dinsdag 13 december 2016

Jo Nesbø: Bloed op sneeuw

Natte sneeuw


Toen ik aan Bloed op sneeuw begon had ik – met uitzondering van zijn jeugdboeken – nog niet eerder iets van Jo Nesbø gelezen. Zijn reeks over Harry Hole is nog onontgonnen terrein en dit dunne boekje leek mij wel een mooi moment om kennis te maken met zijn thrillers. Al jaren hoorde ik mensen in mijn vrienden- en kennissenkring over elkaar heen duikelen van bewondering en zag ik vrijwel uitsluitend lovende recensies voorbijkomen. Het werd dus tijd om zelf eens een oordeel te vormen. Ik was er klaar voor. Had er zin in. Een nieuwe held. Jo Nesbø. Na Bloed op sneeuw zou ik dan meteen aan zijn andere boeken kunnen beginnen.

Niet dus.

Ondanks het beperkte aantal pagina’s heb ik mij moeten dwingen om het einde te halen. Het was op sommige momenten een kwestie van wanhopig tegen de stroom in worstelen en meerdere keren heb ik overwogen om het maar gewoon op te geven. De schrijfstijl van Nesbø was prima, maar het verhaal zelf wist mij geen moment te pakken. Huurmoordenaar Olav bleek een man zonder inhoud. Hij was gespeend van iedere vorm van humor, had niets interessants te vertellen, maakte nergens ook maar een beetje indruk en kon het dunne verhaal van de auteur op geen enkele manier dragen. Een verhaal zonder ziel. Zonder inspiratie. Bloed op sneeuw bevat alleen maar woorden en zinnen maar geen samenhangend geheel. Het is natte sneeuw dat niet blijft liggen en waarmee je dus uiteindelijk weinig mee kan beginnen. Eigenlijk is het helemaal geen boek maar meer een concept voor wat misschien ooit een boek had kunnen worden. Als Nesbø zich de tijd had gegund om het op een goede manier uit te werken. 

Het einde van Bloed op sneeuw is vrij abrupt. Alsof de auteur er plotseling ook geen zin meer in had. Of is het de bedoeling dat er ooit nog eens een vervolg gaat komen? Het is alsof ik sneeuw op mijn rug voel smelten. Alleen het idee al. De plot zelf is heel doorzichtig en zie je al van verre aankomen. Ook in dat opzicht is er geen enkele verrassing. Daarnaast ontbreekt in het hele verhaal de spanning die je toch minimaal in een thriller mag verwachten. Op zich is huurmoordenaar Olav best wel een goed verzonnen personage, maar is de uitwerking uiterst bedroevend. Zeg maar gerust saai. Net zo saai als een landschap met sneeuw waar je op een afstand naar kijkt. Daar kunnen een paar bloedspetters helaas weinig aan veranderen.

Jammer genoeg moet je in de winkel voor Bloed op sneeuw de volledige hoofdprijs betalen. Mocht je nog twijfelen: trap er dan niet in. Leen het bij de bibliotheek als je het absoluut wilt lezen. Maar geloof mij nou maar dat je helemaal niets mist als je dit korte verhaal besluit over te slaan. 


Bloed op sneeuw
Joe Nesb
ø
Uitgeverij Cargo
Prijs: € 17,99



woensdag 7 december 2016

Mike van Damme: 1995

Een sprookje uit de vorige eeuw


De fans van Ajax hadden in 1995 de tijd van hun leven. Het Ajax van Louis van Gaal was dat jaar onoverwinnelijk en won zo’n beetje alles wat er maar te winnen viel. Met als hoogtepunten de Champions League en de Wereldbeker. Het talent won het dat jaar van het grote geld. Een pure overwinning voor het voetbal. Voor het opleiden van spelers. Voor het aanvallende voetbal. Voor de toen nog volledig operationele Hollandse School. Amsterdamse bluf tegenover het Duitse, Spaanse en Italiaanse geld. Amsterdamse bluf, verstevigd met Finse genialiteit, Nigeriaans vernuft en Surinaamse trots. Een onvoorstelbaar elftal waarin doelman Edwin van der Sar de enige was die nog geen enkele interland had gespeeld. 

“BAYERN! BAYERN! WHO THE F*CK IS BAYERN?”

Je kan het je vandaag de dag gewoon niet meer voorstellen. Ajax speelde in 1995 (en een deel van 1996) iedere tegenstander moeiteloos en bijna achteloos van de mat. Real Madrid werd in hun eigen stadion vernederd en had het voornamelijk aan een hele slechte en bijziende grensrechter te danken dat het niet met nog grotere cijfers werd afgedroogd. Bayern München kreeg in Amsterdam maar liefst vijf treffers om de oren. Het grote AC Milan werd als Champions League winnaar van 1994 twee keer kansloos naar huis gestuurd en verloor vervolgens ook nog eens de finale. Drie keer op rij. In één seizoen. Fantastisch! Het Ajax van 1995 was een machine, een levend mechanisme, een verzameling van unieke talenten die allemaal op exact hetzelfde moment tot grote hoogte wisten te stijgen. Onder leiding van Louis van Gaal. Met een zeer belangrijke bijrol voor Gerard van der Lem en – uiteraard – de onvergetelijke Bobby Haarms. Werkelijk alles klopte. De snelheid op de flanken met Overmars en Finidi George. De doelgerichtheid van spitsen als Kluivert, Kanu en Ronald de Boer. Het ijzersterke en onverzettelijke middenveld met Davids, Seedorf en Jari Litmanen. De Fin die uitgroeide tot publiekslieveling nummer 1. Een levende legende, een held. De man die symbool stond voor alles wat Ajax in 1995 was. Ongrijpbaar, doelgericht, technisch begaafd en vooral een speler voor het team. Hij speelde centraal op het middenveld, voor een verdediging die hem daartoe ook in staat stelde. Michael Reiziger en Frank de Boer als zeer betrouwbare backs. Danny Blind en Frank Rijkaard in het centrum. Onaantastbaar. Frank Rijkaard. De verloren zoon. De man die afscheid wilde nemen bij Ajax, het elftal bij zijn hand nam en in de rust van de finale tegen Milan zijn medespelers toesprak. Van Gaal deed een stapje naar achteren. Rijkaard nam het woord. De rest is geschiedenis.

“MILAN! MILAN! WHO THE F*CK IS MILAN?”

Het publiek op de tribunes leefde zich anderhalf jaar lang uit. Amsterdamse bluf. Ook daar. Amsterdamse overmoed. Want iedereen wist dat het niet lang kon voortduren. Het grote geld zou toeslaan en Ajax zou als een kale kip achterblijven. Zolang het kon besloot het publiek er echter alles uit te halen wat er uit te halen viel. Tegenstanders werden niet alleen op het veld verslagen. De Ajax fans lieten zich ook verbaal volledig gaan. Het publiek van de tegenstander werd volledig weggeblazen en soms zelfs vernederd. Niet altijd even fraai, maar te begrijpen viel het wel. De euforie kende tenslotte geen grenzen. 

1995. Het is alweer zo lang geleden. Een sprookje uit de vorige eeuw. Journalist Mike van Damme brengt het echter allemaal weer terug in zijn boek 1995. Alle achtergronden, alle feiten, alle doelpunten, de mooie en minder mooie momenten. Ze komen allemaal voorbij. Voor de fans van Ajax en voor de neutrale voetballiefhebber is dit een onmisbaar boek. De grootsheid van het Nederlandse voetbal, waar we anno 2016 allemaal weer zo naar verlangen, druipt er vanaf. Van Damme laat zien hoe het succes is ontstaan, wat spelers en coaches er allemaal voor hebben moeten doen en laten. Hij maakt zichtbaar dat het soms gewoon om puur geluk gaat. Niet alles laat zich namelijk regisseren. Het is echter vooral een portret van een unieke generatie voetballers die gezamenlijk de kracht hadden om alles voor elkaar over te hebben. Zelfs reservespelers als Winston Bogarde, Peter van Vossen en John van de Brom waren van groot belang. Gouden Tijden. Ruim twintig jaar geleden. Het voelt na het lezen van dit boek nog altijd een beetje als gisteren.

Geweldig!


1995
Mike van Damme
Uitgeverij Carrera

Prijs: € 19,95




dinsdag 6 december 2016

Mark van den Heuvel: Johnny Rep, Buitenbeentje

Kroegentocht


Johnny Rep. Een geweldige rechtsbuiten in het gouden elftal van Ajax. Ik heb hem zien voetballen. In De Meer, in het Olympisch Stadion en natuurlijk op de televisie. De befaamde 3-0 overwinning van Ajax in de wereldbekerwedstrijd tegen Independiente, met twee doelpunten van Rep. De eerste wedstrijd van Oranje op het WK van 1974 in Duitsland. Het meest op mijn netvlies heb ik echter die avond in Belgrado, op woensdag 30 mei 1973, de finale van de Europa Cup 1 tegen Juventus. Ik zat thuis voor de televisie, dertien jaar oud. Op de grond. Mijn oom Ennio Seriani zat in de stoel van mijn vader. Als volbloed Italiaan was hij hartstochtelijk voor Juventus, maar in de vierde minuut van de wedstrijd zorgde Johnny Rep ervoor dat Ajax voor de derde keer op rij de Europa Cup 1 mee naar huis mocht nemen. Johnny Rep. Met lange, wapperende haren en een neusje voor de goal. Hij had Sjaak Swart eindelijk – en terecht – uit het elftal gespeeld en was samen met Johan Cruijff dé blikvanger van het elftal. Snel, flamboyant, doelgericht. 

Is dit de ultieme biografie van Johnny Rep? Ik weet het niet. Het gaat eigenlijk meer over de Johnny Rep van nu en een stuk minder over zijn voetballende jaren. Natuurlijk zijn er veel anekdotes, maar veel minder dat je zou willen. Na het lezen van dit boek weet je dat Rep een grote liefhebber is van fietsen, dat hij graag plantjes in de grond stopt en het geen enkel probleem vind om te poepen met de deur open. Feitelijk is het een soort van kroegentocht. Rep neemt zijn biograaf mee langs tal van restaurants, zowel in Spanje als in Nederland. Het hart van de ex-voetballer ligt duidelijk in Spanje, waar het leven zich in een veel ander tempo afspeelt dan in – pakweg – Alkmaar, Zwolle of Amsterdam. Het boek begint met een hondsberoerde en veel te hoogdravende introductie van Matthijs van Nieuwkerk, een ex-collega van Mark van den Heuvel uit zijn tijd bij het dagblad Het Parool. Het zorgt ervoor dat je deze biografie na twee pagina’s al bij het oud papier wil gooien. Gelukkig wordt het al snel wat beter, maar toch lijkt het allemaal niet echt van de grond te willen komen. 

Rep roept door het hele boek heen dat de titel eigenlijk Hoeren en Snoeren moet gaat worden. De eerste keer is dat wel grappig, bij de tweede keer kan je er nog licht om grinniken, maar bij de achtste keer weet je het inmiddels wel. Scheten latend baant Johnny Rep zich een weg door zijn biografie en hoewel je best wel een redelijk beeld van hem krijgt, stelt het jammer genoeg ook weer niet zo heel veel voor. De oud-Ajacied wil graag iets vertellen over het beroemde zwembandincident tijdens het WK in Duitsland. Als lezer ga je er even goed voor zitten. Krijgen we dan eindelijk te horen wat zich toen heeft afgespeeld? Waarom Johan Cruijff vier jaar later niet meeging naar Argentinië? Wat kan Rep ons vertellen? Nou… helemaal niets. Hij was al weg uit het hotel toen het wel of niet plaatsvond. Het is een beetje symptomatisch voor het hele boek. Het is het allemaal nét niet. Tegen het eind vraag je jezelf af waarom deze biografie over Johnny Rep eigenlijk is geschreven. Het idee was natuurlijk wel goed. Johnny Rep was een geweldige voetballer die toch ook een beetje aan lager wal is geraakt. Nooit helemaal serieus is genomen na afloop van zijn carrière. Daar zit ergens een goed verhaal in verstopt. Zou je denken.

Het leuke van “Johnny Rep: Buitenbeentje” is vooral Johnny Rep zelf. Al komt hij een beetje over als een persiflage op zichzelf. Hij loopt met blikjes mosselen onder zijn arm door Spanje, helpt zijn vriendin in haar restaurant en zegt doorlopend dat hij geen trauma’s heeft overgehouden aan zijn voetballeven en latere gebrek aan erkenning. Zo vaak, dat hij het inmiddels zelf is gaan geloven. Als je, zoals ik, altijd een zwak hebt gehad voor deze rebel, dan lees je het met een glimlach. Dan prik je er echter ook vrij makkelijk doorheen. Hij wil het overduidelijk zo weinig mogelijk hebben over zijn jaren bij Ajax en vooral niet over Sjaak Swart. Om het vervolgens pagina’s lang over Sjakie te hebben. Het boek heb je in een paar uurtjes uit, mede door de opvallende hoeveelheid lege pagina’s. Witte vlekken. Misschien wel kenmerkend voor het leven van Johnny Rep. Hij kan zich lang niet alles meer herinneren. Wat de opdracht van de auteur alleen maar moeilijker heeft gemaakt. 

Op de achterkant staat nog een mooie foto van Rep, jonglerend met een bal. Bovenaan wordt om onbegrijpelijke redenen extra aandacht gevraagd voor het voorwoord van Matthijs van Nieuwkerk. Alsof ze bij de uitgever bang waren dat het verhaal van Johnny Rep eigenlijk niet voldoende zou zijn voor de aanschaf van deze biografie. Dat is ook eigenlijk wel zo. Het verhaal is leuk om te lezen, maar niet meer dan dat. Daarvoor staat er te weinig in over zijn voetballende jaren. Met name over zijn avonturen in het buitenland weten we niet zo heel erg veel. Dat zou een veel beter boek hebben opgeleverd. Jammer dat Rep het zich blijkbaar niet meer zo goed voor de geest kan halen. Toch kan je je aan dit boek niet echt een buil vallen. Johnny Rep is tenslotte Johnny Rep. 


Johnny Rep: Buitenbeentje
Mark van den Heuvel
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99





zondag 4 december 2016

M.G. Leonard: Keverjongen

Prachtig begin van een veelbelovende trilogie



Keverjongen is het ijzersterke debuut van de Engelse schrijfster M.G. Leonard. Eerder dit jaar werd het jeugdboek genoemd door het boekhandelspanel van DWDD en toen ik het zelf in handen kreeg viel mij vooral de mooie uitvoering meteen op. Ook het korte stukje op de achterkant sprak mij aan en dus hoefde ik niet lang na te denken over het feit dat ik Keverjongen zou gaan lezen. Vanaf de eerste regels viel het bij mij in de smaak. Het is een prachtig begin van een veelbelovende trilogie over de 13-jarige Darkus Cuttle. Het verhaal is leuk en vlot geschreven en de personages die er in meedoen zijn allemaal geweldig uitgewerkt. Het is een klassieke strijd van goed tegen kwaad, met een opvallende rol voor kevers. De titel verklapte het al. Misschien heb je – net als ik – normaal gesproken weinig tot niets met kevers. Ik ken het lieveheersbeestje en als ik heel goed nadenk kan ik misschien nog een of twee soorten bedenken. De klassieke Volkswagen niet meegerekend. Dat is opvallend, want na het lezen van Keverjongen weet je dat er enorm veel soorten kevers zijn en dat ze zelfs een kwart van alle levende wezens op aarde vertegenwoordigen. Dit is het eerste boek dat ik ken waarin kevers, in allerlei soorten en maten, een hoofdrol spelen. Waarin ze zelfs de helden zijn. Dankzij hun indrukwekkende prestaties helpen ze Darkus Cuttle door het hele verhaal heen om zijn strijd tegen de kwaadaardige Lucretia Cutter te overleven. 

“Ooh, kleine keverjongen, jij hebt voor mij gezongen.” Deze variatie van een bekende hit van Manke Nelis zat tijdens het lezen doorlopend in mijn hoofd. Noem het dus maar even de onofficiële soundtrack van dit boek. In ieder geval voor de Nederlandse vertaling van Esther Ottens. Hoewel het de jeugd van negen tot elf jaar, waarvoor het boek oorspronkelijk is geschreven, waarschijnlijk niets zal zeggen. Hoofdpersoon Darkus Cuttle is in Keverjongen op zoek naar zijn verdwenen vader en krijgt daarbij hulp van Virginia Wallace en Bertolt Roberts, twee leeftijdgenoten die hij ontmoet op zijn nieuwe school, nadat hij bij de broer van zijn vader is ingetrokken. Oom Max. Een wat zonderlinge man die zijn kost verdiend als archeoloog. In welke hoedanigheid hij onder andere de trotse bezitter is van de tanden van de beroemde en beeldschone Egyptische koningin Nefertiti. Al snel blijkt dat de verdwijning van de vader van Darkus, in het Natuurhistorisch Museum in Londen, te maken heeft met de eigenaardige en mysterieuze Lucretia Cutter. En met kevers. Hele bijzondere kevers.

Het verhaal van M.G. Leonard is spannend, origineel, grappig en vooral verslavend. Hoe meer het einde van het boek naderbij komt, hoe langzamer je wilt lezen. De hoofdstukken vliegen voorbij en je wilt niet dat er een einde aan het boek komt. Wat dat betreft is het dus prettig om te weten dat er nog meer delen gaan komen en dat het dus nog lang niet klaar is. Een extra vermelding verdienen de twee broers Humphrey en Pickering, twee totaal verknipte buren van oom Max, die een poging doen om Darkus door de worstmachine te persen. En dol zijn op cranberrysaus. Ze zorgen in het verhaal voor zowel spanning als humor en zijn zeer aansprekende schurken. 

De nog jonge auteur verdiend een groot compliment en eigenlijk is het onvoorstelbaar dat het hier gaat om een debuut. In het voorjaar van 2017 zal met Keverkoningin het vervolg gaan verschijnen. Mogelijk een verwijzing naar de kwaadaardige Lucretia Cutter, die een hoop geheimen te verbergen heeft. Het begint bij mij nu al flink te kriebelen.


Keverjongen
M.G. Leonard
Uitgeverij Querido
Prijs: € 15,99





zondag 27 november 2016

Thijs Zonneveld: Thomas Dekker, Mijn gevecht

Een vervelende en narcistische man




Ik heb helemaal niets met wielrennen. Ik geef er werkelijk niets om. De Tour de France is in mijn ogen één van de meest saaie en overbodige sportevenementen van het jaar. Dat werd niet beter toen er de afgelopen jaren steeds meer werd gezegd en geschreven over het dopinggebruik van veel wielrenners. Het creëerde bij mij het beeld dat niet de beste wielrenners de belangrijke wedstrijden winnen, maar de renners met de beste of meeste doping. Het staat daarmee haaks op alles wat ik juist zie als de schoonheid van alle vormen van sport. Lance Armstrong werd aan de hoogste boom opgeknoopt, maar ik had al snel het idee dat hij tevens als afleidingsmiddel werd gebruikt. Alle aandacht ging naar de man die lange tijd als de beste wielrenner ooit werd gezien, zodat de rest van de wielersport een beetje in de schimmige luwte kon blijven. Inmiddels weten we beter en lijkt het er bijna op dat er geen enkele wielrenner is die nog nooit doping heeft gebruikt. 

Van Thomas Dekker had ik nog nooit gehoord. De foto op de omslag van het boek van Thijs Zonneveld deed bij mij geen enkel lampje branden. Ik zag hem op televisie bij DWDD en had eerlijk gezegd meteen een hekel aan hem. Toegeven dat je doping hebt gebruikt. Lekker makkelijk, zoveel jaar na je zogenaamde carrière, nadat je bent betrapt en je geen enkele kant meer op kan. In de tijd dat hij met doping in z'n lichaam al zijn wedstrijden reed deed hij zijn best om alles voor iedereen te verbergen, maar dan nu een boek laten schrijven en daarin alle collega’s, vrienden en begeleiders aan de schandpaal nagelen. Natuurlijk is het goed dat we weten hoe onvoorstelbaar verrot de wielerwereld is, maar wie ben jij dan om als dader meteen iedereen erbij te lappen? Aan de andere kant: als niemand iets durft te zeggen dan blijft de sport zo verziekt als maar kan en zal er dus ook weinig of niets veranderen.

Met Thomas Dekker: Mijn gevecht doet Thijs Zonneveld uit naam van Thomas Dekker in 220 pagina’s een poging om uit te leggen waarom hij uit de school klapt. Het verhaal lijkt op zich wel eerlijk en Dekker is hard over zijn eigen rol in het geheel. Hij heeft het tenslotte allemaal zelf opgezocht en niemand heeft hem ooit gedwongen om te doen wat hij allemaal heeft gedaan. Dekker was de gouden jongen met een grote toekomst, die echter op alle belangrijke momenten de verkeerde beslissingen nam. Nu zijn geweten begint op te spelen besluit hij schoon schip te maken en iedereen erbij te lappen. Op het eind van het boek doet hij een poging om net te doen alsof hij nog wat eer en geweten heeft, door een andere wielrenner geen schorsing van acht jaar te bezorgen. De meeste namen die hij in het boek noemt zijn voor mij onbekende personages. Slechts een enkele naam klinkt enigszins bekend, maar ik kan er geen gezichten bij plaatsen. Ik krijg als absolute buitenstaander echter wel de indruk dat de wielrennerij jarenlang een oplichtersbende is geweest. Wilde je een koers winnen, dan moest je stijf staan van de verboden middelen. Inmiddels schijnt dat allemaal anders te zijn, mede door de introductie van het bloedpaspoort. Of dat ook zo is? Ik heb geen idee. Misschien worden er nu middelen gebruikt die op dit moment nog niet traceerbaar zijn. Onderschat nooit de vindingrijkheid van de menselijke geest. 

Voor veel mensen zal er altijd een verdacht geurtje blijven hangen boven de wielersport. Vooral als mensen als Thomas Dekker de deur op een kiertje zetten. Ik heb het boek gelezen uit pure interesse. In sport in het algemeen. Maar uiteraard ook omdat ik benieuwd was naar de vuile was. Om te zien of mijn vooroordelen zouden worden bevestigd. Dat laatste is zeker het geval. Het boek is minder smeuïg als optredens van auteur en wielrenner bij DWDD deden vermoeden. Het is buiten de inmiddels welbekende schimmigheid vooral het verhaal van een wielertalent die heel hard kon fietsen en in alles de beste wilde zijn. Die te jong teveel geld kreeg en geen weerstand kon bieden aan alle verleidingen. Een kleine jongen in een snoepwinkel. Thijs Zonneveld heeft het allemaal met veel vaart en souplesse opgeschreven en je schiet daarom in de hoogste versnelling van start naar finish. Dekker lucht zijn hart, zegt dat hij hoopt dat jonge wielrenners van zijn verkeerde keuzes zullen leren. Maar toch ontkom je niet aan het idee dat als hij morgen weer op de fiets zou kunnen klimmen, hij waarschijnlijk weer dezelfde fouten zal gaan maken. De wens om te winnen, de honger naar succes en macht. Ik heb niet echt kunnen ontdekken waarom hij nu zijn verhaal heeft willen doen. Misschien wel omdat hij dacht dat het een bestseller kon worden. Dat blijkt inderdaad het geval. 

Het boek van Thijs Zonneveld geeft mij in ieder geval een dubbel gevoel. Dekker is er niet sympathieker op geworden en lijkt te bevestigen dat het eigenlijk maar een vervelende en narcistische man is. Het lijkt soms ook een wraakactie om ervoor te zorgen dat niet alleen hij maar ook andere daders ter val worden gebracht. Ik heb absoluut geen medelijden met die mensen, maar toch lijkt het door het hele boek heen wel te wringen. Ik weet eerlijk gezegd niet wat ik ervan moet denken, maar de kans dat ik ooit nog eens een liefhebber van wielrennen zal worden is inmiddels kleiner dan ooit tevoren.


Thomas Dekker: Mijn gevecht
Thijs Zonneveld
Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99






zondag 13 november 2016

M.J. Arlidge: Klikspaan

Herhaling van zetten


De Boekerij heeft er overduidelijk veel zin in. Met Klikspaan brengen ze in recordtijd het vierde boek uit van de tweeënveertigjarige Engelse auteur M.J. Arlidge. Eerder dit jaar verschenen al Piep zei de muis en Pluk een roos, respectievelijk het tweede en derde boek in de reeks over de afdeling Zware Misdrijven van de politie in het Engelse Southampton, terwijl vorig jaar met Iene Miene Mutte de aftrap werd gedaan. Het gaat zo snel bij de uitgeverij dat ze blijkbaar nauwelijks de tijd hebben om normale titels te bedenken. Bij het debuut van Arlidge twijfelde ze misschien nog even tussen “Tien pond kaas” en “Is de baas”, terwijl het zojuist verschenen nieuwe deel over inspecteur Helen Grace voor hetzelfde geld “Boterspaan” had geheten. Ik denk graag dat de directeur van De Boekerij op het laatste moment zijn veto heeft uitgesproken. Je bent de baas of je bent niet de baas en een titel als “Boterspaan” liet hij natuurlijk niet zomaar door zijn straatje gaan.

Genoeg over de vreemde titels. Het gaat – van je ras, ras, ras – uiteindelijk vooral om de inhoud van het boek. Jammer genoeg ben ik daar ook niet al te positief over. Net als zijn vorige boeken leest Klikspaan heel erg vlot en in korte hoofdstukken zit de vaart er vooral in de eerste helft van het verhaal weer goed in. Het verrassende niveau van zijn eerste boek weet Arlidge echter bij lange na niet te halen. Het lukt hem ook nog steeds niet om zijn personages beter uit te diepen. Over Helen Grace weten we inmiddels wel het een en ander, maar haar collega’s blijven iedere keer weer in het donker staan. In sommige gevallen overleven ze het boek niet eens en het zorgt ervoor dat het erg moeilijk is om een band te krijgen met het team van Grace. Bij het eerste deel in de serie was dat nog niet zo heel erg en maakte de spanning veel goed, maar bij ieder nieuw deel begint het meer en meer te knagen. Na het lezen van Klikspaan neemt de ergernis toe en lijkt het verhaal in combinatie met de hoofdpersoon als los zand aan elkaar te hangen. Dat is jammer, want Arlidge bezit absoluut de kwaliteiten om beter te presteren. Misschien dat hij zijn boeken nog teveel blijft benaderen als een script voor een televisieserie, waar het visuele aspect een belangrijke rol heeft in het leggen van onderlinge verbanden. In een boek zal je dat veel meer moeten uitwerken. Daarnaast haalt de auteur ook steeds weer hetzelfde trucje uit. In de eerste delen had Helen Grace steeds een leidinggevende waarmee ze op voet van oorlog leefde. Na drie boeken was dat wel een uitgekauwd gegeven geworden. Deze keer heeft ze op het oog een betere baas, maar heeft ze de rol van kwade genius gewoon in de schoenen van een ander persoon geschoven. Een ander jasje, maar wel weer hetzelfde gegeven. Zoals je ook de rol van journaliste Emilia Garanita inmiddels blindelings kan invullen, al is het opvallend dat de door haar geschreven stukken in de krant deze keer nauwelijks meer aandacht krijgen dan een of twee regeltjes binnen het verhaal. 

Er zitten deze keer ook vrij veel ongeloofwaardige stukken in het boek. Een rechercheur zit twee uur zo anoniem mogelijk in de stamkroeg van een verdachte te wachten in de hoop hem daar te kunnen arresteren. Als de man dan eindelijk binnenkomt doet ze haar best om niet op te vallen en op assistentie te wachten. En dus snauwt ze de barkeeper in de volle kroeg af dat zijn bier naar pis smaakt en vraagt ze of hij voortaan niet meer in haar bier wil spugen…. Lekker onopvallend dus. Zo zijn er echter wel meer voorbeelden te noemen. Grace moet zich met geweld ontdoen van een doorgeslagen SM-meester, laat hem bewusteloos achter en is blij dat hij niet weet dat ze bij de politie werkt. Vervolgens is ze iedere dag in het journaal te zien als de rechercheur die de jacht op de brandstichter heeft geopend. Het zorgt tijdens het lezen voor flink wat irritatie, terwijl het verhaal zelf zich tegen het eind zonder enige inspiratie voortsleept . Alles bij elkaar opgeteld maakt het van Klikspaan een tegenvallend boek en je kan je afvragen of Arlidge het tij nog wel kan keren. Feitelijk zie je ieder boek fors minder en voorspelbaarder worden, terwijl de ingrediënten wel degelijk aanwezig zijn om een kwalitatief zeer goede serie te maken. 

Goed kunnen schrijven is gewoon niet genoeg. Het moet een samenhangend en origineel verhaal zijn en bij een serie moeten de personages zich vooral blijven ontwikkelen. Met beide kernvoorwaarden heeft de auteur blijkbaar moeite. Waaruit blijkt dat het bedenken van scenario’s voor televisieseries en het schrijven van thrillers toch echt twee totaal verschillende disciplines zijn.


Klikspaan
M.J. Arlidge
Uitgeverij De Boekerij

Prijs: € 19,99




dinsdag 1 november 2016

Michel van Egmond: De wereld volgens Gijp

Een rouwrandje



Natuurlijk is René van der Gijp een fenomeen. Dankzij het altijd spraakmakende televisieprogramma Voetbal Inside krijgt hij twee keer per week een platform om zijn voetbalkennis en zijn voor veel mensen onweerstaanbare humor te tonen. Het is over het algemeen moeilijk om een hekel aan hem te krijgen, met zijn – al dan niet gekunstelde – schaterlach, zijn duidelijke mening over het hedendaagse voetbal, zijn sterk relativerende verhalen over zijn eigen voetbalcarrière en over de vele randzaken binnen en buiten het voetbal. René van der Gijp is feitelijk een nationaal bezit geworden en dus weten wij ook bijna alles over hem. Veel verteld hij zelf op televisie en een deel komt tot ons via onder andere Johan Derksen, Jan Boskamp en/of Hans Kraaij jr. Het door Michel van Egmond geschreven boek GIJP deed vervolgens de rest. 

Hoewel Van der Gijp zijn privéleven wel enigszins probeert af te schermen, haalt hij natuurlijk wel de krant als er binnen zijn persoonlijke omgeving wat heeft plaatsgevonden. Dat is enerzijds de keerzijde van het succes en aan de andere kant een al dan niet logisch vervolg van zijn rol als bekende Nederlander. Na het enorme succes van GIJP besloten Michel van Egmond en René van der Gijp aan een vervolg te werken. Hoewel de ex-voetballer lange tijd een tweede boek had uitgesloten, hadden er in zijn privéleven dusdanig veel dingen plaatsgevonden dat hij mogelijk dacht dat dit de beste manier was om alle vragen te beantwoorden en de draad van zijn leven weer op te pakken. 

Het begin van De wereld volgens Gijp is als vanouds. Lachen, gieren, brullen. Precies zoals het grootste deel van het zeer succesvolle eerste boek. Langzaam maar zeker wordt de toon echter serieuzer, met name als het plotselinge overlijden van zijn vriendin aan bod komt. Was voetbal voorheen voor Van der Gijp vooral een vorm van groot vermaak, plotseling is het een manier om de dag door te komen. Een bron van troost en een manier om dichter bij zijn zoon te komen, voor wie hij plotseling alle verantwoordelijkheid heeft. 

Buiten de ex-voetballer komen ook veel van zijn vrienden aan het woord. Het levert een mooi portret op van René van der Gijp, welke een kant van hem belicht die hij nog nooit eerder aan de wereld heeft getoond. De man achter de schaterlach, het mens achter de humor. Een vader die de wereld niet meer begrijpt, die vol schuldgevoel zit en die weet dat zijn leven enorm gaat veranderen. Die daar echter ook totaal niet voor wegloopt en volledig zijn verantwoordelijkheid neemt. Een man die instinctief weet wat hij moet en wil doen. Die geen seconde twijfelt bij het nemen van de juiste beslissingen, zoals hij ook als voetballer een speler was die intuïtief wist wat hij wel en niet moest doen. 

Opvallend is ook dat Van der Gijp helder en duidelijk praat over zijn op het oog vrij zonderlinge – of misschien wel excentrieke – eigenschappen. Hij schaamt zich nergens voor, leefde zijn leven op zijn eigen manier en had maling aan wat andere daar van vonden. Waarom ook niet? Het is zijn leven, hij doet niemand kwaad en valt niemand lastig. En mocht je hem op de televisie vervelend of onbeschoft vinden: dan zap je maar naar een ander net of zet je hem uit. Het kan Gijp allemaal niets schelen. Tijdens het lezen vergeet je soms dat het boek over Gijp gaat, maar niet zelf door hem is geschreven. Die taak heeft Michel van Egmond op zich genomen. Het verhaal is echter zeer persoonlijk en soms intiem. Als ook de moeder van de ex-voetballer komt te overlijden, brengt Van Egmond dat ook weer op een zeer integere manier in beeld. Voor Van der Gijp is het duidelijk een ander soort verdriet. Intens, maar wel iets wat hij veel beter en sneller kan accepteren. 

Net als het eerste deel is ook De wereld volgens Gijp een meeslepend en humoristisch boek. Deze keer echter met een rouwrandje, wat niet verwonderlijk is. Het maakt het verhaal van Michel van Egmond daardoor menselijker dan ooit en kom je dichter bij Gijp dan ooit tevoren.


De wereld volgens Gijp
Michel van Egmond

Uitgeverij Voetbal Inside
Prijs: € 19,99