt achtervolgt door demonen uit zijn verleden, staat hij stevig in de realiteit. Tijdens het onderzoek ontdekt Servaz een serie gebeurtenissen die zich lange tijd geleden in de omgeving hebben afgespeeld en vermoed dat er mogelijk een verbintenis is met de recente moorden. Op een handige manier zorgt de auteur ervoor dat er steeds weer wat flintertjes nieuwe feiten worden ontdekt maar dat een groot deel van de waarheid steeds een beetje uit het zicht blijft. De slechte weersomstandigheden spelen ook een grote rol in het boek en vooral de sneeuw is een constante factor van betekenis. 

Het is jammer dat de Nederlandse vertaling wat slordig is en het boek redelijk wat – soms storende – fouten bevat. Het valt de auteur echter niet aan te rekenen en is hooguit een verwijt naar de uitgeverij die haar werk wat beter had moeten uitvoeren. Bernard Minier had met zijn debuut beter verdiend, want het zit uitstekend in elkaar en hij presenteert zich met Een kille rilling als een auteur waar we in de toekomst behoorlijk rekening moeten houden. In Frankrijk won hij een aantal grote en aansprekende thrillerprijzen. Na het dichtslaan van het boek kan je niet anders dan concluderen dat dit meer dan terecht is. Het verhaal is spannend, meeslepend en uiterst geloofwaardig. Misdaad, menselijke gebreken, waanzin, wraak en bloeddorst zijn de belangrijke ingrediënten en het is duidelijk dat de hoofdpersonages nog genoeg te vertellen hebben. 

Deel twee en drie van de serie over Martin Servaz zijn ook al verschenen en vertaald. Het is om koude rillingen van te krijgen. 


Een kille rilling
Bernard Minier
Uitgeverij Xander
Prijs: € 12,50






dinsdag 14 maart 2017

Rich Cohen: De zon en de maan en de Rolling Stones

Seks, drugs en rock 'n roll



Rich Cohen is journalist voor onder andere het befaamde muziektijdschrift Rolling Stone en zijn leven lang gefascineerd door de Rolling Stones. Door de jaren heen kon hij de groep een aantal keer van zeer dichtbij volgen en reisde hij met de band door Amerika. Zijn biografie De zon en de maan en de Rolling Stones ruikt dan ook volledig naar rockmuziek en blues. Fan en journalist. Het lijkt op een combinatie die bij het schrijven van een boek over de Rolling Stones voortdurend gaat botsen, maar het tegendeel is waar. Cohen schreef misschien wel het ultieme boek over de legendarische groep en neemt de lezer mee op een adembenemende reis door de geschiedenis van de muziek. Het is voortdurend alsof je in het vliegtuig naast Mick Jagger of Keith Richards zit en zowel de mooie als de minder mooie dingen ziet. Het leven in de Rolling Stones is namelijk niet altijd rozengeur en maneschijn. De beginjaren van de band waren hard en verwarrend. Keith Richards en Brian Jones gingen er vol voor, maar met name Mick Jagger behield lange tijd zijn twijfels. In verschillende samenstellingen en met steeds andere namen probeerde de groep naam te maken in de rockscene van Engeland. Bij toeval wordt de naam Rolling Stones gekozen en in het kielzog van de Beatles vertrekt de groep naar Amerika. Het land van de blues, de muziekstroming die Jagger en Richards na aan het hart ligt. Als ze hun eerste stappen zetten op het gebied van het schrijven van eigen nummers, raken ze medeoprichter en zelfbenoemde leider Brian Jones langzaam maar zeker kwijt. Gelijktijdig neemt het succes toe en worden ze gezien als de agressieve tegenhangers van de toch wat brave Beatles. De Stones zijn seks, drugs en rock ’n roll. 

Rich Cohen bouwt een goede band op met Keith Richards, die – zo blijkt uit het boek – het anker is van de Rolling Stones. Jagger is groter dan groots, onaantastbaar en in het bezit van het grootste ego. Richards is het muzikale brein en Jagger de man die de ruwe ideeën van de gitarist weet om te zetten in pakkende teksten. Samen zijn ze geniaal en de Rolling Stones maken eind jaren zestig, begin jaren zeventig een aantal onovertroffen elpees. In De zon en de maan en de Rolling Stones lees je hoe het er aan toe ging rondom de Rolling Stones. Geweldig zijn vooral alle pagina’s waarin Cohen vol passie schrijft over de vele zwarte artiesten die als inspiratie gelden voor artiesten als de Rolling Stones, Eric Clapton en Bob Dylan, maar ook voor bijvoorbeeld de Beatles. Inmiddels iconische blues muzikanten als Elmore James, Son House, Howlin’ Wolf, Jimmy Reed, Muddy Waters en vooral de legendarische Robert Johnson. Namen die veel liefhebbers van muziek mogelijk weinig zeggen maar die feitelijk – samen met onder andere Chuck Berry - aan de bakermat hebben gestaan van veel van wat wij vandaag de dag nog steeds beluisteren. Hun invloed op Mick Jagger en Keith Richards was ongekend groot en het waren elpees van Muddy Waters en Chuck Berry onder de arm van Jagger waardoor de twee frontmannen van de Rolling Stones in 1961 op het Dartford Train Station met elkaar in gesprek kwamen. Twee albums die in Chicago waren uitgebracht door het befaamde Chess Records van de jonge Poolse immigranten Phil en Leonard Chess. 

Ook de stukken over Gram Parsons, de geestelijke vader van de countryrockmuziek zoals die jarenlang werd gemaakt door groepen en artiesten als – onder andere – The Eagles, Linda Ronstadt, Emmylou Harris en Jackson Browne, zijn zeer interessant. Parsons raakte bijzonder goed bevriend met Keith Richards en het tweetal trok veel met elkaar op. Een op het oog wat vreemde combinatie, welke vaak de ergernis van Mick Jagger bleek op te roepen. De vriendschap resulteerde onder andere in het prachtige nummer “Wild Horses” dat in 1971 op het album “Sticky Fingers” verscheen. 
Uiteindelijk bleek Parsons niet bestand tegen alle verleidingen die het automatische vervolg leken op het leven in het bijzijn van de Rolling Stones. 

Deze biografie is goed van begin tot eind. Het leest in een enorm tempo en je leert de band en haar leden beter kennen. Goed en kwaad. Haat en nijd. Vreugde en verdriet. Hoop en wanhoop. Leven en dood. Verplicht leesvoer voor alle fans en een mooi begin voor iedereen die de Stones nog moeten ontdekken of nu pas de magie van de band hebben ontdekt.


De zon en de maan en de Rolling Stones
Rich Cohen
Uitgeverij Spectrum
Prijs: € 25,00





maandag 13 maart 2017

Patrick Ness: Zeven minuten na middernacht

Hartverscheurend mooi



Er bestaan boeken die je je hele leven kunnen bijblijven. Boeken die een enorme impact hebben en die uitblinken in pure schoonheid. Mijn dinsdagen met Morrie van Mitch Albom is zo’n voorbeeld. Zijde van Alessandro Baricco moet ook worden genoemd. Net als Angoli Mala van J.M.G. Le Clézio, Als de walvissen zingen van Juri Rytchëu en Blauwrug van Tim Winton. Het is natuurlijk persoonlijk en iedereen zal zo zijn of haar lijstje kunnen maken met de meest onvergetelijke boeken. Schoonheid zit niet voor niets in het oog van de toeschouwer. 

Zeven minuten na middernacht is echter ook een titel die in veel lijstjes zal worden opgenomen. Het prachtige verhaal van Patrick Ness, dat oorspronkelijk geschreven had moeten worden door de helaas reeds overleden Siobhan Dowd. Uitgeverij De Geus heeft het in een prachtige goedkope editie uitgebracht vanwege de recente verfilming. Goedkoop in prijs, maar zeker niet in uitvoering, want die is prachtig. Gebonden en met mooie illustraties van Jim Kay. Het is het onvergetelijke verhaal van de dertienjarige Conor die alleen met zijn moeder woont en wordt geplaagd door een afschuwelijke nachtmerrie. Los hiervan verschijnt er bijna iedere avond, om zeven minuten na middernacht, een monster dat Conor een aantal verhalen verteld en één verhaal terug verlangt. De nachtmerrie heeft Conor sinds zijn moeder ziek werd. Het monster weet hier vanaf en eist dat Conor hem – en zichzelf – de waarheid vertelt. 

Op de achterkant van het boek staan prachtige aanbevelingen: ‘een bijzonder meesterwerk’, ‘authentiek en ontroerend’, ‘indrukwekkend’. Het is allemaal waar en toch doet het dit boek nog tekort. De schoonheid van het verhaal is namelijk onbeschrijflijk. Ieder woord is raak, iedere emotie is oprecht en het boek doet je hart smelten. Het is een verhaal voor jong en oud, iedereen zal geraakt woorden door de jonge Conor en het enorme monster. Het zal voor de filmmakers een enorme klus zijn geweest om met “A Monster Calls” recht te doen aan het boek. Het is hartverscheurend mooi, beter kan het misschien niet omschreven worden. Als lezer leef je vanaf de eerste pagina mee met Conor, begrijp je zijn verdriet en voel je zijn wanhoop. 

Patrick Ness heeft een meesterwerk gecreëerd, geïnspireerd door de visie van Siobhan Dowd. Zeven minuten na middernacht is een boek dat gelezen moet worden. En een ereplaats in iedere boekenkast hoort te krijgen.


Zeven minuten na middernacht
Patrick Ness
Uitgeverij De Geus
Prijs: € 12,50 





maandag 20 februari 2017

Bart Chabot: Triggerhappy

Wat een kutboek!



Over het debuut van Bart Chabot kan ik vrij kort zijn: wat een onvoorstelbaar kutboek! Zonde van je tijd, van je energie en van het papier waarop het is gedrukt. Dit is een voorbeeld van een boek dat puur en alleen is uitgebracht op basis van de naam en faam van de auteur. Pagina na pagina moet je als lezer zwaar en eenzaam ploeteren in de hoop ergens toch nog iets van enig vermaak te vinden. Het verhaal is warrig, langdradig en bovenal ontzettend saai. Niet zomaar saai, maar werkelijk in de meest overtreffende trap. In Triggerhappy staat de chirurg Frank Versteeghe centraal, getrouwd met zijn tweede vrouw Nicole en vader van twee kinderen. Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Frankrijk, waar Frank en Nicole – in de buurt van de Pyreneeën – op vakantie zijn. Meer hoef je over het boek niet te weten. De rest is namelijk pure onzin en een mislukte poging om een verhaal te vertellen. 

Ja, Frank Versteeghe spoort niet. Hij snijdt als tiener de poppen van zijn zusje in stukken en verzamelt skeletten van dode dieren. Als volwassen man is hij niet anders. Hoewel het nergens in het verhaal expliciet wordt genoemd, is Frank een seriemoordenaar. In Frankrijk laat hij een spoor van vuilniszakken achter waarin hij zijn slachtoffers heeft gedumpt. Je hoopt tijdens het lezen dat het verhaal ergens een apotheose heeft, maar niets is minder waar. Het gaat uit als de voor boeken zo gevreesde nachtkaars. Al staat het vlammetje vanaf het begin al niet zo hoog. Het vreemde is echter dat het boek in de eerste paar pagina’s nog wel enigszins te pruimen valt. Vooral de lekkere en vrij soepele schrijfstijl van Chabot valt op. Goed kunnen schrijven en goed kunnen vertellen zijn echter twee verschillende disciplines. Chabot schrijft makkelijk maar zijn verhaal raakt kant noch wal. Het is een wat zielige poging om een intrigerende roman te schrijven, maar het komt totaal niet van de grond. Het is fantasieloos en op het oog zonder enige passie op papier gezet. Blijkbaar was er bij de uitgeverij niemand echt bezig om de auteur te helpen of te corrigeren. Om hem de juiste weg te wijzen en allerlei valkuilen aan te wijzen. Chabot maakt er mede daardoor een potje van en zorgt ervoor dat Triggerhappy voor de argeloze lezer een enorme tijdsverspilling is. Hoewel Chabot tussen de regels door van alles insinueert, gebeurt er 255 pagina’s lang werkelijk helemaal niets waardoor je denkt dat het misschien toch nog allemaal enigszins de moeite waard kan worden. Woord na woord, regel na regel, pagina na pagina is het een brij van vaak totaal onsamenhangende gebeurtenissen. Het is bijna lachwekkend slecht. Nergens is enige structuur te ontdekken. Het boek is een liedje met twee refreinen en een couplet, dat de band vervolgens eindeloos blijft herhalen. Na veertig pagina’s weet je het allemaal wel. De rest is totaal onnodige bladvulling. 

Het is om treurig van te worden.


Triggerhappy
Bart Chabot

Uitgeverij De Bezige Bij
Prijs: € 19,90





dinsdag 7 februari 2017

Jen Williams: De Gouden Belofte

Schoonheidsfoutjes



De Gouden belofte is het eerste deel van de Koperen Kat Trilogie van de Engelse auteur Jennifer Williams. Oorspronkelijk verscheen het in het vier delen als e-book, maar het succes begon pas goed toen het als papieren versie in de boekwinkels was te verkrijgen. Williams is één van de vele jonge, vrouwelijke auteurs die na het wereldwijde succes van de Harry Potter reeks luidruchtig aan de deur van de grotendeels nog altijd door mannen gedomineerde fantasywereld klopt. Haar boek is toegankelijk voor zowel het Young Adult publiek als voor de volwassen liefhebbers van fantasy. Het is zonder enige twijfel een veelbelovend debuut, al is het niet altijd even origineel. Hoofdpersoon in de serie is Wydrin van Kruishaven, ook wel bekend als de Koperen Kat, een jonge vrouwelijke huurling die samen met Sir Sebastiaan Steenhouder haar mes en zwaard in dienst stelt aan de hoogste bieder. Ze worden ingehuurd door de mysterieuze Heer Frith om samen met hem de catacomben van een eeuwenoude Citadel te verkennen, waar magiërs lang geleden hun gevaarlijkste geheimen verborgen hielden. Maar tevens de plek die ze – volgens de geruchten – gebruikt hebben om de oude goden in op te sluiten. 

De gouden belofte is een zeer indrukwekkend en beeldend geschreven debuut. Het verhaal heeft veel vaart en bevat helden met karakter, humor en menselijke gebreken. Vooral Wydrin van Kruishaven aka de Koperen Kat is een aansprekende heldin. Gedurfd en knap is ook de seksuele geaardheid van de stoere ridder Sebastiaan Steenhouwer. Het valt in het begin nauwelijks op, maar als Wydrin tussen neus en lippen een opmerking maakt krijg je langzaam maar zeker het juiste beeld. Het zorgt voor een andere kameraadschap tussen de twee huurlingen dan je normaal gesproken binnen dit genre verwacht. Goed gedaan dus. Wel valt het op dat Jen Williams in haar eerste boek veel heeft geleend van andere fantasyauteurs en series. Nou is het binnen de fantasy erg moeilijk om origineel te zijn, aangezien Tolkien jaren geleden alles al zo’n beetje heeft bedacht wat er maar te bedenken viel. Maar soms bewandeld Williams een wel heel dun lijntje. Gelukkig maakt ze het goed door er ook doorlopend een eigen draai aan te geven. In tegenstelling tot de hoofdpersonages zijn de schurken in het boek wel een beetje zwart/wit. Puur kwaad, zonder al te veel grijstinten. 

Jammer is dat de uiteindelijke apotheose eigenlijk veel te snel gaat en daardoor enigszins afbreuk doet aan het verhaal. Wydrin en Frith moeten hun wereld redden en daarvoor het hele land doorkruisen, maar Williams knalt het de lezers in een aantal pagina’s razendsnel door de strot. Het maakt het klapstuk uiterst onbevredigend en zelfs voor het fantasygenre zeer ongeloofwaardig. Zo zijn er echter nog wel wat meer onvolkomenheden te vinden binnen het boek. De manier waarop Heer Frith zijn magie weer terugkrijgt bijvoorbeeld. Ik wil niets van het verhaal verklappen, maar ‘het grote vogelhoofd’ had de uiteindelijke missie van Wydrin en Frith zelf ook – en misschien wel beter – kunnen ondernemen. In plaats daarvan zwicht hij voor feitelijk totaal onzinnige argumenten. Om dat vervolgens weer bijna te niet te doen in een volgend stuk van het boek door belangrijke informatie achter te houden. 

Maar goed. Schoonheidsfoutjes die misschien wel gewoon horen bij een debuut. Gelukkig staat er een hoop tegenover. Want laat daar geen misverstand over bestaan: De gouden belofte is een uitstekend boek en een prima begin van een trilogie. Hopelijk blijft de onbevangen manier van schrijven in deel twee behouden en gaat Williams zich niet verliezen in teveel verhaallijnen. Iets waar veel fantasyauteurs zich bij het schrijven van trilogieën soms schuldig aan maken. Laatste puntje van kritiek is de titel van het boek. De gouden belofte. Ik begrijp wat ze ermee bedoeld. Het is echter een nietszeggende uitspraak in het boek. De vergoeding die huurlingen krijgen als ze hun diensten aanbieden. Het is wel heel magertjes om dat dan uiteindelijk als titel te kiezen. De Koperen Kat was waarschijnlijk logischer geweest. Al was het maar als extra eerbetoon aan de zeer charismatische heldin van de trilogie.


De gouden belofte
Jen Williams
Uitgeverij Luitingh
Prijs: € 19,95